De dokter tekent maar bij het kruisje

Huisartsen en verzekeraars ruziën. Uitvoering van een belangrijk akkoord van de minister komt in gevaar.

Huisarts Pascale Hendriks kocht vorig jaar een nieuw pand voor haar huisartsenpraktijk De Sluis in Spaarndam. Ze heeft tien personeelsleden en nam de afgelopen jaren veel zorg over van omringende ziekenhuizen. Dat is een moderne werkwijze – de overheid wil de zorg goedkoper maken door huisartsen basisbehandelingen en controles te laten overnemen. Huisartsen investeren daarin. Om die extra taken te kunnen verrichten, moet Hendriks extra geld krijgen van de zorgverzekeraar, die deze zorg voor patiënten vergoedt.

Daar wringt de schoen. Want nu het conceptcontract van verzekeraar Achmea voor 2015 voorligt, voorziet Hendriks problemen: „Als ik teken voor de vergoedingen in dit contract én de extra taken van het ziekenhuis overneem, daalt volgens mijn berekeningen mijn omzet met 7 tot 10 procent. Dat zijn de kosten voor een praktijkassistente.” En dus weigert Hendriks te tekenen. „De hypotheek van mijn nieuwe pand kan ik zo niet betalen.”

Overal ruzie

Overal in het land ruziën huisartsen met verzekeraars over hun contract. In Noord-Holland en Noord-Limburg weigerden huisartsen een contract van verzekeraar VGZ. In Zuid-Kennemerland (Haarlem en omgeving) riep een actiegroep van huisartsen vorige week ruim honderd collega’s op het nieuwe contract met de verzekeraar te weigeren. Aan die oproep werd massaal gehoor gegeven. Met ruim 30 procent van alle huisartsen in Nederland heeft Achmea nu nog geen contract gesloten, terwijl de deadline daarvoor aanvankelijk op 1 november lag. Gisteren spraken de boze huisartsen in Kennemerland met de verzekeraar. Het was volgens de Haarlemse huisarts Peter de Groof een „constructief” gesprek: Achmea zal de artsen tegemoetkomen. De verzekeraar „begrijpt” de onrust en vertrouwt erop dat de contracten nog dit jaar rond zijn.

Voorgaande jaren waren er nooit grote problemen rond de contracten van de huisartsen. Dat ze er nu wel zijn, vloeit voort uit een afspraak die minister Schippers (Volksgezondheid, VVD) vorig jaar maakte met verzekeraars, ziekenhuizen en huisartsen. Om de snelle stijging van de zorgkosten tegen te gaan, sloten ze een akkoord om bepaalde taken van specialisten over te dragen naar de veel voordeliger huisartsen.

Zo kan de huisarts vaak prima controle van en basiszorg voor patiënten met astma, hartklachten of longproblemen overnemen. En een spiraaltje plaatst de huisarts voor zo’n 50 euro, wat in het ziekenhuis het tienvoudige kan kosten.

Voor het verrichten van dit soort taken beloofde Schippers de huisartsen ook geld. Van de verzekeraars. En daar ligt de kern van het probleem. Want tot hun ontsteltenis merken huisartsen dat dit geld niet zo makkelijk loskomt. De verzekeraars, die voor hun patiënten behandelingen inkopen en vergoeden, willen wel de lusten van de afspraak, menen de huisartsen, maar niet de lasten. De consequentie: met de voorliggende vergoedingen zeggen diverse huisartsen dat ze patiënten blijven doorsturen naar dure medisch specialisten in het ziekenhuis. En daarmee ziet ook minister Schippers haar opzet om de zorgkosten te drukken in de knel komen.

Voorgedrukte contracten

Ook Lucas Fraza, huisarts in Hilversum, wijt de problemen aan de zorgverzekeraars. „Steeds meer huisartsen voelen zich niet serieus genomen door de verzekeraar.”

Het steekt bijvoorbeeld dat huisartsen, om de vrije concurrentie te waarborgen, alleen individueel mogen onderhandelen met zorgverzekeraars. Dat resulteert in voorgedrukte standaardcontracten voor de vele huisartsen, die bij hen het gevoel oproepen dat er eigenlijk niets te onderhandelen valt. In interne mailwisselingen spreken huisartsen van TROG-contracten (Tekenen Rechts Onder Graag). Het helpt niet dat verzekeraars ‘relatiebemiddelaars’ inzetten die bij de huisarts over de vloer komen om te praten over zijn contract.

Want, zegt huisarts Peter de Groof: „Zij mogen met ons helemaal geen afspraken maken. Ze mogen alleen op hoger niveau overleggen. Dat schiet niet op.”