ABN Amro moet naar de beurs met bescheiden bescherming

Niemand verlangt naar een herhaling van oktober 2008, toen ministers van Financiën her en der in Europa banken moesten redden. In Nederland nationaliseerde het kabinet Fortis Nederland en ABN Amro. Dat kostte 21,7 miljard euro.

Minister van Financiën Dijsselbloem (PvdA) moet op korte termijn beslissen over de eventuele beursgang van ABN Amro in de loop van volgend jaar. Een onderdeel daarvan is het antwoord op de vraag: hoeveel bescherming moet ABN Amro straks als beursgenoteerde bank hebben tegen overnamebiedingen die niet de instemming hebben van het bestuur? Eind 2007 was ABN Amro de prooi van juist zo’n overname, waar de top van de bank zich maandenlang tegen had verzet. De drie banken die toen ABN Amro kochten, braken de bank in stukken. Fortis kreeg het Nederlandse deel, maar had onvoldoende kapitaal en dreigde een jaar later in de kredietcrisis te kapseizen. Toen greep de overheid in.

In 2007 kon het bankentrio een overname simpel op touw zetten, omdat ABN Amro conform de tijdgeest van onbelemmerd aandeelhouderskapitalisme een paar jaar daarvoor haar beschermingswal tegen vijandige overnames had ontmanteld.

Nu wil ABN Amro vanaf de beursnotering één beschermingsregeling tegen vijandige overnames. Het bestuur staat onder leiding van oud-minister van Financiën Zalm (VVD), die als bewindsman twintig jaar geleden beleggers meer zeggenschapsrechten gaf. Het instituut NLFI, dat namens de overheid alle aandelen van ABN Amro beheert, bepleit bescherming als het aandelenbelang van de staat onder 30 procent is gedaald. Dat kan nog wel even duren.

NLFI rekent kennelijk op meer geld bij verkoop van een bank zonder beschermingsmaatregel. Dat kan zijn, maar staat niet bij voorbaat vast. Andere criteria zullen voor potentiële beleggers ook een rol spelen, zoals de toekomstige winstgevendheid en zakengroei.

De opbrengst van de aandelen moet bij de verkoop uiteraard zwaar wegen. Het is gemeenschapsgeld. Maar andere belangen moeten samen zwaarder wegen. Banken als ABN Amro zijn vitale schakels in het financiële systeem. Dat maakt hen zogeheten systeembanken, die geen minister van Financiën zomaar kan laten vallen.

Daarom is een bescheiden beschermingsconstructie op haar plaats. Niet om de topmanagers te beschermen als zij slecht werk leveren. Niet om een overname te blokkeren door een kapitaalkrachtige buitenlandse bank die bijvoorbeeld Nederlandse bedrijven meer exportkansen biedt. Wel om bij een vijandig bod ruimte te scheppen om de voor- en nadelen rustig af te wegen en eventueel een beter bod van een andere partij te zoeken.