Zelfs Guus Meeuwis vergaapt zich aan taalkunst Kees Torn

De cabaretier over wie de laatste maanden het meest wordt gesproken, is al met cabaret gestopt: Kees Torn. In Zomergasten zat een stukje Torn, gekozen door wiskundige Ionica Smeets, die viel voor zijn slimheid. Het clipje werd een internethit en was vorige week te zien bij Linda de Mols Ik hou van Holland. Als zelfs Guus Meeuwis mompelt dat het goed is, dan is je ster waarlijk tot grote hoogte gestegen.

Het is een onwaarschijnlijk resultaat voor Torn (1967), een woordkunstenaar die een bescheiden schare volgelingen vergaarde en in 2012 besloot na negen programma’s op te houden. Wat maakte er zo’n indruk? Torn goochelt virtuoos met taal. In zijn show Doe mee en win (2004) nodigt hij publiek uit de regels van een liedje af te maken door het laatste woord te vertalen in het Engels en met dat woord de regel tot een zinvol einde te brengen. „Heel eenvoudig”, grapt hij. Torn geeft voorbeelden: „Ik wou dat iemand anders even een liedje song [zong]. Wat lief dat je die rat rat [redt]. Het leek wel of ik zeep soap [zoop]. Wat brutaal dat je die ridder knight [naait].”

Daarna volgt een lied op rijm, dat het publiek moet invullen, met regels als: „Als ik mijn vriendin met een stuk taart... pie [paai] /Naar een blonde haarlok kijk die ik... I [aai] / Vraag ik hoe zij het vindt, waarop zij zucht... sigh [saai].” Etc.

Inmiddels is het tijd voor een comeback, zou je denken. Kom terug, al is maar voor de goede zaak, Case! (Ook die vondst is van hem hoor).

Cabaret om wiskundemeisjes mee te imponeren wordt nu ook gemaakt door Jan Beuving, wiskundige en Daan van Eijk, natuurkundige. Vorige week speelden ze hun debuutvoorstelling Reken maar nergens op. Fascinerend waren de plukjes lach bij de mop met het elektron. Alleen begrijpelijk als je bekend bent met het onzekerheidsprincipe van Heisenberg...

Beuving en Van Eijk maken een puik programma, waarbij ze in de huid van sinus en cosinus stappen en hunkerende nerdliedjes zingen over het ontbreken van vrouwen. „Doutzen Kroes is toch de beste lerares anatomie?/ Wij willen graag Janine Jansen voor snaartheorie!”

Beuving zingt ontroerend over pesten en zijn grootouders. Inventief, hoewel ver van de taalkunst van Torn, is een woeste ‘ruitjesblues’: „Het leven van een mathematicus is pas een feest, als hij wordt bevangen door de hokjesgeest.”

De volgende beta-gast bij Zomergasten moet maar een fragment kiezen.