Weinig meisjesachtig

Waarschijnlijk is Solomonica de Winter (17) de jongste literaire debutant sinds Liesje Schreuders (16, bij de verschijning van Aan de wilde kant in 1995). Zij schreef na haar goed ontvangen debuut nog één roman, in 2001: extreem jong debuteren hoeft dus niet te betekenen dat schrijverschap daadwerkelijk je roeping is. Je moet het willen en je moet het kunnen.

Met de wil van De Winter lijkt alles in orde. Ze vertelde in interviews dat haar boek voortkwam uit kwaadheid omdat haar ouders (de schrijvers Jessica Durlacher en Leon de Winter) tegen haar zin vanuit de VS terugverhuisden naar Nederland. Haar inspiratie zei ze te halen uit Kafka en Dostojevski.

Inderdaad zit er nogal wat duisternis in haar weinig meisjesachtige verhaal. Achter de regenboog wordt voortgestuwd door de woede van de vertelster, het meisje Blue. Zij legt uit aan een dokter hoe zij zich na de dood van haar vader heeft vastgeklampt aan een boek (geen Kafka maar The Wizard of Oz), met praten is gestopt en ertoe is gekomen een moord te plegen. Het sterkste punt van het boek is het slot, met een dubbele verrassing. Ze is duidelijk gegrepen door het plezier van de fictie, de ontdekking dat je in een roman werkelijk alles kunt opschrijven en wáár kunt maken wat je verzint.

Natuurlijk valt er genoeg aan te merken op het verhaal – de voorbereiding op de moord wordt erg lang uitgesponnen – maar met de creativiteit en brutaliteit van De Winter is weinig mis. Veel lastiger is het om te oordelen over haar stilistische vermogens, wat deels te maken heeft met een, mild gezegd, ongelukkige keuze van de uitgeverij. Die liet De Winters oorspronkelijk Engelstalige manuscript vertalen door het bureau Textcase. Er staat één boek in de portfolio van Textcase: de vertaling van Fifty Shades of Grey. Voor wie het gemist heeft: die was monsterlijk. Ook Achter de regenboog is een parade van slechte keuzes, lelijke woordherhalingen en uitdrukkingen waar het Engels doorheen schemert. Daardoor is het na tweehonderd pagina’s nog steeds niet duidelijk waar het stilistische vermogen van De Winter begint en eindigt, al is ze ontegenzeggelijk verder in het bouwen van een plot dan in het schrijven van scherpe zinnen. Maar ze verdient het voordeel van de twijfel. Achter de regenboog is voldoende om nieuwsgierig te zijn naar de nieuwe De Winter.