Sloveense Indiana Jones in Mexico

ontdekte twee Maya-steden in de Mexicaanse jungle.

Archeoloog Ivan Sprajc: „Indiana Jones lijkt op mij, maar ik besta echt.” Foto Arne Hodalic

Een Mexicaans vlaggetje op een standaard. Een wandkaart van het schiereiland Yucatan. Een muur vol boeken over de Maya’s. De werkkamer van Ivan Sprajc op de vierde verdieping van de Sloveense Academie van Wetenschappen en Kunsten in de hoofdstad Ljubljana maakt in een oogopslag duidelijk waarmee hij zich bezighoudt. In eigen land staat de tanige en gebruinde 59-jarige archeoloog bekend als de ‘Indiana Jones van Slovenië’. „Het is eigenlijk andersom”, zegt Sprajc lachend. „Indiana Jones lijkt op mij, maar ik besta echt.”

Deze zomer haalde Sprajc de wereldpers met de ontdekking van twee onbekende Maya-steden in het zuidoosten van de Mexicaanse staat Campeche. De twee steden, Lagunita en Tamchén gedoopt, kenden tussen 600 en 1000 hun bloeiperiode en liggen in het noorden van het ondoorgrondelijke tropische regenwoud van het Calakmul Biosfeerreservaat.

Aan het begin van het gesprek stelt Sprajc ineens een voorwaarde: „Als je mijn sponsors niet noemt, gaat het interview niet door.”

Ik wilde al naar uw sponsors vragen, er zitten een paar onalledaagse tussen, maar eerst de wetenschappelijke kant van uw ontdekkingen. U bent al jaren bezig met een grootschalig inventarisatieproject.

„Dit was de negende veldcampagne sinds 1996. Aanleiding voor de inventarisatie van het gebied van drieduizend vierkante kilometer was de privatisering van land na een grondwetwijziging in 1992. In verband met eventuele bescherming wilden de Mexicanen weten waar Maya-vindplaatsen waren, voordat het gebied privéterrein en ontoegankelijk voor onderzoekers zou worden.”

Hoeveel vindplaatsen waren er in het begin bekend?

„Een tiental. De Amerikaanse archeoloog Karl Ruppert heeft in de jaren dertig enkele steden ontdekt. En Lagunita was in de jaren zeventig ontdekt door Eric von Euw. Maar hun precieze locaties waren verloren gegaan. In die tijd had men nog geen gps; de ene keer blijken de onderzoekers er driehonderd meter naast gezeten te hebben, de andere keer kilometers. En dat in een jungle met twintig tot dertig meter zicht.”

Hoeveel vindplaatsen zijn er nu in het gebied?

„Tachtig, waarvan vijftien steden. De grootste tot nu toe is Chactún, die we vorig jaar hebben gevonden. Net als in Lagunita en Tamchén zijn er piramidevormige tempels, paleisachtige gebouwen, balspelvelden en grote pleinen. De oppervlakte is meer dan 25 hectare; hier moeten minstens dertig- tot veertigduizend mensen hebben gewoond.”

Hoe gaat de opsporing in zijn werk?

„We gebruiken stereoluchtfoto’s op een schaal van 1:20.000 die de nationale reservatendienst in de jaren negentig heeft laten maken. Daarna gaan we de jungle in om vast te stellen wat er echt is. Om de kosten laag te houden gaan we met een klein team: twee andere archeologen, van wie een ook epigraaf [inscriptie-deskundige] is, een specialist in geodesie [aardmeetkunde], vijf lokale arbeiders die oude wegen kennen en een kok – heel belangrijk op zo’n expeditie.”

Op YouTube is te zien hoe de expeditie zich een weg baant door stromen, modder en planten. Hebt u zelf een machete?

„Ik heb er twee. Maar ze worden zo snel bot en je moet ze zo vaak bijslijpen dat ik iedere twee jaar nieuwe moet kopen. De leren schedes heb ik wel langer.”

Wat is de aantrekkingskracht van de jungle?

„Het is een verslaving. Vaak genoeg denk ik ‘waar ben ik mee bezig?’ Het is heet, het is zwaar en er zijn insecten. Maar toch keer ik steeds terug, naar de geuren en indrukken. En net als bergbeklimmen levert het na afloop grote bevrediging op.”

Hoe komt een Sloveen er terecht?

„Bij mijn studiekeuze heb ik getwijfeld tussen astronomie, landbouwkunde en archeologie. Het werd archeologie vanwege de combinatie van academisch denken en avontuur. Eerst was er de interesse voor Noord-Amerikaanse indianen, tot ik erachter kwam dat er ook in Midden-Amerika indianen waren geweest. En op een dag kon ik gemakkelijk een Mexicaanse studiebeurs voor een jaar krijgen.”

Slovenië maakte toen nog deel uit van het communistische Joegoslavië.

„Maar we konden vrij rondreizen. In Mexico heb ik mijn studie afgemaakt en mijn vrouw leren kennen. Verder heb ik er jarenlang voor het Nationaal Instituut voor Antropologie en Geschiedenis gewerkt.”

U houdt zich ook bezig met de astronomische oriëntaties van gebouwen bij de Maya’s. Hebt u in Lagunita en Tamchén op dat gebied nieuwe ontdekkingen kunnen doen?

„Nee, de ruïnes van de tempels zijn te klein om daarover iets te zeggen. In Lagunita hebben we wel een grote façade met een monsterhoofd gevonden, maar dat is waarschijnlijk een hoofdtoegang tot urbane hoven geweest. Alleen religieuze gebouwen hadden een speciale oriëntatie. Wel hebben we in Chactun een zuil gevonden die blijkens de aangebrachte tekst op 5 mei 751 is opgericht. Normaal was zo’n tekst ingehakt, maar in dit geval gaat het om tekens die met stucco zijn aangebracht. Maar wie weet vinden we elders nog meer zuilen met stuccoteksten en was het een gewoon verschijnsel.”

Zeggen de vindplaatsen ook iets over de ineenstorting van het Maya-rijk?

„Lagunita, Tanchén en Chactun zijn alle drie rond 1000 verlaten. Maar we hebben er ook nog sporen uit 1200-1500 gevonden. Onder andere aardewerk dat als een offergift onderaan een zuil lag, maar ook steenfragmenten op hun kop op de hoeken van de balspelvelden. We weten nog niet of het om voorouderverering ging of juist om mensen die geen enkele band met hun voorgangers hadden.”

Gaat u de gevonden steden nog verder onderzoeken?

„Nee, dat mogen anderen doen; een Duits team uit Bonn onderzoekt nu Uxul, onderzoekers van Calgary University zijn bezig in Yaxnohcah en de universiteit van Campeche graaft in Uxmal.”

Wanneer gaat u weer naar de jungle?

„Dat hangt van geldschieters af. Economisch is het een ramp in Slovenië; er bestaat hier geen systeem met academische beurzen voor projecten. Ik ontvang loon, maar een expeditie kost 28.000 euro.”

Vandaar de sponsors. Reisbureau Ars Longa en hotel Rio Bec Dreams kan ik me als gevers voorstellen, evenals het Amerikaanse echtpaar Jones met hun eigen stichting. Maar waarom gaven het Oostenrijkse Villas, gespecialiseerd in daken, en het Sloveense Adria Kombi, dat in transport en logistiek doet, geld?

„Dat zijn persoonlijke contacten. De directeuren zijn geïnteresseerd in Maya’s.”

Wilt u liever weer in Mexico werken?

„Als ze me vragen... Maar wie wil mij nog hebben. Ik ben een oude man.”