Schoorvoetende frontman geëerd

Jazzpianist en componist Jeroen van Vliet kreeg gisteren in het Amsterdamse Bimhuis de Buma Boy Edgarprijs uitgereikt. De jury prees zijn ‘open muzikale geest’.

Pianist en componist Jeroen van Vliet gisteren bij de uitreiking van de Buma Boy Edgarprijs in duet met trompettistEric Vloeimans. Foto Robin Utrecht

Nie huile mar speuluh”, kreeg jazzpianist en componist Jeroen van Vliet van zijn leermeester Willem Kühne, hoofddocent van het Brabants Conservatorium, bij lessen te horen. Die noemde de winnaar van de Buma Boy Edgarprijs 2014, de belangrijkste jazzprijs in Nederland, gisteravond bij de uitreiking in het Bimhuis een buitengewoon talent van wie hij moest erkennen dat híj misschien wel meer van hem had geleerd dan andersom.

In het juryrapport werd Jeroen van Vliet (49) niet alleen om zijn liefde voor improvisatie geprezen, „zo zoekend en zo vrij en speels als een kleuter”. Ook de open geest waarmee hij klinkt in diverse muziekwerelden, van klassiek, vrije impro, elektronische muziek en traditionele jazz, overtuigde de jury. Verder was er de terechte constatering dat Van Vliet muziek maakt, „waarin je je verliest”.

Jarenlang was de pianist uit Tilburg de veelzijdige sideman wiens missie zuiver was: ánderen beter laten klinken. Een „omgevingsmaker voor het verhaal van de solist”, noemde hij zich bij de ceremonie, in zijn uiterst bescheiden dankwoord. Het maakte hem al jaren een ideale en aantrekkelijke begeleider voor bands van trompettist Eric Vloeimans, saxofonist Paul van Kemenade en zangeres Simin Tander. Schoorvoetend is Van Vliet zich als frontman gaan profileren, met eigen bands, maar ook solo op het recente, bekoorlijke album Wait.

Geheel volgens de jarenlange Boy Edgarprijs-traditie liet Van Vliet zich deze avond horen met veel verschillende bands. Fijnzinnig, licht en vrolijk, met bijzondere harmonische vondsten of in hard aangeslagen blokakkoorden. De pianist is trouw aan mooie klanken en gebruikt in zijn spel kleur en verbeelding. Hij is geen om aandacht schreeuwende of zichzelf op de voorgrond wringende musicus, maar intussen creëerde hij grootse sounds, zoals in de vrije bijna meditatieve vorm zonder composities in de elektrische groep OGU.

Niet toevallig trad Van Vliet met veel eerdere Boy Edgarprijs-winnaars op – Van Vliets jazzgeneratie is inmiddels ruim erkend en geprezen. Het duo met trompettist Eric Vloeimans leidde tot beeldschone droomjazz met dansende melodiewolken. Dan het bas- en drumloze Estafest met de twee andere laureaten, gitarist Anton Goudsmit en violist Oene Van Geel, en saxofonist Mete Erker. In hun eigenzinnige kamer-improcomposities gingen invullingen op gevoel: fel en fier, met percussie op cajon, in vreugdedans tussen alle snaarinstrumenten met de saxofoon als prettige dwarsligger. De kracht van Van Vliets stukken is dat ze ondanks alle slinks verstopte details ademen. De soms schitterende muzikale eenvoud zorgde ervoor dat de muziek bleef zweven. Van een buitengewone schoonheid was het duet tussen piano en viool dat diepere lagen blootlegde.