Plek voor werkervaring is ontaard in uitbuiting

Kwakkelende economie wordt te eenzijdig afgewenteld op starters, vindt beleidsmedewerker Sjoerd Korsuize.

Een relatief nieuw fenomeen begint zich steeds meer in te bedden in de Nederlandse arbeidsmarkt: de werkervaringsplaats. De werkervaringsplaats biedt personen – in het algemeen pas afgestudeerden, starters die niet aan een betaalde baan kunnen komen - de kans om in een organisatie werkervaring op te doen. Dit lijkt op een stage. Maar een stage vindt plaats als onderdeel van een opleidingsprogramma. De werkervaringsplaats vindt juist plaats na afloop van de opleiding.

Het idee achter de werkervaringsplaats klinkt nobel. Het is een manier voor iemand die niet aan een baan kan komen om – zoals de naam al doet vermoeden – werkervaring op te doen. In het gunstigste geval zelfs relevante werkervaring.

Juist het gebrek aan werkervaring is voor starters vaak een reden om afgewezen te worden bij sollicitaties, of om überhaupt niet in aanmerking te komen voor veel functies. Verder is de werkervaringsplaats een manier om een gat op het cv te beperken. Een ander voordeel is dat het vervullen van een werkervaringsplek een manier is om een netwerk op te bouwen. Ook kan een werkervaringsplaats zelfs leiden tot een heuse betaalde baan binnen de betreffende organisatie. Maar dit is absoluut geen garantie. Meer in het algemeen is het gewoon fijner voor een ambitieus iemand om actief te participeren dan om eenzaam thuis te schrijven op vacatures.

Lees verder in NRC Handelsblad: ‘Daarom geen melk’ (€)