Nurkse Willem werd een beest

Ooit was hij een meeloper, nu siddert de Amsterdamse onderwereld voor hem.

Als ik word vermoord, heeft Willem Holleeder het gedaan. Het zijn omineuze woorden – uitgesproken door vier mannen die niet meer leven: vastgoedhandelaar en onderwereldbankier Wim Endstra, hasjhandelaar en pandjesbaas Kees Houtman, kroegbaas Thomas van der Bijl en Heinekenontvoerder Cor van Hout. Ze kenden elkaar uit het Amsterdamse milieu. En ze stierven in een plas bloed – geliquideerd in maffiastijl.

Heinekenontvoerder Cor van Hout leefde al jaren in stille onmin met zijn zwager Holleeder. Hun vriendschap was veranderd in minachting – ze stonden elkaar naar het leven. Endstra, Van der Bijl en Houtman hadden alle drie voor hun dood met de politie gesproken over Holleeder. Dat ze door de Neus werden afgeperst en bedreigd. Dat ze vreesden voor hun leven. Wie is die man voor wie zij zo bang waren?

Willem Holleeder (29 mei 1958) groeide op in de Amsterdamse Jordaan. Hij was de oudste zoon in een klassiek gezin van vier kinderen. Zijn vader, Willem Holleeder senior, werkte voor bierbrouwerij Heineken. Zijn moeder, Stien Leipoldt, deed het huishouden. De Holleeders waren niet rijk, maar in vergelijking met hun buren hadden ze het goed.

Wimpie was een stille jongen, vriendelijk en verlegen. Geen praatjesmaker, vertelt Auke Kok in het boek Holleeder, de jonge jaren. Op de lagere school viel Wimpie niet op. Of het moest zijn dat hij opkwam voor kinderen die werden gepest. Hij had een hekel aan onrecht – slachtoffers op het schoolplein konden op hem rekenen.

Holleeder leerde op de Van Houweningen-mavo Cor van Hout kennen. Ze waren tegenpolen. Cor had branie – hij was een durfal met een grote mond en humor. Toch raakten de twee goed bevriend. Tijdens zijn pubertijd veranderde Willem, al dan niet onder invloed van Cor. Niet dat hij een grote mond kreeg, maar de andere kant van die rustige, stille jongen kwam boven – iets ongenaakbaars.

Zoals die ene keer toen hij zijn moeder tien gulden vroeg bij de groentewinkel. Toen Stien hem vijf gulden gaf, had Willem op luide toon nee gezegd. Hij wilde er tien. Toen ze weigerde, werd Willem zo kwaad dat hij het biljet doorscheurde en wegliep.

Die driftbuien had hij van zijn vader, een man met een dwangmatig karakter, een tiran. Het werk op de marketingafdeling van het brouwerijconcern slokte hem helemaal op. Heineken was alles voor Willem senior, al kwam hij niet vaak in de kroeg. Willem senior dronk thuis – veel, en hij mishandelde vrouw en kinderen.

De jonge Willem ontvluchtte zijn ouderlijk huis steeds vaker. Naar café Arie, met Cor. Of naar de sportschool – Willem had zich vast voorgenomen sterker te worden dan zijn vader. Daar leerde hij het criminele milieu kennen. Op een dag, toen zijn vader weer eens begon te slaan, sloeg Willem terug. Dit keer kreeg pa een pak rammel, en ook anderszins nam junior de plaats van senior over. Vanaf dat moment moest iedereen in huize Holleeder naar Willem junior luisteren. Wimpie, nog geen twintig jaar oud, was Wim geworden.

Holleeder had toen al wat ‘zaken’ lopen met Cor van Hout. Cor was de voorman, Willem de uitvoerder. Het duo kreeg landelijke bekendheid door de ontvoering van biermagnaat Freddy Heineken en diens chauffeur Ab Doderer in 1983. Holleeder vluchtte naar Frankrijk met Cor van Hout, die inmiddels was getrouwd met Willems zusje Sonja. De vluchtauto werd geleverd door Thomas van der Bijl, een goede vriend van het duo en – inderdaad – de man die volgens justitie in opdracht van Holleeder is geliquideerd.

In 1991 zat hun celstraf voor de ontvoering erop, en gingen Holleeder en Van Hout samen in zaken op de Amsterdamse Wallen. De ‘bloedgabbers’ kregen in 1996 echter een conflict, over geld, trouw en zeggenschap. Willem had genoeg van de branie van Cor, die bovendien te veel dronk. Willem wilde niet meer meelopen, hij wilde zelf aan de touwtjes trekken.

De overlever Holleeder ging nieuwe coalities aan in de onderwereld, met beroepscrimineel John Mieremet en Endstra. Ook met hen kreeg hij ruzie over geld, in 2002. Holleeder begon met het afpersen van Endstra, die hem vlak voor zijn dood in 2004 omschreef als een absolute topcrimineel: „Hij is zo goed, en zo voorzichtig.”

Thomas van der Bijl vertelde voor zijn dood dat de moord op Cor van Hout, in 2003, Holleeder had veranderd. De wat stille, nurkse, teruggetrokken man was harder geworden, volgens Van der Bijl, en heel irritant. „Je kent hem niet meer terug, het is een beest geworden.”

Die Holleeder begon in 2004 Kees Houtman af te persen. Op een zaterdag hadden er twee bewapende mannen aan diens deur staan dreigen: hij moest de koop van een aantal panden uit de erfenis van Endstra terugdraaien. Kees Houtman was geen kleine jongen in het criminele milieu. Hij was een van de voormannen geweest van de Denkers, een beruchte groep bankovervallers uit de Kinkerbuurt, die in de jaren tachtig een serie bankovervallen uitvoerde. Daarna was hij in de hasjhandel gegaan en in het vastgoed.

De bedreiging had hem geschokt, vertelde Kees Houtman niet zo lang voor zijn dood aan de politie. Niet zozeer dát hij bedreigd was, maar door wie. De twee mannen aan zijn deur waren twee oude vrienden geweest, met wie hij lief en leed had gedeeld. Die twee waren overgelopen naar het kamp van Holleeder. De Neus had niet alleen zijn jeugdvrienden afgepakt, hij gebruikte juist hen om Houtman af te persen. De psychologie daarvan kon niemand ontgaan.

De vete met Houtman lijkt Holleeder alsnog op te breken. De pandjesbaas werd in november 2005 doodgeschoten. Die liquidatie, stelt justitie nu, werd uitgevoerd in opdracht van Willem Holleeder.

Lees ook in NRC Handelsblad: Holleeder is toch niet onaantastbaar