Nederland praat zich een weg naar de top

Vandaag is het KNVB-congres over de toekomst van het Nederlands voetbal. Geld is niet de sleutel.

Illustratie Anniek Tijmes

Terwijl u dit leest zijn PSV, Ajax en Feyenoord reeds gekoppeld aan tegenstanders in de zestiende finales van de Europa League, via de loting om 13.00 uur deze middag. Opnieuw geen Nederlandse clubs in de balletjes van de loting vanochtend voor de tweede ronde Champions League, dat was al bekend, want op dat niveau hebben ‘we’ weer moeten passen.

Niemand verwacht dat vandaag op het KNVB-congres in de Utrechtse Galgenwaard – dat de prozaïsche titel ‘De Toekomst van het Nederlands voetbal’ heeft meegekregen – het Nederlands voetbal al pratend terug naar de Europese top is gebracht. Toch is praten, noem het spelersbegeleiding, wel het voornaamste wapen van beleidsmakers bij eredivisieclubs. Praten met spelers, praten met ouders, met begeleiders, met zaakwaarnemers en die allemaal betrekken bij het totale plaatje van talentontwikkeling. Met één gezamenlijk doel: dat ze langer bij ‘ons’ blijven én tegelijkertijd later succesvoller worden.

Want over één ding is iedereen het eens: de kloof is met geld niet te dichten, zeiden technisch directeuren Marcel Brands (PSV), Marc Overmars (Ajax) en Martin van Geel (Feyenoord) zaterdag in een rondetafelgesprek in het Algemeen Dagblad. Nederland is te klein, clubs zijn weerloos tegen de sleepnetten van grote clubs die onze talentenvijvers leeg vissen. „Als papa een salaris heeft van 30.000 euro en zoonlief kan voor 250.000 euro per jaar naar Engeland, moet zo’n familie wel erg sterk in de schoenen staan hoor”, zei Brands. „Wij kunnen zulke dingen niet bieden.”

Zakkenvullers

Het draagvlak in Nederland ontbreekt ook voor (nog) hogere beloning voor voetballers, bleek dan weer in een van de rapporten van het Sociaal en Cultureel Planbureau tijdens diens ‘Week van het Verschil’. In een enquête over hoe rechtvaardig mensen bepaalde soorten vermogensverkrijging vinden, kwam de voetballer er het slechts van af in een rijtje van rijkdom verkregen door een succesbedrijf, via een erfenis, met de ontwikkeling van een internetgame, als soapacteur of als voetballer.

Stukje context bij Nederlandse sportbeleving: liever geen zakkenvullers. Slechts een derde van de ondervraagden vindt het wel tamelijk tot volstrekt rechtvaardig dat iemand zich rijk kan voetballen. Dat tegenover 90 procent van de ondervraagden die niet negatief staat tegenover iemand die zijn rijkdom vergaarde via een erfenis.

De drie ‘td’s’ bleven in gesprek met AD niet lang stilstaan bij de kwestie van hogere salarissen. Of je nu jaarlijks 1 miljoen euro (salaris van topspelers in Nederland) of 2 miljoen euro overmaakt, daar maak je het verschil niet mee, zei Overmars. Zo verdedigt hij al twee jaar zijn zuinige beleid bij Ajax. Hij bestrijdt dat een miljoentje meer de komst mogelijk maakt van een speler die internationaal zijn sporen heeft verdiend. Of het langer blijven van net dat ene megatalent.

Confronteren

Feyenoords ‘td’ Van Geel sprak over 29 Nederlanders die op jonge leeftijd naar Engeland vertrokken, van wie slechts één (keeper Tim Krul van Newcastle United) het heeft gered – al doet Nathan Aké soms aardig mee bij Chelsea. De terugkeer naar Nederland van Twente’s Kyle Ebecilio (Arsenal) of PSV-spelers Jeffrey Bruma (van Chelsea) en Karim Rekik (Manchester City) is tekenend, al zijn ze ongetwijfeld rijker geworden op hun onorthodoxe route naar de (sub)top. Als het niet in ervaring is, dan wel materieel.

Anderen zijn wel op een dwaalspoor gekomen, en die verhalen moeten worden gebruikt als afschrikmiddel, zei Overmars. „Confronterend voorlichten” van ouders en spelers als middel om transfers op (te) jonge leeftijd tegen te gaan. „Ook harde voorbeelden van jongens die kapot zijn gegaan.” Van Geel en Brands noemden daarbij de rol die Feyenoorders Joris Mathijsen, Roy Makaay en Giovanni van Bronckhorst respectievelijk Mark van Bommel en Ruud van Nistelrooy bij PSV kunnen spelen in talentbegeleiding. Ook Ajax heeft oud-topvoetballers aan zich gebonden met dat doel: het juiste perspectief schetsen voor talenten.

In die zin vervullen de (traditionele) topdrieclubs PSV, Ajax en Feyenoord een voorbeeldfunctie, sportief en beleidsmatig. Praten, coachen, begeleiden, sturen van talenten. Zou zo maar kunnen leiden tot succes. In de Europa League.