Moordende Amerikaanse arts is nu Medea

Heebink en Greidanus spelen uitmuntend toneel in hedendaagse bewerking van ‘Medea’ door Simon Stone

Hartverscheurend en huiveringwekkend:Marieke Heebink als arts Anna enAus Greidanus jr als haar echtgenoot in ‘Medea’Foto Sanne Peper

Ze heet Anna, ze is arts, moeder en echtgenote, en ze heeft een fout gemaakt. En nu probeert ze die uit alle macht te herstellen. Maar haar baan – haar status, haar bestaansrecht - is ze kwijt, ze slikt pillen en haar man slaapt in een ander bed. Simon Stone brengt kindermoordenares Medea bij Toneelgroep Amsterdam griezelig dichtbij. Niks geen tovenares, gewoon een vrouw als u en ik. Haar daden zijn gruwelijk, maar Stone maakt de omstandigheden en emoties die haar ertoe drijven wel heel invoelbaar.

De Australische regisseur nam het raamwerk van Euripides’ tragedie en voorzag dat van een eigentijdse invulling. Hij vermengde het verhaal van Medea met dat van Debora Greene, een Amerikaanse vrouw, arts, die in 1995 werd gearresteerd nadat ze had geprobeerd haar man te vergiftigen, en daarna een brand stichtte die twee van haar kinderen het leven kostte.

De hoofdpersonages uit Medea behield Stone: Medea en Jason werden Anna en Lucas. Glauce, de vrouw voor wie Jason Medea verlaat, is Clara, haar vader, bij Euripides’ de koning, is hier de werkgever van Anna en Lucas. En hun twee kinderen, om wie de klassieke tragedie uiteindelijk draait, krijgen van Stone nadrukkelijk een prominente rol. Voortdurend zijn ze op toneel, deze Edgar en Gijs – hun jonge, hoopvolle gezichten filmisch uitvergroot. Gewone jochies van een jaar of tien, twaalf, met rugzakken en gympies, die praten over Playstation, The Sopranos en ‘Gangnam Style’.

Die speelse taal, vol referenties aan de populaire cultuur, is een handelsmerk van Stone, van wie eerder in Nederland Wild Duck en Thyestes te zien waren. Herkenbare tv-taal gelardeerd met geweld; dat botst, schuurt en verontrust. Stone maakt toneel om van wakker te liggen.

In Medea is dat contrast minder nadrukkelijk. De volwassen acteurs, onder wie Marieke Heebink (Anna) en Aus Greidanus jr. (Lucas) bezigen de luchtige taal niet of nauwelijks. Ze roepen wel fuck, maar gebruiken dan plots weer veel poëtischer termen.

De soms al te plechtige toneeltaal doet het – reële – vermoeden van een taalbarrière rijzen: hoe kan Stone ooit weten wat in het Nederlands ultra-actueel taalgebruik is? Vertalers Peter van Kraaij en Vera Hoogstad lijken niet consequent in zijn geest te hebben gewerkt. Of het is bewust, om de kinderen bij het publiek een voorsprong te geven op de ouders, maar dan is het onevenwichtig gedaan.

Een ander stijlverschil met de voorgangers is tempo. Heebink en Greidanus spelen tonéél, in plaats van dat ze verbaal pingpongen als in een Aaron Sorkin-scenario. De tekst krijgt veel effect, nadruk en drama. Het lijkt al met al alsof Stone bij TA niet helemaal zijn zin heeft gekregen.

Maar dan: is dat erg? Welnee. Gelukkig spelen Heebink en Greidanus uitmuntend toneel. Haar hoopvolle blik en verlegen, verzoenende lachje bij de hereniging zijn prachtig. De broze momenten van herstellend gezinsgeluk roerend en schrijnend. En het ontwapenende vertrouwen waarmee de kinderen hun moeder terug ontvangen hartverscheurend en huiveringwekkend. Het mag niet. En toch: hoe kan een kind ooit anders?

Bob Cousins ontwierp een verontrustend decor; een eindeloze hagelwitte ruimte met als enige rekwisiet een camera, waarmee de jongens een videodagboek maken. Alsof de personages zich al in een soort twilight zone bevinden, ergens voorbij dit aardse bestaan. Halverwege begint het zachtjes as te regenen, een mooi omineus effect dat vooruitwijst naar de fatale brand. Het communiceert effectief de onontkoombaarheid van het drama, hoe graag Anna – en wij – ook willen dat het anders loopt, dit is Medea; de kinderen zijn al dood.

Heebink laat intussen het onheil schitterend indalen. Haar mantra: ‘alles is ok!’ verandert langzaam van betekenis. Van hoopvol; dit gaat goed komen! tot berustend – het komt niet meer goed. Op dat punt aanvaardt Anna het onaanvaardbare. Zij wel.