Mocromaffia

ILLUSTRATIE OLIVIA ETTEMA

Het is niet zo dat mocromaffia vorige week voor het eerst in deze krant stond. Eerder was het me niet opgevallen, maar nu stond het in een kop, dus met grote letters.

Mocromaffia is een woord om even bij stil te staan. In de eerste plaats natuurlijk omdat het is gekoppeld aan een golf van liquidaties die in Nederland z’n weerga niet kent.

Mocro is straattaal. Het kan ‘Marokkaan’ of ‘Marokkaans’ betekenen. De Grote Van Dale nam mocro in 2006 op, maar de taalkundige René Appel vermeldde het al in 2001 in een publicatie over straattaal. Volgens hem is mocro Surinaams voor ‘Marokkaans’.

Of mocro – dat ook in de spelling mokro voorkomt – inderdaad van Surinaamse origine is weet ik niet, wel is duidelijk dat Marokkaanse jongeren het snel als geuzennaam adopteerden. Zo schreef Hans Werdmölder in 2005 in het boek Marokkaanse lieverdjes: „Werden Marokkaanse jongens in beleidskringen eerst nog liefkozend boefjes of boefjes in de dop genoemd, in een onbewaakt ogenblik had voormalig wethouder Rob Oudkerk het zelfs over kut-Marokkanen. Ook op straat, in de bus of metro en op andere publieke plaatsen is men wat minder begripvol geworden. Daar staan ze bekend als natogs (‘Noordafrikaanse teringlijders op gympen’), kolere-Marokkanen, raddraaiers, rifratjes, naffers, etterbakken, strandettertjes. Zelf noemen ze zich het liefst Mocro’s.” In 2005 kreeg mocro landelijke bekendheid door Leipe Mocro Flavour, een lied van rapper Ali B, dat op de tweede plaats in de Top 40 terechtkwam.

Het Italiaanse maffia – ze schrijven het zelf met één f – is in 1874 voor het eerst in het Nederlands gesignaleerd, in de Tilburgsche courant: „Te Palermo zijn een aantal personen gearresteerd verdacht van deelgenootschap aan de onder den naam Maffia beruchte dievenbende.”

Mocromaffia is een jong woord. In 2008 werd het gebruikt in een discussie op marokko.nl („kennelijk is er inmiddels een mocro-maffia bijgekomen”) in 2010 stond het voor het eerst in deze krant, in de kop ‘Mocro-maffia met schaap onder arm’. Dit stond boven een bespreking van een „luchtige gangsterkomedie” getiteld ‘De Infiltrant’, over vriendenverraad in een Marokkaanse cocaïnebende. Mocromaffia lijkt niet meteen te zijn aangeslagen, want pas in juni 2013 duikt het nogmaals op in een krant, nu in De Telegraaf: „De verdachte (...) wordt beschouwd als een prominent lid van de zogenoemde Mocro-maffia, een groep Marokkaanse criminelen die al een tijd dood en verderf zaait in de hoofdstad.”

De overzichten van de nieuwe woorden van 2014 moeten nog worden gepubliceerd, maar het allitererende mocromaffia zou daarin zeker niet misstaan, want pas dit jaar is het echt doorgebroken. Het stond ruim honderd keer in kranten, en Wouter Laumans en Marijn Schrijver publiceerden in september een boek getiteld Mocromaffia. Geld, ambitie, hoogmoed en verraad in de onderwereld.

In feite is mocromaffia slechts een nieuwe samenstelling met -maffia. Daar zijn er al heel wat van. De Grote Van Dale vermeldt er elf, van bouwmaffia tot welzijnsmaffia, maar je googelt er zo tientallen bij elkaar. Recentelijk beleefde taximaffia weer een piek. Ook dat woord staat overigens in de Grote Van Dale, een aanwijzing dat het al langere tijd in het hele Nederlandse taalgebied wordt gebruikt.