Column

Knuffelcrimineel

Holleeder opgepakt – ze zullen hem nog missen in de Jordaan waar hij zich regelmatig liet zien. Een poosje geleden stak ik met mijn vrouw de Rozengracht over via het zebrapad ter hoogte van bakkerswinkel ’t Stoepje. Toen we de overkant hadden bereikt, zei ze: „Weet je wie er keurig voor het stoplicht stond te wachten tot we overgestoken waren? Holleeder!” Ik keek meteen achterom en zag een gehelmde scooterrijder die me een slordige blik toewierp voor hij wegspurtte.

Oog in oog met een van de grootste misdadigers die dit land heeft voortgebracht – ik had niet voor niets geleefd, besefte ik.

Al eerder, in 2006, had ik hem meegemaakt in het proces tegen hem en negen andere verdachten voor de Amsterdamse rechtbank. Hij klonk toen afwisselend berustend en verongelijkt, hij vond de vragen van de rechters te achterdochtig. „Flauwe dingen’’, zei hij, „ik ben tegen iedereen altijd erg beleefd, zelfs extra beleefd. Ik heb misschien een gezicht dat erg stug overkomt, maar ik doe wel aardig. Ik ben van nature gewoon aardig.”

In die dagen kon je in deze krant lezen hoe kroegbaas en hasjhandelaar Thomas van der Bijl door Holleeder behandeld werd. Als Van der Bijl op 6 november 2004 zijn café De Hallen binnenstapt, staat Holleeder hem op te wachten.

Nog voordat Van der Bijl hem kan groeten, krijgt hij een harde klap op het achterhoofd. „Van der Bijl moet zijn mond houden”, zegt Holleeder terwijl hij toekijkt hoe zijn oude vriend door een handlanger in elkaar geslagen wordt. Van der Bijl had in het openbaar gezegd dat Holleeder verantwoordelijk was voor de liquidatie, in 2003, van Cor van Hout.

Twee jaar later wordt Van der Bijl in diezelfde kroeg geliquideerd. Voor die moord en die op vastgoedhandelaar Kees Houtman is Holleeder nu opgepakt. Voor zijn betrokkenheid bij de moord op Van Hout heeft justitie kennelijk onvoldoende hard bewijs.

Ik moet dezer dagen nogal eens denken aan de populariteit die Holleeder na zijn vrijlating in 2012 begon te krijgen.

Al die mensen die lachend met hem op de foto wilden, College Tour van de NTR dat hem een podium verschafte om zijn ontwijkende leuterpraatjes aan studenten te slijten, Lange Frans die het lied Willem is terug met hem opnam, de Nieuwe Revu die hem een column gaf. Even leek Nederland geen grotere held te kennen dan Willem Holleeder, erkend ontvoerder, afperser en mogelijk straks ook moordenaar. Onze ‘knuffelcrimineel’.

Onlangs vertelde Peter R. de Vries in het openbaar wat hem in die dagen overkwam. Holleeder die om tien uur ’s avonds bij hem aanbelde en hem aan de deur begon te bedreigen: „Moet ik het nu afmaken? Ik dreig niet, ik doe.”

Het werd de laatste tijd stiller rond Holleeder, alsof zelfs zijn bewonderaars begonnen te beseffen dat er voor romantiek rond deze figuur geen reden is.

Zelf blijf ik gefascineerd door de mogelijkheid dat Holleeder ook de hand in de moord op Cor van Hout heeft gehad. Zijn jeugdvriend, zwager, bloedbroeder, mede-ontvoerder van Heineken!

Zaterdag, op de dag dat Holleeder weer werd opgepakt, liep ik even naar het graf van Van Hout op begraafplaats Vredenhof nabij de Jordaan. Het is daar een van de opvallendste graven, een soort praalgraf van gemarmerde steen met in gouden letters erboven: ‘Familiegraf’ en ‘Voor altijd samen’. Ik had er weleens bloemen op gezien, maar het was nu kaal en onversierd. Lag hij daar omdat Holleeder het had gewild?