Eis in hoger beroep: twee jaar cel voor vermeende Syriëganger

Omar H. in de rechtszaal (archieffoto uit 2013). Foto ANP / Aloys Oosterwijk

In hoger beroep is twee jaar cel geëist tegen de vermeende Syriëganger Omar H. De 23-jarige man wordt verdacht van voorbereidingshandelingen voor een terroristisch misdrijf, schrijft persbureau ANP. Daarnaast staat hij terecht voor het voorbereiden van ontploffing en brandstichting.

eerste keer in beroep

Het is de eerste keer dat een verdachte in hoger beroep terechtstaat voor uitreisplannen naar Syrië. Vorige week kreeg H. in de rechtbank een jaar celstraf, waarvan vier maanden voorwaardelijk. Hij werd toen niet veroordeeld voor de voorbereiding van terroristische praktijken. Het Openbaar Ministerie (OM) ging vervolgens in beroep.

Toen de politie H. in 2012 arresteerde, vonden agenten in zijn woning tien meter ontstekingslont, een kilo aluminium en dvd’s met tientallen jihadistische films. Volgens justitie zette hij ook jihadistische video’s en opruiende teksten online.

‘bij terugkomst een bedreiging’

Volgens het OM wilde H. naar Syrië om zich aan te sluiten bij de strijd van terreurgroep Islamitische Staat. De aanklager:

“Er is een risico dat jihadreizigers in de conflictgebieden expertise en strijdervaring opdoen en bij terugkomst in Nederland een dreiging vormen, omdat zij radicaal, getraumatiseerd en in hoge mate geweldsbereid kunnen terugkeren.

Volgens NRC-verslaggever Christiaan Pelgrim draait de zaak om een relatief nieuwe anti-terreurwet, en hoe je die moet uitleggen. Deze wet stelt het voorbereiden en trainen voor terreurmisdrijven strafbaar.

“Het OM vindt dat Omar H. niet alleen veroordeeld moest worden voor het voorbereiden van brandstichting en ontploffing, maar ook voor het voorbereiden van een terroristisch misdrijf. Dat is belangrijk voor toekomstige zaken tegen mensen die een reis naar Syrië hebben voorbereid.”

“Bij H. werden nog ontstekingslont en aluminium gevonden, maar het OM wil ook mensen kunnen vervolgen bij wie dat niet het geval was.”

De uitspraak volgt 27 januari.