Honger naar groots geluid

De Amerikaanse celliste Alisa Weilerstein (1982) heeft een onstilbare honger naar het grootse geluid. Niet elk repertoire is gebaat bij haar ronkende toon. Maar op haar eerste soloalbum Solo maakt Weilerstein een gelukkige keuze voor 20ste-eeuwse muziek met brede adem en volkse inslag. In de Sonate van Kodály, door Pieter Wispelwey ooit een ‘tyrannosaurus van het cellorepertoire’ genoemd, laat de Amerikaanse de rauwe partij bijten en lispelen. Osvaldo Golijovs Omaramor is een wat te neuzelend werk, waarin de harmonieën van een tangoliedje schuilgaan in een nerveuze notenregen. Fantastisch borduurt Gaspar Cassadó in zijn Cellosuite voort op Kodály, met woeste ritmiek van Spaanse bodem, door de celliste met overrompelende overtuiging gebracht. Seven Tunes Heard in China van Bright Sheng brengt de potentieel kitscherige pentatoniek terug naar de ongepolijste oorsprong, en dat laat Weilerstein goed horen ook.