Echt of vals?

Duizenden documenten krijgt de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) elk jaar onder ogen. Een team van twaalf specialisten kijkt er naar om originele van vervalste papieren te onderscheiden.

Met hulp van ultraviolet-lampen, microscopen en twee systemen vol opgeslagen internationale gegevens controleert het Bureau Documenten van de Immigratie- en Naturalisatiedienst identiteitspapieren op echtheid. Het doel is te bepalen of iemand werkelijk is wie hij zegt dat hij is. En daarmee dus weten wie zich in Nederland bevindt en of diegene terecht gebruik maakt van overheidsvoorzieningen.

Een groep van twaalf ‘superspecialisten’, zoals ze zichzelf noemen, houdt in Zwolle kantoor. Ze hebben er een sport van gemaakt fouten te ontdekken in identiteitspapieren van vreemdelingen. In weerwil van het beeld dat van identiteitsfraude bestaat, onderzoeken de ambtenaren niet alleen paspoorten of identiteitskaarten. Het gaat om uittreksels uit geboorteregisters, huwelijksregisters en overlijdensregisters. Om familieboekjes, rijbewijzen, woonverklaringen en politieverklaringen.

Juist bij zulke ‘brondocumenten’ gaat het namelijk meestal mis, vertelt documentenexpert Fred Hoogenberg. „Met die brondocumenten kun je reisdocumenten aanvragen. Dus in veel gevallen is het paspoort van iemand wel gewoon geldig en echt, maar is dat gebaseerd op een vals uittreksel uit het geboorteregister.”

Fred Hoogenberg begon in 1999 samen met één collega als eerste met onderzoek naar de echtheid van zulke brondocumenten. Aanleiding vormde de slechte kwaliteit van verblijfspapieren voor vreemdelingen die het Nederlandse ministerie van Justitie uitgaf. Die waren van karton en bleken veel te gemakkelijk na te maken. Dus moest er onderzoek komen naar de achterliggende brondocumenten. En sindsdien breidde hun afdeling uit tot wat het Bureau Documenten nu is.

Tienduizenden documenten per jaar

Een haast onmetelijke stroom documenten van vreemdelingen trekt jaarlijks voorbij aan gemeenten, de Koninklijke Marechaussee, de Immigratie- en Naturalisatiedienst en andere overheidsinstellingen. Zij beoordelen die papieren op echtheid – alleen bij twijfel schakelen ze het Bureau Documenten in. Dat gebeurt met ruim tienduizend documenten per jaar. En de puzzel die de onderzoekers compleet moeten zien te krijgen, is sinds de jaren negentig vele malen internationaler geworden.

Hoogenberg is liever niet al te concreet over de aanwijzingen waaruit hij kan opmaken dat documenten vervalst zijn. Dat zou vervalsers die nu actief zijn alleen maar wijzer maken dan nodig.

Als voorbeeld geeft hij de gemeente Argenteuil, een noordelijke voorstad van Parijs. Daar kwamen een paar jaar geleden ineens wel erg veel vreemdelingen vandaan die zich met een geboorteakte identificeerden. Die akte bestaat uit niet veel meer dan een printje met wat persoonlijke gegevens, een gemeentelijke stempel en één slordige handtekening van een ambtenaar. Maar onder de microscoop bleken de stempels geen authentieke stempels, maar een verzameling pixels van een printer.

Of neem Haïti. In Port-au-Prince zit een centrale afgifte van geboortedocumenten. Er staan allerlei stempels op het formulier, tot aan die van het Nederlandse consulaat aan toe. Maar één van de ‘eerste’ stempels uit het rijtje bleek van een aardappel gemaakt. Dit voorbeeld dateert uit 2001, maar nog steeds krijgt het Bureau Documenten elke maand zo’n vijftien tot twintig documenten uit Haïti om op echtheid te controleren.

Mentale kaart

Het Bureau Documenten gaat de hele ‘keten’ die een reisdocument heeft afgelegd nog eens langs. Elke onderzoeker heeft zijn eigen groep landen als specialisme. Twee jaar geleden ging bijvoorbeeld de Irak-expert daar op onderzoek uit: hoe geven de ambtenaren daar hun documenten uit? Zo bouwen de experts een mentale kaart in hun hoofd: dáár werken de lokale autoriteiten met díe stempel, dáár zijn de woonaktes rood, blauw of hebben ze zó’n specifiek watermerk.

De meeste landen werken graag mee aan deze manier van fraude opsporen, zegt Fred Hoogenberg. „De autoriteiten daar worden immers niet graag belazerd.” Dus stel dat plotseling een onbekende naam van een ambtenaar op een formulier prijkt: één telefoontje en het Bureau weet al of er inderdaad een nieuwe ambtenaar op de afdeling is komen werken. En dus of het document echt is of niet.

Maar hoeveel documentenfraude ontdekt het Bureau nou werkelijk? Het totale percentage documenten dat het Bureau als vals aanwijst, schommelt jaarlijks tussen de 10 en 20 procent. Deze bevindingen van het Bureau kunnen ook in juridische procedures tegen vreemdelingen werken die met zo’n vals document, of met een écht paspoort dat is verkregen met valse documenten, verblijf in Nederland willen krijgen.

En soms is de waarde van het falsificeren groter dan de individuele zaak. Bijvoorbeeld in mensenhandelzaak ‘Koolvis’, het grote proces tegen een bende Nigeriaanse mensenhandelaars die tientallen minderjarige meisjes Nederland zouden hebben binnengesluisd om hen in Zuid-Europa te laten werken als prostituee. Zij hadden brieven bij zich als bewijs dat zij lid waren van de St. Joseph Church, als ondersteuning van hun verhaal. Die bleken vals.

Uitkeringsfraude

De totale omvang van documentenfraude is en blijft een dark number. Het is moeilijk te signaleren en lokale ambtenaren weten vaak niet goed wat ze met het probleem aanmoeten. Uit onderzoek van de Adviescommissie Vreemdelingenzaken uit 2010 bleek dat het aantal ontdekte fraudegevallen sterk verschilt per gemeente. Eén grote gemeente „met een actieve fraudeaanpak” ontdekt wekelijks één tot twee gevallen van identiteits- en documentfraude. Bij andere gemeenten gebeurt dat maar een enkele keer per jaar.

De onderzoekers van het Bureau Documenten zouden ook best méér aandacht voor dit fenomeen willen. Ze geven trainingen aan gemeenten en aan enkele tientallen andere landen. Discs, één van de databases die de onderzoekers gebruiken, is gratis toegankelijk voor alle Nederlandse gemeenten en voor alle landen die aan Interpol deelnemen.

In Oost-Nederland zijn gemeenten, politie, Openbaar Ministerie en het Bureau Documenten daarom onlangs een samenwerking begonnen. Ze willen toch alerter op de documentenfraude zijn. Als gemeenten de identiteitsfraude niet ontdekken, kan iemand worden ingeschreven en aanspraak maken op overheidsvoorzieningen: uitkeringen, toeslagen en zorg. Baliemedewerkers van gemeenten krijgen betere training en aangifte moet daar voortaan wél tot vervolging leiden.