Column

De man die zijn volk leerde sterven

Filosoof René Gude met zijn Babs inDe Kist (EO)

De Kist bestaat al vijf jaar, maar nooit was het interviewprogramma zo op zijn plaats als gisteravond met René Gude. De filosoof staat op het punt om te sterven en heeft daarover al een paar indrukwekkende interviews gegeven. Nu levert hij daar een krachtig beeld bij: een doodskist voor een man met één been.

In het programma komt EO-interviewer Kefah Allush langs met een grafkist op zijn autodak om over de dood te praten. Net als in het vergelijkbare Adieu God is het zware onderwerp een mooi uitgangspunt voor een persoonlijk gesprek. Maar dit keer is het anders: het gesprek gaat echt alleen maar over doodgaan.

René Gude, Denker des Vaderlands, wil zijn volk leren sterven. Volgens zijn slagzin („Sterven is doodeenvoudig, iedereen kan het”) is daar weliswaar geen kunst aan, maar veel mensen sterven gestresst en eenzaam, en dat is niet nodig. Gude pleit voor een stoïsche benadering. Probeer er wat van het maken, met humor en liefde. En vooral: niet strijden, maar berustend verdragen.

Dat leidt tot een memorabele uitzending vol inlijstbare uitspraken. Hij is er trots op dat hij dankzij de filosofie de wanorde in zijn hoofd heeft leren beheersen: „Ik wil niet herinnerd worden om wie ik was, maar om wie ik geworden ben. Dat is mijn bijdrage.”

Over het idee dat de wereld gewoon verder gaat zonder hem, zegt Gude, in tranen: „Verdriet is meestal een mengsel van: ik ben blij dat het doorgaat, maar ik ben er niet meer bij.” Hij had zo graag nog wat langer willen genieten. Verdriet is goed, volgens hem: „Bij woede wil je weg, bij angst wil je terug, maar bij verdriet wil je je vermeien.”

Tijdens het interview dient de blankhouten kist als gesprekstafel. Op het eind gaat Gude even in de kist liggen. Hij zit als gegoten. Eigenlijk een beetje krap. Alleen zijn resterende tenen steken eruit.

Berusting is niet weggelegd voor de nabestaanden in Martin Luther King: Mississippi Burning, een documentaire uit de VPRO-reeks Speeches. De toespraak ‘I Have a Dream’ (1963) van Martin Luther King dient hier slechts als opmaat voor een schaduwverhaal, over drie burgerrechten- activisten die in 1964 in het stadje Philadelphia (Mississippi) werden vermoord door mannen van de Ku Klux Klan; in 1988 verfilmd als Mississippi Burning. De meeste daders kwamen ermee weg. Wrang is dat dit geen geschiedenis is, gezien de recente rellen rond Amerikaanse politieagenten die straffeloos ongewapende zwarten doodschoten. Gelukkig is het land dat de racismekwestie kan sublimeren in een zwartepietendebat, hoe fel dat soms ook is.

Opmerkelijk is het verhaal van een zwarte footballspeler uit het stadje. Hij is al zijn leven lang bevriend met de zoon van de racistische sheriff, een van de hoofdverdachten van de lynchpartij. Hij was daar kind aan huis. Over de vader willen zij geen kwaad woord horen. Je ziet de zwarte en de blanke man samen vissen.

Is dat vergeven of verdringen? Wegkijken of berusten? En kun je dat leren, ook als je geen aanleg hebt voor vergeven of berusten? Misschien even met René Gude bellen, voor wijze raad.

(Mediaredacteur Wilfred Takken vervangt deze week Hans Beerekamp.)