Controleer sjoemelende bazen

Geboefte en sjoemelaars onder de werkgevers en uitzendbureaus moeten oppassen: minister Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, PvdA) gaat trachten hun het leven zuur te maken. Hij gebruikte deze scheldwoorden vrijdagmiddag bij de presentatie van zijn wetsvoorstel over de aanpak van zogeheten schijnconstructies. Dat voorstel moet in sectoren als de bouw, het vervoer en andere bedrijfstakken onderbetaling van werknemers, valse concurrentie en andere oneerlijke praktijken tegengaan.

Die worden vooral veroorzaakt doordat arbeiders uit Midden- en Oost-Europese landen die tot de Europese Unie behoren, hier de arbeidsmarkt zijn opgestroomd. Soms worden ze uitgebuit – hoe vaak dit voorkomt is niet bekend – en ze doen werk dat Nederlanders daardoor mislopen. Asscher gebruikte al vaker alarmerende termen („code oranje”) om deze problematiek binnen de EU te schetsen. Het voorstel dat hij nu bij de Tweede Kamer heeft ingediend, had hij beloofd in het sociaal akkoord dat hij vorig jaar met werkgevers- en werknemersorganisaties sloot.

Vraag is nu: gaat de wet het effect hebben dat de minister ermee beoogt? Wordt er zo een einde gemaakt aan onderbetaling? Daarover is twijfel gerechtvaardigd. De minister introduceert onder meer ‘ketenaansprakelijkheid’, waardoor bijvoorbeeld bij een bouwproject waaraan een wirwar van aannemersbedrijfjes werkt, ten slotte de opdrachtgever verantwoordelijk kan worden gesteld voor het betalen van het juiste loon aan de werknemers.

Zie nu wat er van die Roemeense of Poolse werknemer wordt verwacht: hij moet, hoewel de Nederlandse taal dikwijls niet machtig, de juridische stappen zetten die ertoe leiden dat hij het wettelijk minimum- of verplicht cao-loon ontvangt waar hij recht op had. Voordat hij bij de opdrachtgever uitkomt, moet hij, die gewoonlijk geen lid is van een vakbond, de hele keten aflopen – als hij die al kent – voordat hij bij de oorspronkelijke opdrachtgever uitkomt. Bedenk dan dat die Pool of Roemeen zich dikwijls niet uitgebuit voelt, omdat hij zich niet onderbetaald acht. Hij vergelijkt het loon wat hij kreeg namelijk met wat hij in zijn thuisland kan verdienen.

Ander punt: zzp’ers, dikwijls ook Nederlanders, zijn buiten het wetsvoorstel gehouden; zo ondervindt een grote groep werkenden dus al zeker niet de eventuele voordelen ervan.

Malafide praktijken in de bouw en andere sectoren verdienen zeker aanpak. De oneerlijke concurrentie treft zowel bonafide werkgevers als werknemers die daardoor hun baan kwijtraken. Strenge inspectie is daarom onontbeerlijk en waarschijnlijk een stuk effectiever dan de omslachtige weg die de minister nu kiest.