Betoverende ‘Zesde’ van Luc Brewaeys in ‘Tijd’ concert

Het is een nachtmerrie voor een orkestprogrammeur: heb je een zeer zorgvuldig concert samengesteld, zegt de solist af en zakt het bouwwerk in elkaar. Het overkwam het Concertgebouworkest, dat het begrip ‘Tijd’ wilde exploreren. Vier dagen vóór It’s about time vrijdag eenmalig klonk, meldde sopraan Sally Matthews zich ziek en verviel daarmee Dutilleux’ zelden gezongen Le temps l’horloge (2009).

Daarvoor in de plaats kwam Ravels off topic oriëntaalse fantasie Shéhérazade, dat naar omstandigheden respectabel maar weinig memorabel werd gebracht door Franse invaller Norah Amsellem. In David Robertsons kolkend enthousiaste begeleiding dreigde ze te verdrinken. Des te overtuigender was de uitvoering van Ives’ The Unanswered Question, waarbij een trompet vanaf het frontbalkon de ‘eeuwige vraag naar het bestaan’ stelde en zachte strijkers onzichtbaar op de gang de onbewogen oneindigheid verklankten – een ruimtelijke opstelling met huiveringwekkend effect.

Ook de Zesde symfonie (2000) van Luc Brewaeys ontgroeide het podium, met de tweede violengroep bovenaan de twee podiumtrappen, als intermediair tussen het grote orkest en een mysterieuze geluidsband. De Vlaming wordt vaker door het KCO getipt, en met reden. De Zesde is een soms rommelig maar betoverend klankkleurbetoog, oprijzend uit donkere oersoep. Tedere chaos eindigt in zacht getik: de slechts sporadisch te stuiten tijd.