Wel of niet meebetalen aan studie van kind?

Door het nieuwe leenstelsel krijgt mijn zoon geen basisbeurs, terwijl mijn oudste dochter er wel recht op heeft. Zal ik nu extra gaan bijdragen aan zijn studie? Of moet hij zich in de schulden steken?

Begin januari beslist de Eerste Kamer over het wetsvoorstel Studievoorschot. Als men instemt – en reken daar maar op – verdwijnt vanaf 1 september 2015 de basisbeurs voor nieuwe bachelor- en masterstudenten. In plaats daarvan kunnen ze een ‘studievoorschot’ krijgen. Dat is een lening met een lage rente en soepele aflosvoorwaarden. De studenten-ov-kaart en de basis- en aanvullende beurs in het mbo blijven gewoon bestaan.

Het Centraal Planbureau (CPB) verwacht dat de doorsnee studieschuld van lenende studenten straks stijgt van 15.000 naar 21.000 euro. Studenten die nu niet lenen, gaan gemiddeld 9.000 euro lenen. Of dat hun ouders op extra kosten jaagt, kun je niet zomaar concluderen. Misschien is er straks recht op de verhoogde aanvullende prestatiebeurs. Die is maandelijks maximaal 365 euro voor ouders die minder dan 30.000 euro verdienen. Dit steuntje in de rug loopt af naar nul voor ouders die minimaal 46.000 euro verdienen. Deze beurs wordt, net als de basisbeurs, een gift als je zoon zijn studie binnen tien jaar afrondt.

Misschien kan hij daarnaast, afhankelijk van zijn studie en karakter, extra bijverdienen, want met de basisbeurs verdwijnt straks ook de bijverdiengrens. Schat dan in wat het financieringsgat is dat waarschijnlijk resteert. Kun je dat zelf makkelijk bijpassen, dan lijkt het me logisch dat je meer meebetaalt dan je dochter nodig had. Zo werkt het toch ook bij hobby’s? Als je dochter geweldig pianospeelt en je zoon liever voetbalt, dan is het prima om voor beiden de lessen te betalen, ook als voetbal drie keer goedkoper is.

Heb je geen geld voor extra steun, dan zal je zoon wat moeten lenen. Gelukkig zijn de rente en aflossing stukken soepeler dan voorheen (Google voor details op factsheet+rijksoverheid+lenen+terugbetalen). Een studieschuld van tien mille kost hem, als hij later minimaal modaal verdient, bijvoorbeeld 35 jaar lang maandelijks 36 euro. Afbetalen hoeft niet als hij hooguit het wettelijk minimum verdient. Ook mag je de afbetaling maximaal vijf keer een jaar opschorten. Dat heten jokerjaren. Staat na 35 jaar toch nog studieschuld open, dan wordt die kwijtgescholden.