We wonen in een doorsnee zonnestelsel

Opnieuw blijkt onze plaats in het heelal niet zo bijzonder als we dachten. Meer dan 1.800 exoplaneten zijn inmiddels ontdekt, en het begon er steeds meer op te lijken dat ons zonnestelsel de grote uitzondering is, met acht planeten in bijna cirkelvormige banen. Veel exoplaneten hebben sterk ellipsvormige banen.

Toch hangt het er maar helemaal vanaf hoe je kijkt, betogen astronomen Mary Anne Limbach en Edwin Turner van Princeton University in de Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS). Als je de exoplanetenstelsels sorteert naar aantallen planeten, blijkt dat stelsels met veel planeten vooral cirkelvormige banen vertonen. Net als in ons zonnestelsel.

De astronomen analyseerden 403 exoplaneten waarvan de excentriciteiten bekend zijn. De excentriciteit is een maat voor de ellipsvormigheid: 0 staat voor een perfect cirkelvormige baan, wanneer de excentriciteit naar 1 nadert, worden de banen steeds langgerekter.

In stelsels met maar één exoplaneet varieert de excentriciteit van bijna 0 tot bijna 0,98, een waarde waarbij de planeet bijna aan zijn ster ontsnapt. Maar in stelsels met meerdere planeten loopt de variatie af, tot maximaal 0,3 in stelsels van vijf of zes exoplaneten.

Daarmee is ons eigen zonnestelsel, met acht planeten waarvan Mercurius de excentriekste is (0,2), geen uitzondering meer. Die constatering geldt ook nog als je er rekening mee houdt dat exo-astronomen met onze technieken alleen Jupiter en misschien Saturnus zouden kunnen detecteren.

Het verband tussen aantal planeten en de baanvorm is iets dat theorieën over planeetstelselvorming zouden moeten verklaren, stellen Limbach en Turner. Mogelijk betekent het ook dat stelsels met meer planeten, zoals het onze, gunstiger zijn voor het ontstaan van leven.