Vijf dingen waar je spijt van krijgt

Het is een bekend citaat van managementauteur Stephen Covey. „Niemand wenst op z’n sterfbed dat hij meer tijd op kantoor had doorgebracht.” Maar wat wensen mensen dan wel? Hoe kijken we terug als we het einde van ons aardse leven hebben bereikt?

Heel wat denkers, schrijvers en leraren – van Aristoteles tot Covey – hebben ons aangespoord om na te denken over deze vraag. De veronderstelling is dat wanneer we ons in gedachten verplaatsen naar ons sterfbed of onze eigen begrafenis, dit helpt om orde op zaken te stellen in ons leven hier en nu.

Die gedachte is zo gek nog niet. Als we plannen maken, dan speelt de anticipatie op toekomstige emoties een rol, zeggen gedragsonderzoekers. Vooral verwachte teleurstelling en verwachte spijt hebben invloed. Wanneer je nadenkt over een toekomstig moment waarop je spijt voelt over huidige keuzes en gedrag, kan dit er toe leiden dat je nu je verwachtingen aanpast. Of nog even doorzoekt naar alternatieve mogelijkheden. Dus toch nog maar even niet voor jezelf beginnen. Toch maar niet die nieuwe baan. Of juist wel die baan, maar niet verwachten dat het dé droombaan is waar je al jaren naar zoekt.

De volgende vraag is hoe goed we eigenlijk zijn in het voorspellen van onze toekomstige emoties. Antwoord: niet zo geweldig. Volgens onderzoekers Daniel Gilbert en Tim Wilson maken we zonder het te weten talloze fouten op dit gebied. Enkele voorbeelden: we kunnen lang niet alle facetten van een toekomstige situatie overzien, we onderschatten ons eigen vermogen ons aan te passen bij tegenvallers en we kunnen al helemaal niet inschatten welke criteria we in de toekomst zullen hanteren om ons leven achteraf te beoordelen. Lastig.

Een manier om iets te leren over hoe we wellicht zullen terugkijken, is het voeren van gesprekken met mensen die daadwerkelijk op hun sterfbed liggen. Dat is precies wat Bronnie Ware deed, een Australische verpleegster die in de palliatieve zorg werkte. Ze schreef er enkele jaren geleden een blog en een boek over: The top five regrets of the dying. Dit is Wares top vijf:

1. Ik wilde dat ik de moed had gehad om trouw te blijven aan mijzelf, in plaats van te leven zoals anderen van mij verwachtten. Volgens Ware werd dit het vaakst genoemd. Veel patiënten vertelden haar dat ze betreurden dat ze hun dromen zo snel hadden opgegeven.

2. Ik wilde dat ik niet zo hard had gewerkt. Veel patiënten hadden diepe spijt dat ze, door hun werk, te weinig tijd hadden doorgebracht met hun kinderen en hun partner.

3. Ik wilde dat ik de moed had gehad op mijn gevoelens uit te spreken. Veel mensen hadden te vaak hun emoties onderdrukt om anderen niet voor het hoofd te stoten. Dat had geleid tot verbittering en wrok.

4. Ik wilde dat ik mijn vriendschappen beter had onderhouden. Veel patiënten vertelden Ware dat ze hun vrienden van vroeger zo misten.

5. Ik wilde dat ik mezelf had toegestaan om gelukkiger te zijn. Angst voor verandering had ervoor gezorgd dat veel mensen waren blijven hangen in een leven waar ze eigenlijk niet tevreden over waren.

Volledig spijtloos sterven lijkt me een illusie. Maar om achter alle vijf punten een vinkje te moeten zetten aan het eind, dat is weer het andere uiterste.