Rotsmussen versieren hun nest

Illustratie Irene Goede

Rond de Middellandse Zee wonen de rotsmussen. In Spanje, in Italië en Griekenland en nog verder naar het oosten. De nesten van die mussen zijn zo prachtig versierd, dat het in de lente wel kerstfeest lijkt.

Eerst bouwen de mussen een gewoon nest van stro en takjes, rond en een beetje slordig. Maar dan komt het vrouwtje. Zij legt veren op de rand van het nest die ze ergens gevonden heeft. En niet zomaar veren. Het liefst blauwzwart gestreepte van de gaai, of blauwe van de ekster, of knalgele van de wielewaal.

Waarom doen die rotsmussen dat? Niet voor de warmte. In Zuid-Europa is dat niet zo nodig. Nee, voor rotsmussen zijn die mooie veren wat roodwitte afzetlinten zijn voor mensen. Zo’n verzameling mooie veren op het nest zegt: „Bezet!”

Dat denken biologen. In Spanje en Italië hebben ze onderzoek gedaan naar de rotsmussen. In een bos met nestkasten trakteerden ze de mussen op extra veertjes. Mooie lichtblauwe, uit zo’n verenboa die je met carnaval draagt. Als de biologen ergens een stapeltje lichtblauwe veertjes neerlegden, waren die zo opgeraapt door de mussendames. Dat was alvast duidelijk: de veertjes zijn populair.

Daarna prikten de biologen de veertjes alvast ín de nesten. Nu hadden sommige vogels een extra mooi versierd nest. En toen veranderde er iets. Nesten met blauwe veertjes kregen minder vaak bezoek van ándere mussen. Rotsmussen kunnen nogal vervelend zijn tegen hun buren. Als ze zelf geen nestplek hebben, gaan ze andere paartjes pesten. Dan trekken ze er strootjes uit of maken ze de eieren kapot. Bij nesten met veel blauwe veertjes gebeurde dat minder.

Misschien betekent zo’n mooi versierd nest: „Wij doen érg ons best met ons huis, we zijn zo ijverig en handig dat we zelfs tijd hadden om veertjes op te hangen. Dus het heeft geen zin om hier te gaan stoken.”

Soms legden rotsmussen zelfs al een mooi veertje in een nestkast voordat ze een nest gingen bouwen. Zo, alvast een plekje ingepikt.