Mexico’s mislukte make-over

Mexico presenteert zichzelf succesvol als een land met kansen. Tegelijkertijd zit de rot diep in het politieke systeem. „De onderwereld barst hier naar boven.”

Een grote omtrek van een lijk op straat getekend in Mexico-Stad bij de demonstratie van 20 november. Erin de handtekening van de dader: ‘De staat’. Foto Reuters

Om half elf was María Dolores er nog niet. Ze kwam elke dag met de bus naar huis van haar werk in een bedrijfskantine. Kwart voor negen was ze altijd thuis in Atenco, een voorstad van Mexico-Stad.

Maar niet op de avond van 22 december 2012. Toen overkwam de dochter van Maria Dolores, Marisol Rizo, wat tienduizenden Mexicanen overkomt. Ze werd het familielid van een vermiste.

Om thuis te komen van de bushalte moest Maria Dolores, indertijd 46, over een stil pad op een rotsachtig terrein. „De telefoon ging en mijn broer zei dat ze er nog niet was”, zegt Marisol (31). „We hebben gezocht, mijn zus, mijn broer en ik, tot diep in de nacht, in de hele buurt. De volgende dag weer. Toen vond mijn vader een potje crème, zoals ze altijd in haar tas had, en twee maandverbanden. Verder niets. Nooit meer. Geen telefoontje, geen spoor, niets.”

In de huiskamer van Marisol hangt de foto van María Dolores aan de muur, naast de televisie. Eronder heeft ze een klein altaar ingericht, met Christusbeelden en meer foto’s van haar moeder. Haar dochtertje Leslie van zes hangt op de bank, zoon Juan Carlos van twaalf is niet weg te slaan bij de computer, die voor het raam van het betonnen huisje staat.

Marisol zit aan de eettafel. Voor haar ligt de multomap met daarin weer dezelfde foto’s, de paar politierapporten en de foto die ze indertijd maakte van het potje crème en de maandverbanden in het gras. Steeds bevoelen Marisols vingers de hoeken van de geplastificeerde foto’s, telkens opnieuw.

Vuile oorlog

Zoals Marisol Rizo, zo klampen tienduizenden Mexicanen zich vast aan de foto’s van hun verdwenen verwanten. 27.000 Mexicanen verdwenen sinds begin 2007, het jaar dat de vorige president, Felipe Calderón, een oorlog tegen de drugsbendes aankondigde. Sinds datzelfde jaar zijn er 100.000 doden gevallen door geweld en zijn 150.000 mensen op drift geraakt.

Dat zijn duizelingwekkende cijfers, ook op een bevolking van 124 miljoen mensen. Mensen die op een verkeerd moment op de verkeerde plaats zijn, verdwijnen. Jongvolwassenen die kunnen dienen als prostitué of bendelid verdwijnen. Kinderen verdwijnen – voor prostitutie en orgaanhandel. Ingenieurs en telefooninstallateurs verdwijnen, om voor kartels communicatienetwerken te bouwen. Migranten verdwijnen: zij worden gekidnapt om hun familie te kunnen afpersen. En ten slotte verdwijnen journalisten, mensenrechtenverdedigers en activisten die protesteren tegen grote infrastructurele projecten.

Maar waar de wereld nu nog altijd griezelt van de verdwijningen in Argentinië (tussen de 22.000 en 30.000 mensen verdwenen daar in de vuile oorlog tussen 1967 en 1983), daar leek Mexico’s erbarmelijke veiligheidssituatie de afgelopen jaren min of meer vergeten. Het land geldt als een reguliere, open democratie. Sinds het aantreden, in 2012, van de huidige president, Enrique Peña Nieto, geldt Mexico daarbij als een veelbelovende opkomende economie, waar de in hoog tempo doorgevoerde, gedeeltelijke privatisering van de energiesector spectaculaire investeringsmogelijkheden biedt.

Hoe kan een land zo’n januskop hebben? Hoe kan het dat de mensenrechtensituatie in Mexico zo ongeveer vergeten leek, totdat, met de verdwijning van de 43 studenten uit de stad Iguala, eind september het demasqué begon? En als de situatie zo ernstig is, waarom werd dan nooit eerder zó massaal gedemonstreerd?

„Verdwijning is een heel specifieke vorm van terreur”, zegt Federico Mastrogiovanni, een Italiaanse schrijver en journalist. Hij woont in Mexico Stad en publiceerde onlangs een boek over de verdwijningen: Ni vivos, ni muertos, levend noch dood. „Het verlamt nabestaanden. En er is angst voor repercussies bij openlijk protest. Zelf kun je de volgende zijn.”

De verdwijning van de 43 studenten was de lont in het kruitvat: zóveel mensen verdwijnen er doorgaans zelfs in Mexico niet tegelijk, en zó openlijk blijkt de verstrengeling van lokaal bestuur en de drugsbendes niet vaak. De politie liet de studenten arresteren op last van de burgemeester, die sinds twee jaar een schrikbewind voerde samen met het lokale kartel. De politie droeg hen over aan de drugsbende, die hen executeerde. Tachtig mensen zijn inmiddels in de zaak gearresteerd, onder wie de burgemeester en zijn vrouw.

Pal daarvoor was er ophef over een slachtpartij in de stad Tlataya, waar het leger 22 mensen executeerde. En dan is er nog het schandaal rond het ‘Witte Huis’ waar de president en zijn vrouw in verwikkeld zijn. De presidentsvrouw was bezig het huis, een witte blokkendoos in een sjieke wijk van Mexico-Stad, te kopen van een Chinees consortium dat ook net het contract in de wacht had gesleept voor Mexico’s eerste hogesnelheidslijn. Zowel contract als koop werden in allerijl afgeblazen, maar heel Mexico ving een glimp op van wat aan de top achter de schermen vermoedelijk gebruikelijk is.

De conclusie van een demonstrant tijdens de mars van 20 november luidde: „De onderwereld barst op alle mogelijke manieren door het oppervlak van Mexico. En het resultaat is nog veel smeriger dan we toch al dachten.”

Onderwereld

De schaal en opeenstapeling van de drie voorvallen zorgt dat Mexicanen dit keer doorzetten. Twee grote demonstraties in de hoofdstad trokken eind november tienduizenden mensen. De bekendmaking dat resten van één van hen zijn geïdentificeerd, heeft het vuur alleen maar aangewakkerd. Voor Kerst en nieuwjaar zijn weer grote marsen aangekondigd. Ya me cansé, is de meest gebruikte slogan: ‘Ik heb het gehad.’ Dat is niet zozeer gericht tegen de kartels, maar tegen wat algemeen gezien wordt als de fundamentele oorzaak van het geweld en de verdwijningen: de rot in de Mexicaanse staat. Volgens Amnesty International en Human Rights Watch is de staat betrokken bij meer dan de helft van de verdwijningen.

De protesten zijn rampzalig voor het project dat president Peña Nieto als zijn prioriteit beschouwt: het aanprijzen van Mexico bij internationale investeerders. Bij zijn aantreden in 2012 beloofde de president het imago van Mexico als narcostaat te doen vergeten. Om te beginnen zou hij stoppen met de oorlog tegen drugs. Die had het drugsgeweld onder zijn voorganger laten escaleren: kartels begonnen elkaar te bevechten. Omdat de inkomsten uit drugshandel terugliepen, begonnen ze burgers te ontvoeren en af te persen.

Witte stranden

Op de dag van zijn aantreden sloot Peña Nieto met de oppositiepartijen zijn ‘pact voor Mexico’; een serie hervormingsvoorstellen die de molm in tal van sectoren moest doorbreken. Voortvarend nam hij de privatisering van de energiesector ter hand. Een pr-campagne, waarvoor een internationaal pr-bureau in Washington werd ingehuurd, en een nieuwe slogan – Momento México – moesten verder zorgen dat de wereld begreep dat Mexico voortaan een kans was, niet langer een probleem. Zelf zou Peña Nieto niet meer over de georganiseerde misdaad praten, kondigde hij aan: in plaats van neergeschoten bendeleden zouden nieuwe investeringen de voorpagina’s voortaan domineren.

En het werkte. Een onderzoeksbureau constateerde eind 2013 dat in de Mexicaanse pers de woorden „moordenaar”, en „georganiseerde misdaad” nog maar half zoveel voorkwamen. Na een campagne die de lof zong van Mexico’s witte stranden en Aztekenmonumenten, bezocht een recordaantal toeristen vorig jaar het land. De president werd een graag geziene gast bij buitenlandse leiders. Begin november, terwijl het land kolkte van woede, reisde Peña Nieto nog naar China voor een handelsmissie. De relaties tussen China en Mexico zijn „beter dan ooit”, kopten Chinese en Mexicaanse kranten naderhand. In de internationale zakenpers werd Peña Nieto uitbundig geprezen. Nog geen jaar geleden zette tijdschrift Time de president op de cover onder de kop ‘Saving Mexico’. Binnenslands werd die cover onmiddellijk geparodieerd: Slaying Mexico, stond er, bij afbeeldingen van Peña Nieto in de gedaante van de dood.

„Mexico is niet veranderd, alleen het discours over Mexico was even veranderd”, zegt Edgardo Buscaglia, een Uruguayaanse corruptiedeskundige die in Mexico en de VS werkt onder meer als hoogleraar Wetshandhaving, Economie en Recht. „Iguala had voor de buitenwereld geen verrassing mogen zijn. Dit land heeft niet alleen een patroon van verdwijningen, het heeft ook een patroon van volstrekte wetteloosheid. Zeker 95 procent van de verdwijningen is niet juridisch onderzocht.”

Tijdens zijn campagne liet Peña Nieto zich erop voorstaan dat hij geen banden had met de oude garde van de PRI, de Institutioneel Revolutionaire Partij die Mexico tussen 1929 en 2000 onafgebroken regeerde, in ‘de perfecte dictatuur’ zoals de Peruaanse auteur Mario Vargas Llosa typeerde. Ook toen had Mexico een januskop. Buscaglia verwijst naar de ‘guerra sucia’, de vuile oorlog in de jaren zestig en zeventig, toen geweld tegen activisten en journalisten aan de orde van de dag was. Tegelijkertijd liet Mexico toen volop Argentijnen binnen, op de vlucht voor de wrede dictaturen in eigen land. Onder president Calderón werd Mexico lid van de mensenrechtenraad van de VN, waar het lobbyde voor conventies op het gebied van vrouwenrechten. Tegelijkertijd werd de stad Ciudad Juárez geteisterd door een golf aan moord op jonge vrouwen en steeg het aantal verdwijningen en geweldsdoden door de oorlog tegen drugs.

Deze doble-cara, zoals de Mexicanen het zelf noemen, de twee gezichten, staan niet los van elkaar, zegt Federico Mastrogiovanni. Er is een correlatie tussen het opkomen van de economie en het niet aflaten van het geweld. „Grondstoffen zijn hier het sleutelwoord. Mexico heeft olie, goud, mineralen. In het noorden, in de staten Tamaulipas, Nuevo León en Coahuila, zit eenvijfde van de schaliegasvoorraad van de wereld. Bedrijven staan te trappelen om dat eruit te halen. Tegelijk worden die staten verscheurd door drugsgeweld en mensensmokkel. De regering heeft geen enkele politieke wil om dat te veranderen. Want zonder mensen, of met bange mensen, is het veel makkelijker om ongestoord te boren naar dat gas. Het Zetakartel, dat in het noorden domineert, fungeert als paramilitaire organisatie die de bevolking eronder houdt.”

„De verdwijningen en het schandaal rond de president laten zien dat er in Mexico weinig veranderd is”, zegt hoogleraar Buscaglia. „Nog steeds hebben de economische en politieke elites het gevoel dat ze hun gang kunnen gaan.”

Aspirientje

Zo snel als Peña Nieto met zijn economische hervormingen is geweest, zo traag is zijn regering als het om mensenrechten gaat. Volgens Human Rights Watch is in twee jaar tijd nog geen van de plannen voor betere opsporing van misdadigers en bescherming van slachtoffers, zoals een landelijke DNA-databank, ten uitvoer gebracht. Wel kwam Peña Nieto eind november met een serie voorstellen die de corruptie bij lokale politiekorpsen moet aanpakken. Hij wil de politie onder sterkere staatscontrole brengen en de economie in de meest gewelddadige staten stimuleren.

„Alsof je kanker met een aspirientje wil genezen”, schampert Edgardo Buscaglia. „De corruptie gaat tot op het hoogste niveau en de regering Peña Nieto weigert koppig dat te erkennen.”

Volgens Buscaglia kan de diepgravende hervorming van politiek, rechtspraak en politiemacht die in Mexico nodig is, alleen tot stand komen onder internationale druk. De hoogleraar prijst het pleidooi van enkele EU-parlementariërs om vernieuwing van het economisch partnerschap met Mexico uit te stellen tot de mensenrechtensituatie is verbeterd.

Vooral het bedrijfsleven, zegt hij, moet aandringen op verbetering. „Als de machtigste mijnbouwers uit Canada en de machtigste autobedrijven uit de VS het Mexicaanse systeem blijven prijzen, zal de internationale druk niet gevoeld worden.”

In Mexico-Stad slaat Marisol de multomap dicht. Natuurlijk gingen haar vader en broer in 2012 meteen naar de politie. „Ze printten de foto van mijn moeder op een A4’tje met ‘gezocht’ erop. Maar ze gingen niet zoeken. Ze hebben geen foto’s gemaakt van de plek waar wij de crème vonden. En tegen mij zeiden ze dat mijn moeder gewoon genoeg van ons had.”

Sinds 2012 loopt Marisol mee in elke demonstratie. Niet zozeer omdat van haar de regering weg moet, maar om de foto van haar moeder aan zoveel mogelijk mensen te laten zien. Want je weet maar nooit. „Ik had gedacht dat na twee jaar de pijn misschien wel minder zou zijn. Maar dat is niet zo. Integendeel. Het doet elke dag meer pijn dat ik misschien nooit zal weten wat er met mama is gebeurd.”