Macht van media vraagt net zo goed om controle

Interessante ervaring vorige week; ik was te gast bij de Kamercommissie Veiligheid en Justitie bij een hoorzitting over het wetsvoorstel journalistiek verschoningsrecht. Het recht voor journalisten om bronnen geheim te mogen houden, in 1996 door Straatsburg erkend en nu pas doorgedrongen tot de wetgever. Nederland verloor sinds het Goodwin-arrest al drie keer zaken in Straatsburg, waarin Justitie journalisten gijzelde, afluisterde, volgde, of intimideerde om hun bronnen te onthullen.

Ter verklaring: ik help het Persvrijheidsfonds en de Raad voor de Journalistiek besturen. De opsporingspraktijk is overigens gekalmeerd - er is een strenge aanwijzing van het Openbaar Ministerie van kracht die de politie in toom houdt. De tijd dat de recherche botweg alle desktops, geheugenkaarten en -schijven van een redactie meenam, lijkt voorbij. Het wetsvoorstel stelt nu rechterlijke toetsing vooraf verplicht en erkent zwijgrecht bij de rechter.

In grote lijnen zijn we het wel ongeveer eens in Nederland. Journalisten zijn principieel vergelijkbaar met artsen, advocaten, notarissen en geestelijken die ook een wettelijk ambtsgeheim hebben. De staat mag er alleen in hoge nood doorheen breken. Voor journalisten is dat als „een zwaarder wegend maatschappelijk belang een onevenredig grote schade zou worden toegebracht”. Denk aan kennis over een aanslag of een ernstig misdrijf. Zolang u geen moordenaar of terrorist bent, is uw informatie dus veilig.

Het debat gaat nu vooral over de reikwijdte van de wet. Alleen Elseviers hoofdredacteur Arendo Joustra meende dat bescherming door de (Europese) rechter volstaat. Een verschoningsrecht voor ‘journalisten’ verplicht de wetgever immers om aan te duiden wie dat zijn. En wanneer ze dan precies kwalificeren. Hij meent dat de staat zich dan mengt in wat principieel een vrij beroep is. Niemand heeft toestemming nodig om zich journalist te noemen – en dat moet zo blijven.

Daar ben ik het helemaal mee eens. Als principe dan – en als nostalgisch feit. De rechter heeft al bepaald wie er journalist is – wanneer en voor wie zo’n beroepsgeheim bedoeld is. Het moet gaan om zaken van algemeen belang, er dient op accurate feitelijke basis verslag te zijn gedaan. En de journalist moet ‘in overeenstemming met de journalistieke ethiek hebben gehandeld’. Niet iedere cowboy met een website of een camera kan brongeheim claimen.

Een typisch staaltje rechterlijke wetgeving dus, ook bekend uit het stakingsrecht en de euthanasie. De wetgever kachelt er een jaar of wat later achter aan met een codificatie. Om de wetgever nu opeens van ‘inmenging’ te beschuldigen, is dan meer een blijk van bijziendheid. Wie zijn bronnen wil beschermen tegen arrestatie is al gebonden aan beroepsethiek, zelfregulering en gedragsregels. Station gepasseerd dus.

En zo hoort het ook, vind ik. In een rechtsstaat hoort bij macht altijd controle: ook voor journalisten. Noblesse oblige. Dat is om te beginnen zelfregulering; daarna de civiele rechter. Een verschoningsrecht wegzetten als een staatsexcuus om inbreuk op de journalistieke vrijheid te plegen, getuigt van een romantisch zelfbeeld. Ga dan fictie schrijven: die bron ben je altijd zelf.

Nu is zelfreflectie in mijn vak niet sterk ontwikkeld. Lange tenen, grote mond, snel bang en diep onzeker. Leer mij mijn vakgenoten kennen. Het bepleiten van zelfregulering wordt verstaan als fatsoensrakkerij. En dus als ‘inmenging’. Journalisten zien ook elkaar graag als bedreiging. De machtigste media in Nederland zijn het bangst. Zij schuilen bij zichzelf en hebben dure advocaten.

Dat geldt ook voor de Kamer, merkte ik. Die zitten diep onder de plak van de pers en durven geen woord van kritiek te spreken. „Daar krijg ik in mijn fractie geen ruimte voor”, werd me na afloop toegefluisterd. En mede daarom blijft de groeiende macht van media onbesproken. Zelfregulering blijft zo ieders weeskind. Terwijl de journalistiek er beter van kan worden. En de democratische rechtsstaat ook. Maar dan moeten er snel wat ruggegraten worden terug gevonden. Om te beginnen in de journalistiek.