Kerstshoppings

We weten dat Facebook ons eenzaam maakt en TomTom ons dom. Toch trekken we ons weinig van technologiekritiek aan. Kunst kan helpen.

Een scan van een Hongaars paspoort, een pet met een verborgen camera, tien xtc-pilletjes, een creditcard, een Louis Vuittontas, een doos Chesterfields. De Zwitserse kunstenaars van !Mediengruppe Bitnik (inclusief nerdy uitroepteken, ‘niet’ in logicataal) krijgen al maanden pakketjes toegestuurd. Elke keer weer een verrassing wat erin zit.

De pakketjes zijn besteld door de Random Darknet Shopper die de groep heeft geprogrammeerd. De Darknet Shopper is geautomatiseerde koopsoftware met een budget van honderd dollar aan bitcoins per week. Dat bedrag mag hij naar eigen inzicht besteden op Agora, de zwarte markt voor verboden goederen op het dark web. Agora is de opvolger van het opgerolde Silk Road, en het aanbod is groter dan ooit. Dus krijgen ze bij Bitnik eens in de zoveel dagen een doos met smokkelwaar – een leuk alternatief voor kerstwinkelen.

Het dark web: tuurlijk heb je ervan gehoord. De illegale handelsplaats voor gewelddadige kinderporno, drugs, wapens, gejatte spullen en huurmoordenaars. Donkere, anonieme plaatsen op het verborgen internet die alleen te bereiken zijn via Tor-browsers. Je leest erover, je verbaast je erover. En toch blijven die alarmerende beschrijvingen abstract. Het zal wel.

Dat maakt het kunstproject van Bitnik zo verfrissend. Je ziet meteen: er is écht een hoop rotzooi te koop. Hoe kan dit? Kan iemand daar iets tegen doen? Is dit de prijs die we moeten betalen voor anonimiteit?

Kunst kan vaak indringendere technologiekritiek leveren dan een stuk tekst. We hebben de cyberdystopieën van Evgeny Morozov en de requiems voor onze cultuur van Nicholas Carr door internet nu wel een eind gelezen. We weten zo zachtjes aan wel dat Twitter democratie niet, of zelden, helpt. Dat Facebook ons eenzaam maakt, internet ons oppervlakkig, TomTom ons dom. Dat anonimiteit belangrijk is, maar ook criminaliteit faciliteert.

Het zijn platitudes geworden die we niet meer voelen. Totdat we zelf bestolen worden of onze vrienden verliezen door een Facebookpost. Gebeurt dat niet, dan gaan we gewoon door met zorgeloos de techniek omarmen die ons wordt aangeboden.

Technokunst kan helpen. Neem de 3D-geprinte maskers van Sterling Crispin die de drager onherkenbaar maken, maar wel zo ontwikkeld zijn dat gezichtsherkenningsalgoritmes ze zonder klagen verwerken. Enge, rare dingen waar je naar blijft kijken. Crispin verwacht niet dat mensen zijn maskers massaal gaan dragen, al werken ze wel. Ze zijn bedoeld om „het anders onzichtbare netwerk van controle- en identificatiesystemen vorm te geven, en hun effect op identiteit voelbaar en zichtbaar te maken.” En zo werken ze ook. Die rare maskers stellen vragen over wat onze identiteit is voor onszelf, elkaar en ‘het systeem’.

Waarom tik je dan een stukje tekst over technologiekritiek? Daar geloof ik toch niet in. Fair enough.

Misschien moet ik dit schrijven: ga zelf naar de Kunst Halle Sankt Gallen om de robotshopper te leren kennen. Leer woensdag je eigen bioreactor bouwen bij WAAG in Amsterdam. Of doe daar een hele biohackcursus in februari. Stuur je kinderen op programmeerles bij FabSchool Kids. Proef eetbare zonnecellen. Vind het plastic opnieuw uit bij Mediamatic. Hack deze zomer je eigen brein op het Discovery Festival. Voor deze ene keer geef ik het toe: van knutselen leer je meer dan van lezen.