Is dit nog spannend?

De toekomst van het schaatsen ligt meer open dan ooit. Er bestaan zorgen over de spanning en de populariteit, maar er zijn ook tal van initiatieven. Wat willen de buitenlandse topschaatsers?

Op een bankje naast het ijs, na zomaar een ochtendtraining in Thialf, vat Shani Davis de toestand in het internationale langebaanschaatsen kernachtig samen. „Jullie in Nederland hebben alles, wij hebben niets.” De tweevoudig olympisch kampioen is pessimistisch over de toekomst van zijn sport. „Ik zie het schaatsen het op deze manier geen tien jaar meer volhouden.”

In Nederland is de afgelopen jaren volop discussie ontstaan over vernieuwing van het langebaanschaatsen. Maar wat vinden de buitenlanders eigenlijk? Naast Davis vinden ook meervoudig olympisch, Europees en wereldkampioene Martina Sáblíková, de Belgische allrounder Bart Swings en de Poolse olympisch kampioen Zbigniew Brodka dat veranderingen hard nodig zijn om de toekomst van de sport veilig te stellen.

1 Vijf kilometer (vrouwen) en tien kilometer (mannen) afschaffen?

Brodka: „Onmiddellijk afschaffen. Voor het publiek is het niet interessant, het duurt veel te lang. Je ziet het in meer sporten. De trend is korter, niet langer.”

Davis: „Het niveau in de wereld is lang niet zo hoog als in Nederland. Er is internationaal geen traditie meer over. De schaatsers willen het werk niet meer doen dat nodig is om met de Nederlanders te kunnen strijden. De tien is cool, maar de beste dagen ervan zijn voorbij. Het sterft langzaam uit.”

Sáblíková: „Ik houd van de vijf kilometer, en trouwens ook van de tien kilometer bij de mannen. Mensen mogen zeggen dat het saai is. Maar je ziet ook mooie gevechten. En in de atletiek schaf je toch ook de marathon niet af? Je hebt sprint, middenafstand, lange afstand. Dat is in schaatsen precies hetzelfde.”

Swings: „Wij als buitenlanders rijden twee tien kilometers per seizoen, in de wereldbeker en op de WK afstanden. Tenzij je het als allrounder goed doet. Maar voor die twee races ga je niet in de zomer elke dag drie uur op de fiets zitten. Dat doen buitenlanders niet. Toch mag de tien niet verdwijnen. Het is een te mooie afstand, met veel historie. Ik rijd hem graag.”

2 Allroundtoernooien zonder vijf (vrouwen) en tien kilometer (mannen)?

Davis: „Hadden ze dat maar tien jaar geleden gedaan. Elke allroundcompetitie zonder tien kilometer is spannender. Maar als je het echt goed bekijkt, zie je dat de beste tijd voor het allrounden sowieso voorbij is. De jaren dat Chad Hedrick en ik streden, met Enrico Fabris, een paar Noren, Carl Verheijen, de jonge Sven in opkomst. Zelfs Erben deed mee. Those were the days voor het allrounden. Maar helaas, het is niet meer. Dat geldt een beetje voor schaatsen in het algemeen. Het wordt vlakker, minder spannend.”

Sáblíková: „Als je de vijf kilometer bij de vrouwen vervangt door een duizend meter mag je het geen allrounden meer noemen. Dan is het alleen nog maar voor sprinters, wie goed is op de lange afstanden heeft er niets meer te zoeken. Als dit doorgaat doe ik vanaf volgend jaar niet meer mee aan de EK allround.”

Swings: „Verandering is mogelijk voor EK en WK allround. Maar ik ben niet blij met de duizend meter in plaats van de tien kilometer. Dan wordt het een enorm kleine vierkamp, bijna een tweede WK sprint. Dan moet je als sprinter alleen de vijf kilometer overleven. Voor mij is dat natuurlijk geen goede zaak. Vervang de tien dan liever door de drie kilometer.”

3 Nieuwe onderdelen toevoegen, zoals de massastart?

Swings: „Ik vind het supergaaf. Er komen shorttrackers op af, marathonschaatsers. De mensen die mij volgen vinden dit onderdeel het leukst. Het is een beetje als wielrennen op het ijs: het spelletje dat ik ook vanuit het skeeleren ken. Elke wereldbeker doen er meer rijders aan mee. Als het de olympische status krijgt kan het heel interessant worden.”

Brodka: „Nieuwe onderdelen kunnen interessant zijn, ook de massastart. Maar de regels moeten eerst duidelijk worden uitgewerkt. Over beschermende kleding, het gebruik van de inrijbaan, over de lengte van de race en het aantal deelnemers. Anders is het te gevaarlijk.”

Davis: „De massastart is cool om naar te kijken. Maar ik ben bang dat op een dag iemand serieus gewond gaat raken. Te veel schaatsers in de baan, scherpe ijzers, roekeloos rijden. Zeker als het om een wereldtitel gaat of om olympisch goud. Het is een wonder dat er nog nooit ernstige ongelukken zijn gebeurd.”

4 ‘Wereldschaatsspelen’, met kunstrijden, shorttrack en langebaan?

Brodka: „Goed idee, het zou helpen voor de promotie van het langebaanschaatsen buiten Nederland. Landen met een traditie in het kunstrijden of shorttrack komen in contact met de langebaan. En schaatsers uit de verschillende disciplines kunnen ideeën uitwisselen.”

Swings: „Dat zou een mooi evenement kunnen worden. Je krijgt ook veel meer aandacht van de media, denk ik. Maar ook voor de atleten zelf lijkt me dit cool. Een nieuwe omgeving, nieuwe prikkels.”

Sáblíková: „Een idee van Ard Schenk? Ik houd van nieuwe ideeën, en helemaal als het komt van iemand vanuit onze sport die zich er nog altijd nauw bij betrokken voelt. Dit moeten we doen. Dan kijken we vanzelf wel of het werkt.”

5 Icederby, voor veel geld schaatsen in Dubai op een baan van 220 meter?

Davis: „Dat biedt een geweldige kans. Het geeft de sport een nieuw podium op wereldniveau en er valt voor schaatsers veel geld te verdienen. Doen! Ik ben het niet eens met de ISU [internationale schaatsbond] dat ze dit verbieden. Het kan de groei en ontwikkeling van het schaatsen juist helpen, zeker internationaal. Er zijn zoveel niet-Nederlandse schaatsers die nauwelijks van de sport kunnen leven. De besten redden het net met wat prijzengeld. Maar in de tijd dat ik bijna elke wedstrijd won, verdiende ik in totaal per jaar wat ik bij Icederby in een week bij elkaar kan rijden.”

Sáblíková: „Het is meer show dan afzien, en we kunnen big money verdienen. Schaatsen is het hele jaar door ons beroep. Met Icederby kunnen we daar de vruchten van plukken. De ISU verbiedt het, maar dat snap ik niet. De bestaande competities komen niet in gevaar.”

Swings: „Ik zou het zeker willen proberen als we mee mogen doen van de ISU. Het lijkt me leuk om tussendoor te doen. Maar ik ben begonnen met schaatsen voor de Olympische Spelen, dus dat ga ik niet aan de kant zetten voor Icederby.”

6 Andere ideeën voor een gezonde toekomst van het schaatsen?

Davis: „In de rest van de wereld zie je best talentvolle schaatsers, maar niemand brengt het tot het hoge niveau als in Nederland. Alleen daar is geld. In de ideale wereld zou je een internationaal steunpunt oprichten in Calgary, in Inzell, in Seoul of Nagano. Dan heb je een basis om gelijke competitie te creëren. Maar dat komt niet van de grond. Er is te veel isolatie. Zonde.”

Swings: „In de set-up zou je wat kunnen veranderen. Bijvoorbeeld starten met commerciële ploegen in de wereldbekers. Dat maakt het veel interessanter voor sponsors. Wij proberen het nu met Stressless [internationale ploeg van coach Bart Veldkamp]. Met België hebben we vorig jaar mooie ploegachtervolgingen gereden, maar als je buitenlandse toppers bij elkaar kan zetten, gaat Nederland niet meer elke keer zo makkelijk winnen. Het zou zich dan ook internationaal meer ontwikkelen, omdat het voor een sponsor belangrijk is om vier goede rijders bij elkaar te krijgen. Dan kan de sport verder groeien.”