Column

Het weekend van Wiebe Wieling

De baas van de Elfstedentochtvereniging Wiebe Wieling (58) bereidt dit weekend een belangrijke vergadering voor en viert zijn verjaardag.

foto anp

Dit weekend kan er in diverse steden weer over het ijs worden gezwierd op schaatsbaantjes. „Prachtig” vindt Wiebe Wieling dat, want „hoe meer mensen kunnen genieten van schaatsen, hoe beter.” Zelf is de voorzitter van de Koninklijke Vereniging De Friesche Elf Steden – de Elfstedentochtclub – dit weekend niet op een van de baantjes te vinden. Hij houdt toch meer van „het langere werk”, en is dit weekend bovendien veel te druk.

Wieling wordt maandag 59 jaar, en dat viert hij alvast vanavond. Zijn vijf broers en zussen komen met hun partners eten bij hem en zijn vrouw in het Friesche Hurdegaryp. „We maken er een boerenkoolmaaltijd van.” Stamppot dus. De aardappelen haalt hij geschild bij de supermarkt, en ook de boerenkool is al klaar, „maar het wordt een maaltijd voor tien personen, dus mijn vrouw en ik staan vanmiddag nog wel een paar uurtjes in de keuken.” ‘s Avonds wordt dan gezellig bijgepraat.

Zondagochtend doet Wieling het dan even rustig aan. „Lekker ontbijten met een krantje erbij.” In het weekend ligt naast De Leeuwarder Courant ook de weekendeditie van de Volkskrant op tafel. „Zondagochtend nemen we ons daar uitgebreid de tijd voor. Twee kranten, dus daar zijn we wel even zoet mee.”

Als het weer mee zit, gaat hij daarna naar Makkum, want de zeilboot moet nog winterklaar worden gemaakt. „We hebben de boot samen met een ander gezin en doen alle werkzaamheden samen.” Ook zijn zoons van 22 en 24 houden van zeilen, en komen waarschijnlijk een handje helpen. Tot eind april ligt de boot dan op het land. Daarna wordt er weer gevaren op het IJsselmeer of de Waddenzee.

De rest van de dag staat in het teken van de Elfstedenvereniging. Komende zaterdag is de algemene ledenvergadering in Leeuwarden, en daar staat een belangrijk punt op de agenda. „We willen voortaan alle 30.000 leden uitnodigen voor de tocht. Nu mogen er aan iedere tocht maximaal 20.000 meedoen.” Wieling verwacht een grote opkomst. „Normaal komt er zo’n 500 man, maar nu kunnen dat er zomaar duizend zijn.” En die moet Wieling zien te overtuigen.

De powerpointpresentatie is al klaar, „de speech daaromheen moet nog wel even worden voorbereid.” Als het goed gaat, kan de verandering al bij de volgende tocht in werking treden. Misschien al deze winter? Wieling lacht. „Geen idee. Weet jij het?”