Groot conflict huisartsen en Achmea om contracten

Huisartsen moeten meer zorg leveren, maar vinden dat ze te weinig geld krijgen. Daarom weigeren ze hun contracten.

foto thinkstock

Er is een conflict tussen een grote groep huisartsen en zorgverzekeraar Achmea over de conceptcontracten voor 2015. In een brief roept bijvoorbeeld een actiegroep van huisartsen uit Zuid-Kennemerland (Haarlem en omgeving) alle 123 collega’s op het contract met Achmea te weigeren en reeds getekende contracten direct op te zeggen.

Een niet afgesloten contract kan een huisarts in financiële problemen brengen, omdat zij afhankelijk zijn van het geld dat de zorgverzekeraar hen betaalt. In de contracten wordt afgesproken welke zorg de verzekeraar vergoedt voor patiënten. Het is de eerste keer dat contractonderhandelingen tussen huisartsen en verzekeraars zulke grote problemen opleveren. De helft van alle bij Achmea aangesloten huisartsen sloot nog geen contract; de eerste deadline daarvoor lag al op 1 november.

In de brief van de huisartsen uit Kennemerland staat dat Achmea „onrespectvol” omgaat met de beroepsgroep. Het is niet duidelijk hoeveel huisartsen het contract precies principieel weigeren, omdat zij allemaal individueel hun handtekening moeten zetten. Peter de Groof, huisarts in Haarlem, stelt dat de zaak „escaleert.” Volgens De Groof is het voor huisartsen zeer onduidelijk welke zorg zij precies gefinancierd krijgen: „We kunnen geen contracten ondertekenen waarvan allerlei onderdelen nog niet goed zijn uitgewerkt.”

De kern van het conflict grijpt terug op een cruciale verandering in de gezondheidszorg. Overheid, zorgverzekeraars en huisartsen hebben afgesproken dat meer dure, specialistische ziekenhuiszorg overgenomen wordt door de huisarts. Elk jaar groeien de zorguitgaven in Nederland – circa 90 miljard euro – harder dan de economie. Een steeds groter deel van het rijksbudget gaat daarom op aan zorg; een situatie die de overheid wil terugdringen.

Door ziekenhuiszorg over te nemen is de huisarts een belangrijke schakel in het goedkoper maken van de zorg. Het is bijvoorbeeld betaalbaarder als de huisarts een spiraaltje plaatst (nu zo’n 55 euro) dan de specialist in het ziekenhuis (kan oplopen tot 500 euro). Ook is het de bedoeling dat huisartsen patiënten gaan controleren die kampen met hartfalen, in plaats van dure sessies bij de cardioloog in het ziekenhuis.

Probleem is, vertellen huisartsen, dat het conceptcontract niet voorziet in voldoende extra geld om deze zorg te bieden. Pas na een paar maanden in het volgende jaar zou helder worden hoeveel geld er beschikbaar is om ziekenhuiszorg over te nemen. De Groof: „Het risico bestaat dat pas na het tekenen van dit contract blijkt dat we zeer weinig geld krijgen voor onze extra behandelingen. Dat is een onaanvaardbaar bedrijfsrisico voor ons.”

Ella Kalsbeek, voorzitter van de Landelijke Huisartsen Vereniging, zegt de signalen te herkennen en stelt dat er „geen gelijke onderhandelingspositie” is tussen huisartsen en verzekeraars.

Een woordvoerder van Achmea laat weten de „onzekerheid bij huisartsen te begrijpen”, maar zegt erop te vertrouwen dat de contracten voor 1 januari 2015 rond zullen komen.