God wil dit theater niet

Een theater in de Zeeuwse gemeente Reimerswaal krijgt na 20 jaar geen subsidie meer. De SGP wil het weghebben. Want op de planken wordt nog weleens gevloekt.

Dat het theater in het Zeeuwse dorp Rilland bestaat en voorstellingen geeft, is „an sich geen probleem”. Maar dat er programma’s worden opgevoerd „waarin wordt gevloekt, godslasterlijke taal uitgeslagen en bevolkingsgroepen die hier sterk zijn vertegenwoordigd door het slijk worden gehaald, dat moeten we hier niet willen.”

Aan het woord is Andries Jumelet van de ChristenUnie. Het is dinsdagavond 28 oktober 2014. Op de agenda van de gemeenteraad staat het besluit om subsidie te stoppen aan Podium Reimerswaal, een theater met 250 zitplaatsen waar cabaretiers als Youp van ’t Hek, Theo Maassen en Claudia de Breij geregeld optreden.

Het theater, dat jaarlijks 21.500 euro subsidie van de gemeente krijgt, is dan al bijna een jaar hét onderwerp van gesprek in de door orthodoxe christenen gedomineerde gemeentepolitiek. Een oplossing voor het probleem heeft Jumelet ook: het gemeentebestuur moet met het theater „om de keukentafel”. „Er moeten hier en daar wat andere keuzes worden gemaakt in de programmering. Dat kan toch niet zo moeilijk zijn?”

De scheiding tussen politiek en kunst is aan Jumelet niet besteed. Censuur? „Dat is een verkeerde uitleg.” Maar? „Laten we wel wezen: wie betaalt, bepaalt.”

Tin Janszen, fractievoorzitter van de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP): „De heer Jumelet heeft een goed punt. Wij hebben ook principiële bezwaren.”

Vloekverbod

Dit is Reimerswaal, een gemeente op Zuid-Beveland met 22.000 inwoners, die in 1970 ontstond na het samenvoegen van de gemeenten Kruiningen, Yerseke, Krabbendijke, Waarde en Rilland-Bath. De SGP maakt er van oudsher de dienst uit. CDA en ChristenUnie zijn er eveneens sterk vertegenwoordigd. Een gemeente ook waar een officieel vloekverbod geldt. SGP’er Tin Janszen (73): „Mooi hè?”

Jacques Boonman, de drijvende kracht achter het theater: „Het is hier een benauwde SGP-enclave, die steeds fundamentalistischer wordt.”

Aan de Hoofdweg in Rilland (3.053 inwoners) ligt het dorpshuis Luctor et Emergo, zoals ook de wapenspreuk van de provincie luidt (‘Ik worstel en kom boven’). Binnen staat het op een donderdagochtend in november blauw van de rook. Boonman (70), geboren en getogen in Rilland, rookt een sigaar. De uitbaatster trekt aan een sigaret. Dan komt een medewerkster van het dorpshuis binnenlopen, haar fiets met twee kinderzitjes parkeert ze achter de bar. „Dan blijft-ie tenminste droog.” Ze gaat zitten en steekt ook een sigaret op. Rookverbod? Boonman: „Vast. Maar niet hier!” Ze lachen.

Precies twintig jaar is Boonman nu de baas van het theater. Hij deed een toerismeopleiding in Breda en werkte negen jaar bij een bank voor hij in 1981 bij de gemeente Reimerswaal in dienst trad als „ambtenaar bevolkingscontacten”. Het begeleiden van inspraakavonden, het coördineren van bevolkingsonderzoeken naar borstkanker en het organiseren van culturele evenementen; Boonman deed het allemaal. Tot een wethouder tegen hem zei: „Je bent een beroerde ambtenaar en je zult ook nooit een goede worden. Het enige wat je kunt, is het organiseren van culturele activiteiten.”

Zo kwam het dat hij in 1994 voor 25.000 gulden per jaar het culturele programma voor de gemeente ging verzorgen. Daarbij „rekening houdend met de geaardheid van de bevolking”, zo meldt het contract. Ook krijgt Boonman een jaarlijkse vergoeding van 42.500 gulden, die hij aanvult door allerhande klussen te verrichten in het regionale culturele circuit.

Hij heeft er lol in. De Belgische komiek Urbanus is de eerste grote naam die hij strikt. Met steun van lokale sponsors – vissers, dakdekkers en een mosselboer – lukt het hem het aantal voorstellingen in de loop der jaren uit te bouwen. Al is het Dorpshuis klein. Met iedere verbouwing nemen de mogelijkheden toe. Er komt een biljartzaal, een logopediste neemt haar intrek op de eerste en de bar-omzet neemt toe.

Boonman reist stad en land af om contacten op te doen. In De Smoeshaan, het artiestencafé achter het De La Mar Theater in Amsterdam, weet hij op een avond cabaretier Hans Dorrestijn vast te leggen voor een optreden. Er is één probleem: de komediant, in die jaren stevig aan de drank, kan zich de toezegging de volgende dag niet meer herinneren. Bovendien is het budget niet toereikend om hem naar Zeeland te halen.

Boonman: „Maar ik wist dat hij een enorme vogelliefhebber was.” Voor duizend gulden, een geheel verzorgde dag vogels spotten, een mosselmaaltijd en een krat bier weet hij Dorrestijn over te halen. Boonman: „Hij komt hier nog steeds graag.”

Polonaise

In 2012 krijgt Boonman uit handen van burgemeester Jan Huisman de gemeentelijke promotieprijs; „een blijk van waardering voor mensen die de gemeente in positieve zin in beeld brengen”. Boonman kent elk theater in de wijde omgeving. Hij heeft een imposant artiestennetwerk. „Ze komen hier graag. Ook de jonkies.” Neem Jandino Asporaat, die momenteel furore maakt op televisie. „Toen hij hier een maand geleden voor het eerst binnenkwam, belde hij zijn impresariaat. ‘In welk crematorium laat je me nu optreden?’, zei hij.” Boonman lacht. „Het werd een geweldige avond. Na middernacht liep hij voorop in de polonaise.” Zo gaat het vaak, zegt hij.

Jarenlang zijn het twee gescheiden werelden, het theater en de overwegend christelijke gemeenschap. Ze mijden simpelweg elkaars territorium. Boonman: „Theo Maassen heeft hier weleens met een kruis over het podium lopen slepen. Gelukkig waren er geen tere zieltjes aanwezig.” Hij lacht. „Het is zoals Jochem Myjer zegt als hij hier optreedt: ‘Als het u niet bevalt wat ik zeg, trekt u die zwarte kous maar over uw kop’.”

Aan het leven en laten leven komt in oktober 2013 een abrupt einde. Op initiatief van Leefbaar Reimerswaal, een lokale protestpartij, besluit de gemeenteraad de subsidie aan het theater per direct te stoppen en het contract met Boonman te ontbinden. Tot dat moment was er altijd een nipte meerderheid om die hartewens van SGP en de ChristenUnie te verijdelen. Maar tot verrassing van iedereen zorgt uitgerekend de Leefbaar-fractie van de grof gebekte Marien Weststrate voor een meerderheid. SGP’er Tin Janszen, door Weststrate tijdens raadsvergaderingen een tijd lang aangesproken als ‘Osama’: „Zijn motivatie ken ik niet, maar de mogelijkheid deze politieke wens te vervullen, werd ons in de schoot geworpen.”

Velen zien in de actie van Leefbaar een opzichtige poging van Weststrate om bij de machtige SGP in het gevlij te komen aan de vooravond van de verkiezingen. „Onzin”, zegt Weststrate. „Al zou ik tien keer per dag bidden en op zondag vijf keer naar de kerk gaan, de SGP wil mij niet als wethouder. Ik ben veel te doorpakkerig.”

Hij wilde naar eigen zeggen de subsidie voor het theater behouden en slechts het contract met Boonman ontbinden. „Die moet zijn eigen broek ophouden.” Zijn initiatief pakte anders uit, erkent Weststrate. „Het was een bezuinigingspoging die verkeerd uitpakte. Stom toeval.”

Daar gelooft Janszen dan weer niet in. „Toeval bestaat niet. Het was Gods voorzienigheid.” Dat die ‘eer’ Weststrate toekwam, is ook geen toeval, volgens Janszen. „Van oorsprong komt hij uit een goed nest. Dat weet ik.”

Opeens is de toekomst van het theater ongewis en dreigt het bescheiden voorzieningenniveau in het dunbevolkte gebied verder te verschralen. Hoogopgeleiden uit de Randstad zijn al jaren niet meer te verleiden tot een verhuizing. Nog problematischer zijn de Zeeuwse hoogopgeleiden die de streek in toenemende mate verlaten. Boonman: „Vind je het gek? Bijna alle bibliotheken gaan dicht. Er is hier straks geen reet meer te doen.” Zo sneuvelde onlangs ook het plan voor een kartcircuit in de gemeente. De SGP is faliekant tegen.

Opgejaagd hert

Boonman tekent eind 2013 protest aan tegen het subsidiebesluit bij de geschillencommissie van de gemeente. Die stelt hem in het gelijk: „Het besluit tot directe beëindiging van de subsidie is zo onevenredig bezwarend dat het niet in stand kan blijven.” Maar de gemeente negeert het advies.

In allerijl organiseert Boonman een ludieke avond om medestanders te mobiliseren en de politiek wakker te schudden. Cabaretier Jochem Myjer spreekt een videoboodschap in, net als zanger Stef Bos. Die vertelt hoe zijn vader reageerde toen hij vertelde artiest te willen worden. „Hij zei: ‘Stef jongen, wij zijn protestants. Dat betekent dat je af en toe mag protesteren. Als jij dat in het theater doet, is dat prima’.” Boonman: „Dat vond ik mooi.”

Hoogtepunt van de avond is de bijdrage van de Haarlemse puntdichter Jan J. Pieterse met zijn parafrase van psalm 42, waarbij het opgejaagde hert Podium Reimerswaal symboliseert.

De reformatorische gemeente

zong de psalm ‘Het hijgend hert der jacht ontkomen’

zo tergend langzaam

dat het dier alsnog werd afgeschoten

De bijdrage haalt de Provinciale Zeeuwse Courant. Het leidt tot ophef en verontwaardiging onder de streng gelovigen in het dorp. De ludieke avond is opeens een „anti SGP-campagne”. Opnieuw roert Weststrate zich. „Ik vind het kwetsend dat de woorden crimineel en SGP met elkaar in verband worden gebracht.”

Het belangrijkste verkiezingsitem is geboren: de subsidie aan het theater. VVD en PvdA staan lijnrecht tegenover de christelijke partijen. ‘Geef Reimerswaal haar podium terug’, adverteert de VVD.

De verhoudingen in Zuid-Beveland verharden verder als op de verkiezingsdag in maart de voorstelling ‘Brave meisjes komen in de hemel’ staat aangekondigd in het gemeentelijke advertentieblad. Boonman ontvangt 400 boze e-mails. „In deze voorstelling zouden mensen uitmaken of iemand in de hemel komt of niet”, luidt er een. „Dat is helemaal onjuist want God zal dat voor ons allen beslissen. Wij vragen u vriendelijk dit soort kwetsende voorstellingen van uw podium te weren.”

Boonman is naar eigen zeggen „pislink” maar zit door de dreigende subsidiestop en de beëindiging van zijn contract in het nauw. Hij mailt terug: „Het spijt ons bijzonder dat u zich gekwetst voelt. [...] Het is absoluut niet letterlijk bedoeld. Wij zullen voortaan beter op de aankondigingsteksten letten.”

De SGP wint de verkiezingen opnieuw met overmacht en vormt een college met CDA en VVD, wat getalsmatig niet eens nodig is. Het collegeakkoord weerspiegelt dat. De zondagsrust zal in ere blijven, aan de positie van gewetensbezwaarde ambtenaren wordt „niet getornd” en op het besluit over het theater wordt niet teruggekomen. Want „de coalitie hecht aan consistentie van beleid”, heet het.

Empathisch vermogen

Izak Vogelaar (64), VVD-lijsttrekker en nu wethouder, hoort de opsomming gelaten aan. „Besturen is geven en nemen.” Wat de liberalen hebben genomen? Vogelaar: „Dat het belang van sportverenigingen in het coalitieakkoord is opgenomen. Dat is onder SGP-bewind nog nooit gebeurd.”

Hij kijkt er niet vrolijk bij. Spijt van de eerste VVD-deelname aan het gemeentebestuur ooit heeft hij niet. Maar makkelijk is het niet. „De SGP zou meer respect kunnen hebben voor andersdenkenden. Dat empathisch vermogen mis ik weleens.”

Het conflict tussen Boonman en de gemeente ligt bij de rechter, die hem in eerste aanleg gelijk gaf. Reimerswaal heeft, „zeker gezien de zeer langdurige subsidierelatie”, onzorgvuldig gehandeld. Toch staat de uitkomst vast: de relatie tussen gemeente en theater wordt verbroken. Of het theater open kan blijven, is ongewis.

Vogelaar, als wethouder belast met de zaak, krijgt een laatste kans de subsidie en het contract met Boonman op fatsoenlijke wijze te ontbinden. Een recent gesprek van hem en burgemeester Jan Huisman (CDA) met Boonman en zijn advocaat leidde nog niet tot een oplossing. Boonman: „Ik zei tegen Huisman: ‘Het lijkt wel een persoonlijke hetze’. Toen zei hij: ‘Daar heb je het ook wel naar gemaakt, met je opmerkingen over de SGP’. Daar ben ik zo boos om.”

Hij steekt een nieuwe sigaar op. Achter hem hangt de aankondigingsposter van de show van de bekende Vlaamse cabaretier Wim Helsen: ‘Spijtig, spijtig, spijtig’. Boonman kan er niet om lachen. „Ja, dat is het. Godverdomme spijtig.” <<