God in de spiegel: dog

Joyce Roodnat

Over baby’s en honden. Vrijdag; Gone with the Wind; Marenne Welten; White God; Wiplala.

Man naast kinderwagen, zo’n ouderwets babykarosje met een kap. Hugo Claus schreef met Vrijdag (1969) een rijk stuk. Elke keer dat ik het zie, gaat het over iets anders. Bij Het Nationale Toneel gaat het nu over vaderschap. Roekeloze zet: hoofdpersoon Georges Vermeersch is net terug uit de gevangenis waar hij zat omdat hij vree met zijn dochter. Vaderschap mislukt. En nu beseft Georges Vermeersch tot zijn eigen verbijstering dat hij zal gaan zorgen voor dat koekoeksjong, van zijn vrouw. Stefan de Walle speelt hem en er had voor mij wel wat meer gevallen Hells Angel in hem geregisseerd mogen worden. Maar dit moment is volmaakt. Woest en ledig is het podium, met die baby in de wagen als een nieuw begin. Vrijdag is geschreven als een tragedie en toch ontkiemt hier het begin van een vermoeden van een happy end. De regisseur slaat zomaar een deuk in het noodlot. En de baby is de stormram.

Baby’s worden vaak zwaar onderschat, maar niet in de kunsten, ook al wordt regelmatig Marcello Mastroianni aangehaald. Die zou gezegd hebben dat een acteur scènes met kinderen en honden moet vermijden, aangezien de acteur het dan altijd aflegt. Hij had het vast niet over baby’s. Want Mastroianni zal Gone with the Wind gezien hebben (heet Via col vento in het Italiaans, voor het geval iemand zich dat afvraagt), iedereen van zijn generatie kent die film. En dus was hij bekend met de babybonus. Gone with the Wind komt met Kerst weer in de bioscopen, en ik mocht van het Amsterdamse EYE Filmmuseum vast komen kijken naar die verrukking in technicolor uit 1939.

Luxe! Ik heb de zaal bijna voor mij alleen en galoppeer mee met de beelden op het grote doek (Gone hoort in het theater, die past in geen enkel opzicht op een scherm thuis). Daar is Clark Gable als Rhett Butler. Avonturier, cynische held, hoerenloper. Snorretje plus slaapkamerogen. Attractief, meer niet. Maar dan wordt Rhett vader en grijpt Clark zijn kans. Hij houdt de zuigeling in zijn armen: heel zijn lichaam is voorzichtig, zijn gezicht vormloos van vertedering. Op slag krijgt Rhett Butler diepgang. Hij wordt een gelaagde figuur die wankelt aan de afgrond van zijn gevoel. En dat resoneert in de rest van de film, zelfs als hij in pure wanhoop Scarlett O’Hara van de trap duwt (met een miskraam tot gevolg, ik bedoel maar).

Niks is zo effectief voor de kunsten als baby’s, dat weten ze zelfs in de machowereld van de popmuziek. „Will you stay in our lovers’ story/ If you stay you won’t be sorry”, zong de toen nog vervaarlijke David Bowie in ‘Kooks’. De song voor zijn pasgeboren zoon bevat onorthodox lieftallige zinnetjes als „We bought a lot of things to keep you warm and dry” – en de fans vonden dat niet stompzinnig. Welnee, ze hielden nog meer van hem.

In Museum De Pont in Tilburg word ik gebiologeerd door de huiselijkheid in de kleine schilderijen van Marenne Welten. Allemaal volgeklonterde interieurs. Soms met een mens, meestal met een leunstoel, tafel of bed. Alles gloeit, alles bubbelt. Het zijn vulkanen en de lava dreigt.

Onderweg naar de uitgang passeer ik een wand met hondenportretten van fotograaf Charlotte Dumas. Ja, met die honden had Mastroianni gelijk. De hond steelt al snel de show. De honden van Dumas poseren als mensen. Ze kijken in de lens, niet ongefocust, maar zelfbewust. Honden hebben de naam slaafs te zijn, maar ik voel me nederig.

Nu ben ik nog benieuwder naar White God, de veelgeprezen speelfilm over honden. Inderdaad, zelfs het spannende dertienjarige meisje over wie de film gaat, wordt door de honden in een bijrol gedrukt. Ze draven in cohorten door Boedapest en rekenen bloedig af met hondenhaters. Knap gedaan door de filmer. Maar personages worden ze niet. Hun karakters zijn gereduceerd tot melancholieke ogen onder van die hondenfronsjes. Veel shots van logge schuinse koppen. Het asiel is de gevangenis. Disney-achtig, maar zonder humor en gevoel voor betrekkelijkheid. Dan heb ik liever een échte Disneyfilm. Lady en de vagebond, of zo.

Of Wiplala. Wat een fuif van een film. Met een naar behoren asociale Wiplala. Met het meisje Nella Della als de Hollandse versie van Harry Potters Hermelien. En met een hond. Een grote dog. God in spiegelbeeld, niet goedertieren maar vervaarlijk en hij speelt eventjes iedereen weg.

Wiplala is een kinderfilm. Dus regel een kind als alibi. Ga er naartoe. En geniet, allebei. Vooral van die hond.