Geen reden om bescheiden te zijn

Topman Niek Hoek stopt na 18 jaar bij Delta Lloyd, de enige grote Nederlandse verzekeraar die tijdens de crisis niet in moeilijkheden kwam.

Rond half drie in Brasserie de Badmeester op het Wassenaarse strand geeft Niek Hoek te kennen dat hij nog maximaal een half uurtje heeft. Om half vier heeft hij zijn volgende afspraak en hij moet ook nog even de boodschappen doen. Zijn vrouw heeft griep en dus springt hij in. Doet ’ie wel vaker hoor, „maar het is wel een uitzondering.” Zijn chauffeur zal later even met de Mercedes langsrijden bij de C1000. Op het menu staat schnitzel. Die maakt hij zelf klaar.

Typisch Hoek, zeggen mensen die hem kennen. Hoek (58) is alweer veertien jaar de hoogste man bij Delta Lloyd, een van de grootste verzekeraars van Nederland. En in die hoedanigheid is hij ook een van de gezichten van de BV Nederland.

Maar ‘gewoon’ blijven vindt hij belangrijk: niet naast je schoenen lopen, het contact met de werkelijkheid niet verliezen. Als hij interviews geeft, zegt zijn woordvoerder, vervangt hij tijdens de inzage vooraf vaak zijn naam door „de raad van bestuur” of „mijn collega’s”. Want het gaat niet om Hoek, althans, niet om hem alleen.

In gesprekken met journalisten is hij vriendelijk en innemend. Een goedaardige gentleman. Maar dat is maar de helft van het plaatje. De andere helft is iemand die zelfverzekerd is en die je, misschien wel zonder dat hij het doorheeft, rustig een paar keer onderbreekt. Voor scherpe uitspraken deinst hij niet terug. Integendeel. Dat vindt hij wel mooi.

Hij is kritisch over de overheid („welvaartsbedreigend”), over concurrenten (die moeten hun boeltje op orde krijgen), over toezichthouders (als de regeldrift nog sterker wordt, kun je straks geen zaken meer doen). En over consumenten (die moeten de schuld van de woekerpolisaffaire niet alleen maar bij verzekeraars neerleggen). Voor een topman uit de financiële sector is dat tamelijk uniek. De meesten houden zich sinds de crisis gedeisd, onder het motto: wie geschoren wordt, moet stilzitten.

Hoek heeft recht van spreken. In tegenstelling tot vrijwel alle concurrenten, had Delta Lloyd tijdens de financiële crisis geen staatssteun nodig. Het bedrijf ging in 2009 met succes naar de beurs, terwijl de crisis op dat moment in volle hevigheid woedde en beleggers financiële instellingen meden als de pest. Delta Lloyd ontworstelde zich na een jarenlange strijd, die culmineerde in een gang naar de rechter, van zijn Britse eigenaar Aviva. Omdat die aandrong op meer dividend en dat volgens Hoek onverantwoord was. Hoeks verzekeringsbedrijf staat er nu financieel gezond voor.

Achttien jaar na zijn toetreding tot de raad van bestuur (hij was eerst nog vier jaar financieel directeur) komt Hoeks bewind ten einde. In april dit jaar kondigde het concern aan dat hij in mei 2015 met vervroegd pensioen gaat. Per 1 januari legt hij zijn rol als bestuursvoorzitter neer. De aankondiging kwam voor velen totaal onverwacht en leidde tot een koersdaling van het aandeel met enkele procentpunten.

Het Financieele Dagblad berichtte daags daarna dat zijn vertrek mede onder druk van de toezichthouder was gebeurd. Die zou hebben gevonden dat Delta Lloyd onder Hoek wel erg scherp aan de wind voer (lees: agressief en dus risicovol belegde). Maar volgens Hoek was zijn vertrek niet onverwacht.

In dit gesprek blikt hij terug op achttien jaar werken bij Delta Lloyd en in de financiële sector. Een sector waar in die tijd dramatisch veel is gebeurd.

Waarom stopt u nu?

„Ik ben al sinds 1997 bestuurslid van Delta Lloyd. Je moet niet blijven zitten totdat je uiterste houdbaarheidsdatum is verstreken. Verder speelde er een kwestie in mijn privéleven.”

U bedoelt het ongeluk van uw zoon? Die raakte in 2012 betrokken bij een ernstig auto-ongeluk.

„Toen heb ik overwogen om meteen te stoppen.”

Waarom heeft u dat toch niet gedaan?

„Omdat hij miraculeus herstelde. En omdat ik erachter kwam dat werk toch ook wel erg leuk is.”

U kon het niet helemaal loslaten?

„Nee.”

En verder?

„De regeldruk op dit mooie vak is enorm toegenomen. Ik moet zeggen: dat vind ik lastig. Je eigen flexibiliteit neemt denk ik af naarmate je ouder wordt.” (hij lacht)

U had het gevoel dat u niet meer kon ondernemen?

„Dat speelde wel mee. Allerlei mensen van buitenaf willen je allerlei regels opleggen. Maar de eindverantwoordelijkheid ligt bij jou.”

Verzekeraars moeten geld kunnen verdienen, anders kunnen ze niks uitkeren aan polishouders?

„Na de crisis was de reflex: we moeten geen risico meer nemen. Nul. Dat is natuurlijk fantastisch, maar dan verdien je ook niks meer. Je komt als bestuurder in een spagaat terecht.”

Wat voor spagaat?

„Een bestuurder moet het beste doen voor zijn bedrijf. Maar die mogelijkheid wordt je niet altijd geboden. Dat is niet goed voor mijn bloeddruk.”

Er wordt gezegd dat uw vertrek ook te maken heeft met druk van de toezichthouder.

(Valt in de rede). „Dat is in ieder geval wat sommige kranten opschrijven. Maar hoe bont kun je het maken? Als je als enige grote verzekeraar door de crisis niet in de problemen bent gekomen, dan is het haast beledigend om zoiets op te schrijven.”

U vindt zelf dat uw bedrijf heel prudent handelt?

„Wij waren in 2001, toen de internetbubbel barstte en de aandelenbeurzen instortten, de enige grote verzekeraar die dat risico goed had afgedekt. Tijdens de eurocrisis waren we de eerste Europese verzekeraar die zijn Griekse staatsobligaties meteen de deur uitdeed. Dat zijn nou niet bepaald voorbeelden van risicozoekend gedrag.”

Maar heeft de toezichthouder nu signalen gegeven dat u wegmoest?

„De reflex na de crisis was: geen risico meer. Dat vond ik niet verstandig. Dat heb ik ook publiek geuit. Dat wordt nooit echt gewaardeerd. Laten we het zo maar zeggen.”

Wat zijn uw vervolgplannen?

„Volgend jaar word ik president-commissaris bij Arcadis. Ongetwijfeld zullen er ook nog wel internationale commissariaten bijkomen. En ik wil mijn eigen beleggingsbedrijf oprichten.”

Dan kunt u weer lekker ouderwets beleggen?

„Dat heb ik al heel lang niet meer mogen doen. Dat lijkt me wel weer leuk.”

En als je het zelf doet heb je natuurlijk een stuk minder last van al die regels?

„Je hebt tegenwoordig overal regeltjes voor. Zelfs daarvoor.”

Hoe groot is de regeldruk volgens u nu?

„Die kan alleen maar beter worden. Dit is de bodem. Overigens is die druk ook wel begrijpelijk hoor. Er is geen financiële sector in Europa die het slechter heeft gedaan dan de Nederlandse. Maar er zit een grens aan.”

Hoezo?

„Omdat de Nederlandse financiële sector zo straks niet meer concurrerend is. We hebben hier de neiging hebben om steeds een stap verder te gaan dan Europese regelgeving. Zie bijvoorbeeld het beloningsbeleid, onze beperking op bonussen gaat verder dan elders in Europa. Dat ondermijnt onze concurrentiepositie.”

Je kunt ook zeggen: zo wordt onze financiële sector veiliger dan andere.

„Er is hier al heel ver ingegrepen in de vrije loonvorming. Ook in andere sectoren en bij de overheid trouwens. De Europese bonusregels zijn een Nederlandse uitvinding. Die heeft onze financiële sector samen met de overheid ooit bedacht. Onze norm is de Europese geworden. Dat was het herenakkoord, waar ik zelf rechtstreeks bij betrokken was. Maar het werd daarna weer het raam uitgegooid. Dat draagt niet bij aan het vertrouwen in de overheid. We zijn in Nederland doorgeschoten. Het beslag van de overheid op de samenleving is te groot. Ik denk dat dat welvaartsbedreigend is.”

Waar blijkt dat uit?

„De belastingdruk is hoog. Het inkomen van mensen wordt onnodig verlaagd, waardoor ze minder te besteden hebben. Daar hebben bedrijven weer last van. Er is minder geld om te ondernemen. Contraproductief dus.”

Is de overheid volgens u ook een bedreiging geworden voor de financiële sector?

„Daar past een gepast antwoord. Een deel van de financiële sector is net door de Staat gered. Dus de sector moet dankbaar zijn dat er een sterke overheid was die ons kon redden. Maar nu is het doorgeslagen. Het zou goed zijn als de overheid een stapje terugzet.”

Waar dan? Op het gebied van het beloningsbeleid?

Dat is zo’n explosief onderwerp. Ik zou al blij zijn als we het daar gewoon de komende vijf, tien jaar niet meer over hoeven hebben, en het blijft zoals het nu is.”

Minder regels dus?

„Maar dan wel de niet-zinvolle afschaffen. Denk aan anti-witwasregels voor levensverzekeringen. Uit ons eigen onderzoek blijkt dat dit een niet bestaand probleem is. Toch moeten mijn mensen zich hiermee bezig houden. Die vragen zich af: wat zij wij nou aan het doen?”

U lijkt bijna alles goed te hebben gedaan bij Delta Lloyd. Maar de woekerpolisaffaire moet toch een smet op uw blazoen zijn.

„De hele sector heeft hier verzuimd. De vraag is hoe je er daarna mee omgaat. In 2008 kwam de commissie-Wabeke, die onderzoek deed naar de affaire, met aanbevelingen voor verzekeraars om de kosten van polissen voor klanten met terugwerkende kracht te verlagen. Dat hebben wij als eerste gedaan. De rest van de sector zei: dit waait wel over.

„Vandaag de dag gaat het met het een groot deel van onze klanten goed. Een belangrijke reden daarvoor is dat circa 80 procent van hen garanties op hun polissen had zitten. Zij hebben de beleggingsverliezen dus minder gevoeld. Die hebben wij voor ze genomen. Voor schrijnende gevallen hebben we een apart pot gemaakt.”

U vindt dat Delta Lloyd het dus goed heeft gedaan?

„Ja.”

Er zijn ook mensen die zeggen: die compensatieregeling dekte maar een schijntje van de schade.

„De schade voor mensen is natuurlijk heel vervelend, maar er zitten wel twee kanten aan: klanten hebben voor het overgrote deel bewust beleggingsrisico’s genomen. Dat kun je niet achteraf terugleggen bij de verzekeraar.”

Maar dat wisten die mensen toch niet? De kern van de kritiek was juist dat de informatievoorziening onder de maat was.

„Nou, bij Delta Lloyd wisten de mensen het wel. Onder de naam woekerpolis wordt nu alles wat mooi en lelijk is geschoven, er waren allerlei soorten beleggingsverzekeringen. Maar ik kan met opgeheven hoofd zeggen dat wij ons nooit schuldig hebben gemaakt aan dat soort praktijken.”

Het waren dus vooral de anderen die er een potje van gemaakt hebben?

„Waar de kosten bij ons te hoog waren, hebben we compensatie betaald. Waar er schrijnende gevallen waren, hebben we iets extra’s gedaan. We hebben mensen zo goed mogelijk geïnformeerd.”

Geen smet op uw blazoen dus?

„Nee. Wat ik onderschat heb: wij kunnen het relatief goed doen, maar je kunt nog steeds last hebben van de reputatie van de rest.”

Die reputatie van de sector is niet alleen beschadigd door de affaire rond de woekerpolissen, maar ook door de crisis, die voor een belangrijk deel wordt geweten aan de financiële sector. Hoe gaat de sector het vertrouwen terugwinnen?

„Je hebt geen dure consultants nodig om het te bedenken. Je moet beginnen met je eigen werk goed te doen. Goede, eenvoudige producten leveren. Helder communiceren.”

Waarom duurt het dan zo lang?

„Het is natuurlijk een bloedbad geweest. Iets om plaatsvervangende schaamte van te krijgen. Kijk naar de zes grote verzekeraars. Een paar zijn er genationaliseerd. Een paar met hulp van de staat overeind gehouden. Van de banken kon alleen Rabobank op eigen benen blijven staan. Maar die kreeg vorig jaar de Libor-affaire om zijn oren. Dat is geen pretty picture.

„Reputatie komt te voet en gaat te paard. Het duurt jaren voor we die terugkrijgen. Daar kun je over janken. maar je moet gewoon aan de slag.”

Gelooft u in maatregelen, zoals de bankierseed en tuchtrecht?

„Je zal op veel meer terreinen dingen moeten doen. Eenvoudigere producten maken en duidelijker communiceren, dat is het startpunt.”

Nederlandse verzekeraars hebben het zwaar. De rente is laag, waardoor het moeilijk is om aan toekomstige verplichtingen te voldoen. De markt is verzadigd, Nederlanders zijn voor zo’n beetje alles verzekerd. Toezichthouders stellen hoge kapitaaleisen. Uit de woekerpolisaffaire komen mogelijk nog miljardenclaims voort. Waar houdt het op?

„Er zijn ook goede vooruitzichten. Zorgen voor je pensioen wordt steeds meer een individuele aangelegenheid. Mensen doen dit steeds minder via hun werk, via het bedrijfspensioenfonds. De samenleving individualiseert en daar ligt een nieuwe markt. Die lage rente blijft natuurlijk een lastige. De vraag is: duurt dat nog twee jaar of twintig? Ik hoop twee.”

Denkt u dat de Nederlandse verzekeringsbranche ooit nog eens zo zal floreren als vroeger?

„We zijn wel ver teruggegaan. De verzekeringstak van ING was ooit de nummer drie van de wereld. Dat zal niet meer zo snel gebeuren.”

Is die tijd niet voorgoed voorbij?

„Dat weet ik niet. Zulke bedrijven zijn in 25, 30 jaar opgebouwd en in een paar jaar afgebroken. Dat is de tragiek. Het koste vele jaren om multinationals op te bouwen. Je bent ze zo kwijt.”

Dat gaat u aan het hart?

„Ik vind het een drama voor Nederland.”

Moet je zulke grote bedrijven wel willen? Groot = complex = risicovol?

„Grote bedrijven brengen een enorme dynamiek met zich mee. Ze zorgen voor werkgelegenheid, er gaan geldstromen door je land. Heel welvarende landen hebben altijd een paar succesvolle internationale ondernemingen. Nederland is klein. We hadden tien, vijftien van dat soort ondernemingen. Als je er door de crisis vijf kwijtraakt, vind ik dat een groot verlies.”

U heeft zich in 2009 met succes ontworsteld aan uw Britse eigenaar. Op het hoogtepunt van de strijd belandden beide partijen uiteindelijk voor de rechter. Hoe kwam dat?

„We kwamen er niet uit met elkaar. Onze aandeelhouder drong aan op superdividend of een veel agressiever dividendbeleid. Wij zeiden dat we dat geld nodig hadden om ons bedrijf fatsoenlijk te runnen. Onze klanten verwachten dat wij hun 20 tot 30 jaar later netjes kunnen uitbetalen wat we hebben beloofd. Als daarover twijfels ontstaan, is dat desastreus.”

Dat was best vooruitstrevend. Destijds heerste de geest van het aandeelhouderskapitalisme nog.

„Het was ook niet gemakkelijk.”

Maar u deed het wel?

„Mijn ervaring is dat het best goed is om aan je principes vast te houden en af en toe tegen de stroom in te gaan.”

Is dat belangrijkste les die u uit de affaire heeft getrokken – en zou u ook die ook aan andere bestuurders adviseren?

„Als je echt van mening bent dat iets niet kan, moet je je rug recht houden. Ik heb bij een aantal concurrenten gezien dat hun verzekeringsdochters zijn geplunderd. Fortis. ING. Mede daardoor zijn ze in problemen gekomen.”

Wat gaat u als eerste doen als u straks stopt?

„Een paar weken skiën met mijn familie in Zwitserland.”

En dan lekker van de zwarte piste?

(lacht).

Een beetje risico nemen vindt u wel leuk toch?

(lacht opnieuw). „Maar wel met de juiste veiligheidsmaatregelen. Je wilt geen lawine achter je aan.”