Eindeloos dralen om een plekje te vinden

Sytske van der Ster (36) is actrice en zangeres. Ze was te zien in tv-series als De Co-assistent en Heer en Meester. Nu speelt ze Minoes, in de musicalbewerking van het boek van Annie M.G. Schmidt. „Ik ben een echt kattenmeisje.”

Les Misérables

„Ik wist op mijn twaalfde al: ik moet naar de kleinkunstacademie. Met mijn ouders was ik naar Les Misérables geweest en ik was zo onder de indruk van Simone Kleinsma; ik vond haar extreem grappig en geloofwaardig tegelijk. Dat was nieuw. In het programmaboek zag ik waar zij op school had gezeten, en toen was het simpel: oh, dáár moet ik dus heen.

Ik speelde als kind altijd al sprookjes na. Assepoester was de favoriet, en dan met mijn oma in alle andere rollen. En ik zong thuis ook voortdurend; mijn moeder zei altijd dat ze wist dat het niet goed met me ging, als ik even niet zong. Op de middelbare school heb ik mijn hele vakkenpakket erop uitgekozen. Tekenen en kunstgeschiedenis, dat kon toen nog. Wiskunde eruit. Aan de tegensputterende decaan legde ik uit: ‘neenee, ik ga naar de kleinkunstacademie’. Toen hij zei hoe moeilijk dat was, hield ik gewoon mijn oren dicht.”

Slechte auditie

„Bij de auditie zong ik natuurlijk een lied uit Les Misérables, ‘Heel alleen’. En iets uit Sweeney Todd, van Stephen Sondheim. Later hoorde ik dat ik erdoor kwam door die keuze – Sondheim, dat was artistiek verantwoord – maar niet zozeer door de uitvoering, hahaha. Ik ging in shock de zomer in. Ik was aangenomen, ja, maar kreeg wel te horen dat die auditie heel slecht was, al ‘dachten ze wel dat ik het in me had’. Dan sta je natuurlijk meteen 10-0 achter, qua zelfvertrouwen.

Ik was thuis niet gewend om kritiek te krijgen; alles kon en mocht bij ons. Ik heb heel jonge ouders; we zijn zo’n beetje met elkaar opgegroeid. Dat was heerlijk, maar veel grenzen of restricties waren er niet. Ik moest echt leren kritiek niet meteen helemaal op mezelf te betrekken. Dat als de leraar zei: die noot is vals, hij niet zei: jij zingt vals.

Het was een pittige tijd. In amateurland, waar ik vandaan kwam, was ik een soort heldin geweest, met de hoofdrol in de schoolmusical enzo. Nu zat ik opeens in een klas met alle helden en heldinnen uit het land. In mijn klas zaten Pepijn Gunneweg en Wende Snijders, en een jaar hoger zat Carice van Houten. Het duurde tot halverwege het tweede jaar voor ik mijn draai had gevonden. Misschien was ik een vreemde eend in de bijt. Ik hield van sprookjes en feelgood, maar er werd op school wel een bepaalde kunstzinnigheid van je verwacht. Ik wilde musicalster worden, en nu moest ik opeens Jacques Brel zingen.”

No nonsense

„Heel erg wennen vond ik ook de nadruk op emoties, en dat iedereen die maar continu uitte. Thuis werd nooit over gevoel gesproken, mijn vader was aannemer, mijn moeder deed zijn boekhouding – het was een no nonsense, niet-klagencultuur. Mijn gevoelens, die kon ik kwijt in het spelen. Ik ben zelfs een tijdje bang geweest dat die onderdrukte emoties de voorwaarde waren voor mijn creativiteit: toneelspel was mijn uitlaatklep. Ik dacht dat het op zou drogen als ik me wel ging uiten. Maar dat bleek mee te vallen.

Ik herinner me heel goed het moment waarop ik voelde: ik kan dit. We kregen les van Ad van Kempen; camera-acteren. En op de een of andere manier vatte ik die combinatie van én je tekst kennen, én je handelingen weten, én rekening houden met de camera. Die concentratie, dat snapte ik, en ik merkte: hee, dit lukt! Een klasgenoot complimenteerde mij: ‘Sytske, dat was écht heel goed’. Toen wist ik eindelijk welke kant het op ging.”

Pats, boem, beroemd!

„Daarna heeft mijn carrière zich stapsgewijs voltrokken; eerst veel jeugdtheater, toen een commercial, toen De Co-assistent, daarna Heer en Meester. Het was niet van: pats, boem, beroemd! Nu merk ik dat ik in een andere aandachtspoule begin te komen; ik word herkend bij het tankstation. Maar mijn grootste ‘claim to fame’ is nog steeds dat ik de moeder speelde in de Pietje Bell-films. Werd ik op mijn 24ste opeens moeder van vier kinderen, in een gebreide jurk, terwijl leeftijdgenoten in bikini’s over het strand renden in Costa. Toen dacht ik wel even: waar gaat dit heen? Ik word nog steeds door kindjes herkend in de Albert Heijn: ‘Mevrouw, bent u de moeder van Sproet?’ Dat heeft blijkbaar diepe indruk gemaakt.”

Minoes

„Minoes was de eerste rol waar ik geen auditie voor heb hoeven doen. Ik ben een echt kattenmeisje, vroeger ook al: mijn eerste poes heb ik naar Minoes vernoemd. Ik las het boek op mijn zevende, en ben dol op die gekke zinnetjes van Annie M.G. Schmidt: ‘Wat deed u op het dak?’ ‘Ik zocht een vaste betrekking.’ Blijkbaar pas ik als type in dat universum. Ik ben wel een beetje een juffrouw. Toen we elkaar net kenden, zei mijn man ook een keer: ‘Wat heb je nu weer voor Fiep Westendorp-schoentjes aan?’

Toen producent Inge Bos van Minoes me belde, met de vraag of ik dit wilde doen, dacht ik: auditeren. Dus ik stond meteen als een gek in mijn agenda te bladeren, zeg maar wanneer, die auditie, ik schuif alles opzij! En toen zei ze: ‘Nee, wil jij het dóén?’ Jajaja! ‘Dikke ja!’, heb ik geloof ik zelfs geroepen. Ik heb nu zelf geen kat – ik ben in Amsterdam twaalf keer verhuisd, maar keek wel voor de lol al kattenfilmpjes op YouTube. Dat kan ik nu voor mijn werk doen. Ik heb ze eindeloos bestudeerd; hoe ze lopen, kopjes geven, zich uitrekken, en dat eindeloos dralen om een plekje te vinden; heerlijke wezentjes vind ik het.”

Dame

„Het grappige aan Minoes is natuurlijk: ze wil een dame zijn. Dus ze probeert die katachtige trekjes juist af te leren. Ik speel het nu zo dat ze het meestal goed onder controle kan houden, maar als de emoties hoog oplopen, als ze boos is of verliefd wordt, dan kan ze haar instinct niet goed meer onderdrukken.

Ik heb de film destijds ook gezien: een fantastische, lieve, supergoed gelukte film. Tamara Bos, die toen het scenario schreef, heeft nu ook de toneelbewerking gemaakt, en compleet nieuwe liedteksten.

Ze is heel dicht bij het boek gebleven. De taal is typisch Annie. Want dat is natuurlijk een goudmijn; ogenschijnlijk tuttig maar in wezen heel pittig. Het is nooit met een geheven vingertje en stiekem altijd een beetje stout.

Van de film heb ik nu alleen de trailer teruggezien. Ik dacht al snel: nee, ik moet mijn eigen Minoes gaan maken. Je bent toch bang dat je iets na gaat doen.

Dat ik tegen de Minoes van Carice op zou moeten boksen, nee, zo voel ik het niet. Haar Minoes was heel charmant en ik hoop dat de mijne dat ook is.

Wel kan het dat kindjes die de film hebben gezien, in eerste instantie denken: hé, dat is niet de echte! En ik hoop ze dan toch voor me te winnen en opnieuw te betoveren. Als er maar één meisje in de zaal zit die ik zo kan raken als Les Misérables mij destijds... Dat vind ik zo’n mooie gedachte. Daar doe je het voor.”

Verliefd

„Het is heerlijk om zo blij te worden van je werk. We zijn allemaal een beetje verliefd op de voorstelling. Het is een circus van verkledingen, en zo’n leuk en liefdevol verhaal. Ik kom elke dag na de voorstelling vrolijk thuis. Al is het heus niet alleen maar schattig hoor; we hebben een spaarvarken waar we geld in storten bij elke foute poezengrap backstage. Die zit behoorlijk vol; daar kunnen we na de tournee van uit eten. Maar serieus, ik geniet enorm. Ik ben altijd een enorme fan geweest van Jim Henson en de Muppetshow, en nu zit ik tijdens één nummer op een dak, omringd door poezenpoppen. Dat is helemaal mijn Muppetshow-moment.”