Een vroege feministe die pas laat erkenning kreeg

foto anp

Zoals een Eerste Kamerlid hoort te zijn: erudiet, analytisch, wars van partijpolitiek. Dat was professor dr. Geertje Lycklama à Nijeholt. „Een vrouw die strijdlust en dadendrang koppelde aan een onderzoekende geest en een wijs en bezonken oordeel”, zei premier Rutte begin deze maand in de Eerste Kamer in zijn herdenkingstoespraak voor haar.

Lycklama zat voor de PvdA in de Eerste Kamer van 1995 tot 2003; voor een belangrijk deel waren dit de ‘paarse jaren’ waarin onder leiding van Wim Kok PvdA, VVD en D66 samen, maar vooral zónder het CDA regeerden. Maar dat politieke gegeven was meer voor „de overzijde”, de Tweede Kamer.

Zij keek als lid van de Chambre de réflexion liever naar de gevolgen van het paarse beleid. Vandaar haar verzoek in 1999 om het belang van de burger bij marktwerking en privatisering systematisch te evalueren. Een onderwerp waar de Eerste Kamer uiteindelijk in 2012 een onderzoek aan wijdde.

De vrouw met de vooral voor stenografen altijd weer lastige naam werd geboren in Friesland. Haar vader was landbouwer en voor de protestants-christelijke Anti Revolutionaire Partij (ARP) lid van de gemeenteraad van Wonseradeel. Via de mulo in Bolsward ging het naar de HBS in Sneek en in 1956 belandde zij op de Vrije Universiteit in Amsterdam voor een studie niet-Westerse sociologie.

In 1979 werd Lycklama bij de Landbouwhogeschool in Wageningen benoemd als hoogleraar in de maatschappelijke stromingen. Haar oratie, getiteld Feminisme en wetenschap weerspiegelt volledig de toen heersende tijdgeest. „Emancipatie van vrouwen in onze samenleving kan pas verwerkelijkt worden wanneer er een grondige herverdeling van kennis, macht, arbeid, prestige, geld en leefruimte plaatsvindt tussen vrouwen en mannen”, sprak ze.

Snel verliepen de door haar gewenste veranderingen niet volgens haar zelf. Toen zij in 1992 de Aletta Jacobsprijs (bedoeld voor mensen die zich bijzonder hebben ingezet voor de emancipatie van de vrouw) kreeg, constateerde zij bij de uitreiking: „Speciaal op het terrein van machtsvorming voor en door vrouwen moet nog veel gebeuren, internationaal, maar ook in Nederland.” Maar de erkenning volgde.

In zijn herdenkingstoespraak zei Rutte dat de sleutelrol van vrouwen bij de ontwikkeling van een samenleving een vaste pijler is geworden onder het Nederlandse buitenlands beleid. „Dat daarmee in hoge mate schatplichtig is aan haar werk.”