Een regenboog tegen het station

Een techniek van astronomen om heel verre planeten te onderzoeken gebruiken ontwerpers nu voor een namaakregenboog.

Een regenboog zie je meestal onverwacht. Het moet regenen, maar de zon moet ook schijnen, en dan moet je ook nog de goede kant op kijken (met de zon in je rug, dus in de richting van je schaduw).

Maar donderdag verscheen er op de zijkant van het Centraal Station in Amsterdam een regenboog op precies het voorspelde moment.

Eigenlijk was het ook niet helemaal een echte regenboog, maar een kunstmatige, gemaakt door het ontwerpbureau Studio Roosegaarde. ‘Rainbow Station’ heet hun kunstregenboog, die elke dag een paar minuten geprojecteerd zal worden.

Maar compleet nep is hij ook weer niet. Het is bijvoorbeeld niet gewoon een geprojecteerde foto van een regenboog.

Echte regenbogen ontstaan doordat zonnestralen binnen regendruppels gespiegeld worden. Het zonlicht bestaat uit meerdere kleuren, van rood tot blauw, en het spiegelen gaat voor iedere kleur net iets anders: daardoor zie je een rode boog, een gele boog, een groene boog, en een blauwe boog: samen vormen die de regenboog.

Bij de namaakregenboog werkt dat ook zo, al wordt die niet gemaakt met regendruppels maar met een ‘tralie’. Dat is een glas-achtig materiaal met groefjes dunner dan een duizendste millimeter. De kleurig glanzende kant van een cd is ook een tralie.

De tralie van Rainbow Station is ontworpen door de astronomen Frans Snik en Michiel Rodenhuis, die ook tralies gebruiken om met telescopen planeten buiten ons zonnestelsel te onderzoeken.

Maar je kunt er dus ook een regenboog mee maken. Ook als het niet regent.