Een Bacchant van 22,5 miljoen euro

Het Rijksmuseum heeft voor 22,5 miljoen euro een beeld van Adriaen de Vries gekocht gekocht. Nooit eerder betaalde het museum zoveel euro's voor kunst.

Eigenlijk gingen de biedingen met 5 ton per keer omhoog. Maar nog één keer lieten twee directeuren van het Rijksmuseum via de telefoon 250.000 euro meer bieden op de veiling bij Christie’s in New York afgelopen donderdag. Zij wilden het bronzen beeld van een Bacchantenfiguur met een universum op zijn schouder per sé binnenhalen. Ze waren over het maximumbudget heen („we gingen ons boekje te buiten, maar binnen de perken”, zegt directeur Collecties Taco Dibbits), maar hadden het gevoel dat de concurrenten uitgeboden waren. Het halve bod werd toegelaten, de truc werkte.

Het Rijksmuseum werd voor 27,9 miljoen dollar (22,5 miljoen euro) eigenaar van het Atlasfiguur van de zeventiende eeuwse beeldhouwer Adriaen de Vries. Het is het hoogste bedrag dat het Rijksmuseum ooit voor een kunstwerk heeft neergelegd en de grootste kunstaankoop door een Nederlands museum sinds de Victory Boogie Woogie van Piet Mondriaan door het Gemeentemuseum (40 miljoen dollar).

Het werk is heel zeldzaam

In een kunstmarkt die beheerst wordt door puissant rijke verzamelaars, is het hoogst uitzonderlijk dat een museum nog een topstuk binnenhaalt. Ze kunnen met hun beperkte budgetten niet meer op tegen die concurrentie, zeker als een werk op de markt komt dat zo zeldzaam is. Dibbits: „Voor zo’n uitzonderlijk beeld als van De Vries hebben ook de verzamelaars van hedendaagse kunst belangstelling. En daardoor schrikken ze niet terug voor bedragen van tientallen miljoenen euro’s. Wie in Amerika en Europa geïnteresseerd waren, konden we wel inschatten. Maar sinds 2000 weet je nooit of er een onbekende verzamelaar uit Azië, Afrika of het Midden Oosten opduikt en hoe ver die zal gaan. Dat is gelukkig meegevallen.”

De tijd om het forse bedrag bijeen te krijgen, was kort. Slechts drie weken geleden, pas eind november hoorde het Rijks dat het beeld in de veiling zou komen. „Maar van de Vereniging Rembrandt kregen we al direct meer dan we hadden gevraagd. Het belang voor Nederland werd snel ingezien.” Van die Vereniging Rembrandt ontvangt het Rijks 4 miljoen euro, van de Stichting Nationaal Fonds Kunstbezit 5 miljoen voor de aankoop. De BankGiro Loterij doet mee voor 5 miljoen, het VSB en het Mondriaan Fonds droegen 1 miljoen euro bij. Dat deed ook een particuliere schenker, waar het Rijks al een band mee heeft. Het algemene Rijksmuseum Fonds zorgt voor 5,1 miljoen euro. „Daar hebben we nu wel alles uitgeput wat we hebben, voorlopig is daar geen ruimte meer voor te gekke dingen”, zegt Dibbits.

Het was de tweede keer dat het Rijksmuseum bij de fondsen geld bijeen had gekregen voor dit beeld. In 2011 stond het al een keer aangekondigd door Christie’s. „Op de dag zelf werd het beeld van de veiling teruggetrokken, er was onenigheid in Oostenrijk over de exportvergunning”, vertelt Dibbits. „Ik heb nog de minister van Cultuur daar aangeschreven, maar het werd niks omdat de eigenaar niet reageerde.”

Die eigenaar mag zich heel gelukkig prijzen. Het beeld werd in 2010 per toeval ontdekt door een medewerker van Christie’s. Die was op bezoek in het kasteel om een schilderij te bekijken. Hij zag het beeld, klom op een trapje en zag de gravure van de handtekening en het jaartal. Vier jaar later ziet de eigenaar 22,5 miljoen euro bijgeschreven worden op zijn rekening.