Dit gaat allang niet meer om cocaïne

De openlijke en zeer gewelddadige liquidaties in Amsterdam gaan maar door. Deze week werd een vrouw door het hoofd geschoten voor de ogen van haar kinderen. Wat kan de politie nog?

De hoofdmannen van de rivaliserende groepen zijn al enige maanden ondergedoken, maar de liquidaties in de maffia-oorlog die sinds eind 2012 in Amsterdam woedt, gaan gewoon door. De drijfveer is angst. Zo vatte de Amsterdamse hoofdcommissaris Pieter-Jaap Aalbersberg de situatie deze week samen op de lokale zender AT5.

De politie heeft reden om verantwoording af te leggen, want de zeer gewelddadige liquidaties gaan maar door. Alleen al dit jaar werden zeven mensen doodgeschoten, en ook de politie vreest dat het daar niet bij blijft. Het conflict wordt ook wel de ‘Mocro-oorlog’ genoemd omdat er veel Marokkaanse Nederlanders bij zijn betrokken – ten minste 15.

Het laatste slachtoffer is een Braziliaanse vrouw uit Amstelveen die volgens De Telegraaf de vriendin is van Najib H., de nieuwe hoofdman van een van de rivaliserende groepen. Zij werd woensdagavond van dichtbij door het hoofd geschoten, voor de ogen van haar kinderen.

Deze aanslag kenmerkt de moorden: brutaal, gewelddadig en vaak met gebruik van zware automatische wapens. Soms overdag, vaak gewoon in woonwijken of winkelstraten, en vorig jaar zelfs tijdens een dancefeest in het Scheepvaartmuseum. De daders schieten gericht op agenten. Ook omstanders lopen grote risico’s.

Twee kampen

Justitie ziet grofweg twee kampen: het kamp-Gwenette, van de mei dit jaar geliquideerde Gwenette M., en het kamp-Benaouf A.

De ruzie tussen de twee groepen zou gaan om een partij van 200 kilo cocaïne van Benaouf A. die is verdwenen in de Antwerpse haven. Hoe die verdween is niet duidelijk. Maar Benaouf A. ging uit van diefstal en liet vervolgens in Antwerpen de Amsterdamse Najeb B. vermoorden, uit het Gwenette-kamp. Dat was het begin van retributies over en weer. Afgelopen mei werd Gwenette M. in Amstelveen met kogels doorzeefd.

Volgens de politie is de verdwenen partij cocaïne niet meer de enige reden voor het voortduren van de reeks aanslagen. Er is nog een reden: angst. Als je bang bent dat je op een dodenlijst staat, kun je de ander maar beter een slag voor zijn – dat is volgens de politie wat er nu speelt.

Volgens de woordvoerder van de politie kun je niet spreken van een Mocro-oorlog. „Het gaat om steeds wisselende samenwerkingsverbanden waartoe niet alleen Marokkanen maar ook bijvoorbeeld Antillianen en autochtone Nederlanders behoren.”

Toch is het aandeel van jonge Marokkanen in deze liquidatiereeks opmerkelijk. De jeugdigheid en relatieve onervarenheid van de daders zou een reden kunnen zijn voor het aanhoudende geweld.

Jonge Marokkanen zouden heel snel van lichte naar zware criminaliteit overstappen. Ze hebben niet een ‘gewone’ criminele loopbaan die van winkeldiefstal naar inbraak leidt, en vervolgens naar beroving, drugshandel, en dan moord. Het geweld is vaak impulsief.

Achter de facilitators aan

Het lijkt alsof de politie machteloos staat en niet meer kan doen dan wachten op de volgende liquidatie.

In plaats van zich te concentreren op de opsporing van de daders, houdt de politie zich steeds meer bezig met het voorkomen van nieuwe aanslagen. Dat doet de politie bijvoorbeeld door ook de ‘facilitators’ op de huid te zitten: de horecatentjes, autoverhuurbedrijven en wapenhandelaars. Verstoren, noemt de politie dat.

Deze week nog werden in een huis in Loosdrecht onder meer 17 kalasjnikovs en 38 handgranaten gevonden, samen met 10.000 stuks zware munitie – het soort dat door pantservoertuigen heen kan.

Wat betreft de opsporing van de daders: er lopen nu meer dan twintig rechercheonderzoeken naar de liquidaties, telkens onder leiding van een officier van justitie. In totaal houden 150 mensen bij de recherche zich ermee bezig.

Maar het zijn juist alle anderen, de wijkagenten, de verkeerspolitie, „eigenlijk de hele Amsterdamse eenheid” volgens de politiewoordvoerder, die meewerken. Door te praten met betrokkenen, ouders, broers. Door bij verkeerscontroles door te vragen, en in de kofferbak te kijken als daar aanleiding voor is. „Zo zijn we ook de wapens in Loosdrecht op het spoor gekomen.”

Er was overigens wel enig resultaat. Benaouf H. ontkwam niet aan de politie: begin deze maand veroordeelde de rechtbank in Amsterdam hem tot tien jaar voor de moord in Antwerpen – de moord waar alles mee begon.