Dinerdilemma’s

Julian Baggini schreef een boek over de filosofie van het eten. Vijf stellingen om aan de kerstdis uw tanden in te zetten.

tekst Janneke Vreugdenhilfoto David Galjaard

Soms lijkt het wel of we in december niets anders doen dan eten en drinken. Gezellig natuurlijk. En lekker. Maar zelfs gezellig en lekker gaat een keer vervelen. Op een dag trekt u uw mooiste pak of chicste jurk aan voor de vijfde kerstborrel of het derde kerstdiner en denkt: Waar gaan we het nu weer eens over hebben? Of u denkt: is al dat geconsumeer niet veel te decadent?

Wel, dat is het moment waarop Julian Baggini u komt redden. Baggini, de Britse denker die een boek schreef over de filosofie van het eten. In Deugden van de tafel behandelt hij zo’n beetje alle vragen die men zich vandaag de dag kan stellen over eten. Dilemma’s over dierenwelzijn, milieu en (on)gezond voedsel. Maar ook vrolijke vraagstukken zoals: is het moreel verwerpelijk om een ontbijtbuffet te plunderen? Voor wie de komende kersttijd eens wat dieper wil nadenken over wat het betekent om goed te eten: vijf stellingen ontleend aan Baggini’s Deugden van de tafel om, eventueel tijdens het schranzen en slempen, uw tanden in te zetten.

1. Vleeseters hebben meer respect voor dieren dan vegetariërs

Een veel gehoord argument voor vegetarisme is dat de mens niet mag beslissen over leven en dood. Maar als dat zo zou zijn, mag je ook geen virussen en bacteriën doden, of kakkerlakken verdelgen. Baggini zegt hierover: „Alleen wezens die in het bezit zijn van een voortdurend besef van enige betekenis verdienen ons respect.” Voor veel vegetariërs gaat het er echter niet om of de dieren, net als wij, kunnen nadenken. De vraag is: kunnen ze pijn lijden?

Baggini maakt onderscheid tussen pijn en lijden. Pijn is een tijdelijk onaangenaam gevoel. Lijden duurt langer, een opeenstapeling van pijn, waarvoor geheugen vereist is en een besef van toekomst. Lijden is in die opvatting aanzienlijk erger dan pijn. Een wild dier of een fatsoenlijk gefokt boerderijdier dat snel en efficiënt gedood wordt, ervaart pijn, maar lijdt niet.

Uiteindelijk stelt Baggini dat vegetariërs minder respect hebben voor dieren dan veel vleeseters. „Een oprecht respect houdt in dat je iets ten volle neemt voor wat het is, niet voor wat het naar jouw idee zou moeten zijn.” Een lammetje is dus geen „baby in schaapskleren”, maar een vertegenwoordiger van zijn soort. Een dier. En de natuur wil nu eenmaal dat de ene soort door de andere wordt opgegeten. „Door de bereidheid te doden en te eten, tonen we de bereidheid tot acceptatie van het feit dat de dood nu eenmaal bij het leven hoort.”

2. Hippe volkstuintjes houden de vooruitgang tegen

U kent ze vast, of u bent er zelf een: zo’n trotse bezitter van een volkstuin, danwel verwoed tomaten- en courgettekweker op eigen terras of balkon. Zelf je voedsel verbouwen is hipper dan ooit. En wie niet zijn eigen groente teelt en toch een beetje mee wil tellen, zorgt er wel voor dat hij ze betrekt bij een boer uit de omgeving.

Zelfvoorzienend is de trend en lokaal eten is bijkans een religie. Toegegeven, voedsel van dichtbij is vaak verser en dus al snel lekkerder. Maar niet altijd, en sommige producten – koffie, sinaasappels, bananen – laten zich nu eenmaal niet in ons klimaat verbouwen. Lokaal staat overigens ook niet per definitie gelijk aan duurzaam. Een vrachtwagen die in Europa 200 kilometer aflegt, stoot evenveel CO2 uit als een containerschip tijdens zijn reis van China naar Europa

De grote vraag is: waarom hangen wij in deze tijd zo aan autarkie? Baggini zegt dat het komt doordat we inmiddels meer vertrouwen hebben in de natuur dan in de mens. Volgens hem is het een misvatting te denken dat we sterker worden door onafhankelijkheid. We worden juist sterker door onderlinge afhankelijkheid. Handel spreidt risico’s, verbroedert en zorgt ervoor dat ideeën en ervaringen worden uitgewisseld. „Handel vormt het fundament van de menselijke beschaving.”

3. Zij die het ontbijtbuffet plunderen, verdienen respect

Een gedeelde maaltijd kan tot veel vreugde leiden, maar ook tot grote ergernis. Baggini voert in dit verband het ontbijtbuffet ten tonele. U heeft zich vast ook weleens gestoord aan al te gretige gasten die zo’n buffet te lijf gaan alsof het hun laatste maaltijd ooit is. Wat zegt dit gedrag over hun karakter? Zijn dit slechte mensen?

Volgens Baggini appelleert de overvloed van het buffet aan ons jager-verzamelaarsinstinct om zoveel mogelijk calorieën op te slaan voor tijden van nood. Daarna haalt hij Aristoteles erbij. Volgens de Griekse wijsgeer worden we goede mensen door deugdzaam gedrag tot gewoonte te maken. Maar worden wij van incidenteel ondeugdzaam gedrag dan ook slechte mensen?

Karaktertrekken kunnen sterk aan situaties gebonden zijn. Wie aardig is in tijden van voorspoed, kan zich als het leven tegenzit ontpoppen tot extreem zelfzuchtig, en wie zich over het algemeen keurig aan sociale regels houdt (niet te veel opscheppen) zou best eens kunnen zwichten voor grotere verleidingen (de belastingdienst oplichten). Ook kunt u nooit zeker zijn van de motieven van de hork in kwestie. Wellicht wordt hij of zij gedreven door een weerzin tegen het weggooien van restjes. Hoe dan ook, het kan geen kwaad u te realiseren dat, zelfs wanneer u zich ergert aan een gulzige gast aan tafel, het te snel klaarstaan met een oordeel over anderen evenmin als erg positieve eigenschap geldt.

4. Over smaak valt prima te twisten

Hoezo valt over smaak niet te twisten? Als je ergens niet over kunt twisten, waarom zou je het er dan überhaupt over hebben? Het probleem zit hem erin dat smaaksensaties zowel in ons lichaam als in onze geest plaatsvinden. Ons proeven wordt beïnvloed door wat we (denken te) weten. Baggini haalt een onderzoek aan waarin studenten vinologie witte wijn te proeven kregen die gekleurd was met rode kleurstof. Niemand proefde dat het witte wijn was, zo sterk was hun overtuiging dat het om rode wijn ging.

De grootste denkfout is volgens onze tafelfilosoof dat objectiviteit en subjectiviteit elkaar zouden uitsluiten. Juist omdat wij zowel lichaam als geest zijn, moeten wij de subjectieve en objectieve beleving samenbrengen. Dan kun je zowel met je brein als met je smaakpapillen van voedsel (en wijn) genieten.

Hoe meer we ergens van weten, hoe objectiever ons oordeel, concludeert Baggini. Zo bezien valt er over smaak prima te twisten. Tip voor het kerstdiner: plak een duur etiket op een fles goedkope wijn. Grote kans dat uw gasten zullen zeggen dat hij fantastisch smaakt.

5. Het is de schuld van Ottolenghi dat we niet meer kunnen koken.

Nog nooit waren er zoveel recepten in omloop en tegelijkertijd waren er nog nooit zoveel mensen die niet kunnen koken. Hoe kan dat? Volgens Julian Baggini zijn die recepten nu juist de kern van het probleem. Wie kookt volgens een recept, maakt zich afhankelijk van andermans voorschriften. Wat wij in deze regelzieke moderne tijd zijn kwijtgeraakt is wat Aristoteles phronèsis noemde, praktische wijsheid. En die vergaar je door ervaring. Die doe je niet op door telkens het nieuwste recept van Jamie Oliver of Yotam Ottolenghi te koken, maar door eindeloos dezelfde gerechten te maken, ze te blijven aanpassen, net zo lang tot ze perfect zijn. Moet er de volgende keer iets minder knoflook in de saus? Iets meer citroen door de kikkererwten, iets meer azijn in de stamppot? Die handigheid, phronèsis, dreigen we kwijt te raken. Dus hup, alle recepten de deur uit. Laten we weer gewoon gaan koken.