De verloedering van de Amsterdamse glorie

De huurprijzen stijgen in Amsterdam en de sociale huurwoningen komen op een kluitje. Dan kunnen kinderen van laag opgeleide ouders zich niet meer optrekken aan kinderen uit hoog opgeleide kringen. Voorkom Parijse banlieues, schrijft Caesar Bast.

In Amsterdam is volgens huurplatform Pararius de gemiddelde huurprijs per vierkante meter met zo’n 3 euro gestegen: de grootste stijging in heel Nederland. Voor de financiële situatie van de rijkere Amsterdammers met een ruim appartement aan de Amsterdamse grachten ben ik niet bang, wel voor die van het modale gezin dat langzamerhand gedwongen wordt om uit de stad te verhuizen voor het huren van een ruim en betaalbaar appartement. Als bestuurslid van de Jonge Socialisten Amsterdam maak ik me nog meer zorgen om het segment van sociale huurwoningen op de Amsterdamse woningmarkt en de spreiding daarvan door de stad.

Amsterdam bewonder ik om haar prachtige grachten, haar culturele achtergrond, het barmhartige karakter van de Amsterdammers en voetbalclub Ajax en om haar diversiteit. Of het nou het stadscentrum is, Amsterdam- West of het ‘bekakte’ Zuid: overal leven mensen met diverse roots en een andere sociaal-economische achtergrond door elkaar heen, maar dat dreigt nu verloren te gaan.

Het feit dat het in principe niet uitmaakt waar je vandaan komt of hoeveel je verdient om in de stad te wonen, is grotendeels te danken aan het brede segment aan sociale huurwoningen en de spreiding daarvan. Als die spreiding wordt ingedamd, gaat, in mijn ogen, een belangrijke karakteristiek van de stad verloren en dat stimuleert sociale segregatie.

Als mensen met een andere afkomst ofwel een andere sociaal-economische achtergrond elkaar niet meer zien in hun straatbeeld en hun directe omgeving, dan dreigt men in het uiterste geval van elkaar vervreemd te geraken.

In de recente publicatie Gescheiden werelden? Een verkenning van sociaal-culturele tegenstellingen in Nederland van het WRR en het SCP wordt onder andere te kennen gegeven dat het huidige Nederlandse schoolsysteem de sociaal-culturele tegenstellingen vergroot, want na de basisschool verdwijnen zowel de vmbo-leerling als de vwo-leerling ieder in een eigen opleidingstraject waardoor ze elkaar niet meer zien.

In het ergste scenario raken deze twee jongens, die ooit bij elkaar in de klas zaten, zo vervreemd dat ze elkaar niet meer zien. Als het schoolsysteem op zichzelf al voor segregatie zorgt, wordt die des te erger zonder spreiding van sociale huurwoningen.

Nu is het nog mogelijk dat zowel de vmbo-leerling als de vwo-leerling in dezelfde buurt wonen en dezelfde vrienden hebben, maar alleen verschillen in sociaal-economische achtergrond. In een ietwat overtrokken scenario heeft de vmbo-leerling allochtone ouders die afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering en – door een gebrek aan opleiding – weinig kunnen bijdragen aan het onderwijs van hun zoon of dochter. Aan de andere kant heeft de vwo-leerling een betere sociaal-economische achtergrond met twee ouders die beiden een goed betaalde baan hebben en goede opleiding hebben genoten waardoor hun zoon of dochter wel voldoende hulp kan krijgen bij het maken van zijn rekensommetjes.

De tegenstelling zou nog veel ernstiger zijn als deze twee leerlingen zelfs niet in dezelfde omgeving zouden wonen.

In de jaren ’90 woonden mijn ouders in Amsterdam-West – Bos & Lommer om precies te zijn – dat toen eenzijdige buurten kende met veel sociale huurwoningen. Daarnaast hadden mijn beide ouders geen opleiding genoten in Nederland en waren ze afhankelijk van een bijstandsuitkering. Verder genoot ik mijn onderwijs op een zogenaamde ‘zwarte basisschool’. De situatie had niet uitzichtlozer kunnen zijn, zou je denken.

Na onze verhuizing naar een sociale huurwoning in stadsdeel Centrum en mijn overstap naar een ‘witte’ rooms-katholieke basisschool bleek ik een behoorlijke achterstand op andere klasgenoten te hebben. Vaak kon ik me echter ook optrekken aan het niveau van de klasgenoten om me heen: kinderen wier ouders bijvoorbeeld wél een opleiding genoten hadden in Nederland. Dat heeft me gesterkt.

Bij mijn werk voor Project VoorUit in Slotermeer en de Kolenkitbuurt viel mij de eenzijdigheid van de omgeving op. Vooral ‘buiten de ring’ is het aantal dicht op elkaar staande sociale huurwoningen opvallend groot.

Politieke partijen - met name de PvdA- kunnen de Amsterdamse tweedeling niet vaak genoeg benadrukken als groot gevaar voor de hoofdstad. Toch lijkt het er op dat Amsterdam zich steeds meer in die richting ontwikkelt. Een extreme situatie zoals Frankrijk al jaren ervaart met de welbekende banlieues die de Parijse binnenstad omringen, moeten we zoveel mogelijk voorkomen.

Als de huidige ontwikkeling zich doorzet, zal steeds meer mensen de kans worden ontnomen om in de directe omgeving in contact te komen met de diversiteit van onze samenleving. Laten we met zijn allen, binnen en buiten de politiek, ons best doen om die diversiteit te behouden.