De optische kunstjes van het theezeefje

Fotodienst NRC Handelsblad

Roesten roestgevoelige voorwerpen in de keuken sneller dan verderop in het huis? Soms krijg je dat gevoel, bijvoorbeeld als je bakvormpjes tegenkomt die twintig jaar ongebruikt in een keukenla lagen. De bolle kant die boven lag totaal verroest, de holle binnenkant die op de bodem van de la aansloot nog helemaal vlekvrij. Dat geeft te denken.

Keukencorrosie? Het zou zo vreemd niet zijn, want er wordt behalve vocht ook veel CO2 geproduceerd bij het koken. Het vocht zet zich af op de koudste keukenattributen, het CO2 lost er in op en meer is niet nodig. Zo zou het kunnen gaan. Maar misschien gaat het zo niet.

Om dit eens uit te zoeken is van AW-wege in 2012 een theezeefexperiment opgezet. Eind jaren tachtig waren zeven uiterst roestgevoelig, er vielen soms spontaan gaten in. Bij de Hema werd een flinke partij theezeven ingeslagen en die zijn op uiteenlopende plaatsen opgehangen. In de keuken, maar ook in woonomgeving en in ruimten waar nooit een levende ziel komt. Daarna kreeg de tijd vrij spel.

De zeven hangen nu ruim twee jaar maar nog steeds hebben zich geen noemenswaardige verschillen ontwikkeld. De een vangt wat meer stof dan de ander, maar dat is het dan ook. Ze worden niet dof, ze worden niet bruin, ze worden niet zwart. Niet in de lege ruimten en niet in de keuken. Ze hebben nog steeds de Hema-glans van 2012. Toch wordt in de keuken net zoveel CO2 geproduceerd als vroeger.

Maar wie zou erover klagen? De zeefjes hangen niet in de weg en ze zijn met hun klassieke voorkomen een plezier voor het oog. Als ’s avonds de lamp aangaat vertonen ze elke keer opnieuw hun optische kunstjes: de engelenhaarfoef en het Moiré-effect, ze staan hier beide op de foto.

De engelenhaarfoef uit zich in dit geval in de vorm van een soort ster-van-Betlehem met vier punten. Engelenhaar is zeldzaam geworden nadat er een tijdlang kankerverwekkende eigenschappen aan zijn toegeschreven. Maar oudere lezers herinneren zich de prachtige lichtkransen die in het haar te zien waren als er een kaars door scheen. Het was het resultaat van een soort ‘selectieve reflectie’ en diezelfde selectie vormt in de zeef met zijn haakse vlechtwerk een vierpuntige ster. Ingewikkelder is het niet. Moiré-patronen zijn alleen te zien als de theezeef een scherpe schaduw van zichzelf werpt op een gladde witte ondergrond en als die schaduw bovendien dwars door het metaalgaas wordt bekeken. Het typische patroon is beter bekend van stukken vitrage die over elkaar zijn geschoven.

Soit. Dit zijn bekende zaken. Een week of wat geleden bleek opeens dat het metaalgaas nog een derde truc in huis had: steeds als je het vanuit een bepaalde hoek bekeek werden vage kleuren zichtbaar: zwakke tinten roze, geel en groen, misschien ook wat lila. De ene keer zag je het makkelijker dan de andere keer. Subtiel en mooi. En daarom pijnlijk dat een logische verklaring ontbrak.

Zeker, er ontstaan heel vaak kleuren op vreemde plaatsen en onverwachte momenten. Vraag het aan brildragenden met krassen op de glazen. Kijk eens door zo’n speldenprikgat in een TUC-kaakje naar een felle lamp. Laat het zonlicht eens spelen met de haartjes op de hand en bestudeer de weerkaatsing. Kijk door het fijne, regelmatige weefsel van parapludoek naar een heldere straatlantaarn. Steeds zijn er kleuren die moeilijk te verklaren lijken maar waarvan de opticus niet warm of koud wordt.

Wie vage kleuren ziet in het regelmatige patroon van theezeefmetaalgaas denkt onmiddellijk aan een ‘buigingstralie’ die tegenwoordig een ‘buigingsrooster’ wordt genoemd. (Wikipedia: diffraction grating.) Lichtbundels die terugkaatsen van een heel fijn en heel regelmatig patroon van parallelle lijnen op sterk reflecterend materiaal beïnvloeden elkaar zó dat kleuren ontstaan. Het is tegenwoordig het best bekend van CD’s en DVD’s, maar de oude plastic grammofoonplaten (‘vinyl’) hadden het ook. Zelfs in de zijkanten van oude boeken die ‘goud-op-snee’ werden uitgebracht lijken soms kleuren te zien. 100 bladzijden op een dikte van 1 cm, dat is ongeveer de herhalingsfrequentie van de vinylplaat (zo’n 10 groeven per mm). Hoe grover het patroon hoe flauwer de kleuren en hier zit het probleem: het gaas van theezeefjes heeft op z’n best 1,5 draad per mm en meestal maar 1. En zo heel regelmatig oogt het ook niet. Het is helemaal niet waarschijnlijk dat de theezeef als buigingstralie werkt.

Daarom is contact opgenomen met Metaalgaasweverij Dinxperlo die al bijna honderd jaar metaalgaas weeft in Dinxperlo. Dat ligt in de Achterhoek. „Het lijdt geen twijfel dat voor de theezeef RVS is gebruikt”, zegt een woordvoerder. „Roestvast staal. Maar het komt niet van ons want wij leveren uitsluitend aan de industrie.” Ook hij denkt dat de Hema-zeven wel uit China zullen komen en hij kan er verder weinig aan toevoegen. Maar één ding staat vast: het RVS is gecoat, er is een dun laagje van het een of ander op aangebracht. Dat staat vast. Dat is standaard.

Dan komen de kleuren van de theezeef niet van buiging, maar van ‘dunne laag interferentie’, weet de opticus. Thin-film interference: bekend van dunne laagjes olie op water, gecoate lenzen en van geanodiseerd aluminium en dergelijke. Niets bijzonders.

Zei de metaalgaaswever in Dinxperlo nou RVS? Roestvast staal? Dan is het onderzoek naar keukencorrosie misschien verkeerd aangepakt.