De krant komt op een zaak terug – en soms op zichzelf

Moet de krant het met zichzelf eens zijn? Vorige week woensdag berichtten wij dat het Rotterdamse Museum Boijmans van Beuningen voor de koop van een Italiaanse sculptuur „met succes gespeculeerd” had op de dollarkoers. Het museum had voor 22.000 euro een optie genomen om tegen een lage koers dollars te kunnen kopen, om de aanschaf van het beeld te bekostigen. Dat pakte goed uit, want het museum boekte een optiewinst van 123.000 euro.

De krant bracht dit nieuws van kunstredacteur Arjen Ribbens met een mooi gedetailleerde reconstructie over twee pagina’s (Dure sculptuur aankopen? Dat doe je zo, 3 december), en met een nieuwsbericht erbij onder de glasheldere kop ‘Boijmans speculeerde met optie voor aankoop van sculptuur’. Ribbens had de keus van dat woord afgestemd met de eindredactie van de krant, en na overleg met de redactie economie.

Alleen, vijf dagen later verscheen een commentaar onder de al even heldere kop Boijmans speculeerde niet (8 december). Daarin werd uitgelegd dat dit géén speculatie was geweest. Het museum had niet „zomaar” een optie genomen, met een groot risico op zowel winst als verlies. Integendeel, dit was juist het afkopen van risico, heel verstandig.

Als de dollarkoers goed uitpakte voor het museum, dus daalde, zou het hooguit de premie van die optie kwijt zijn; als de koers slecht uitpakte, dus steeg, zou dat worden gecompenseerd door de waardestijging van de optie. Dit was dus, zoals de raad van toezicht van Boijmans in het artikel van Ribbens ook zei, „goed Rotterdams zakendoen”.

Verschillende lezers raakten daarvan in verwarring; was dat commentaar nu een „verkapte rectificatie”?

Allereerst, commentaar en berichtgeving hoeven niet altijd op één lijn te zitten, dat hoort bij de scheiding van feit en commentaar. Maar het moet natuurlijk niet te ver uiteenlopen: lezers vonden het terecht curieus dat deze krant in 2011 in het commentaar schreef dat de in opspraak geraakte rechter Tom Schalken zijn mond had moeten houden, nadat die zijn hart had gelucht in een interview met: NRC Handelsblad.

Dit geval lijkt mij vooral een definitiekwestie, met een ideologisch tintje. Inderdaad, kenners van de financiële markten zeggen: dit is geen speculatie. Dan moet het gaan om het nemen van een groot, tweezijdig risico: forse winst óf verlies, puur om geld te maken. Maar Boijmans had groot risico nu juist uitgesloten met die optie (of verzekering) – mooie winst was mogelijk, maar meer dan de aanschafkosten van de optie zou het museum nooit verliezen.

Het commentaar gebruikte die, in de financiële wereld gangbare, definitie.

Trouwens, ook om zich af te zetten tegen de negatieve lading die transacties op de kapitaalmarkt sinds de kredietcrisis hebben gekregen. Risico afkopen is verstandig, zegt commentator en economieredacteur Maarten Schinkel, en al zo oud als de landbouw in Mesopotamië.

Maar ja, gaat het daarom? In een lekenbetekenis ‘speculeerde’, of ‘anticipeerde’, Boijmans op de dollarkoers, zij het met een zeer beperkt risico.

Belangrijker: die aankoop was op het moment dat het museum de optie nam, nog lang niet rond. Stel dat de aankoop van het beeld was afgeketst, zegt Ribbens, dan had het museum 123.000 euro pure ‘optiewinst’ in de boeken moeten bijschrijven. Is dat toelaatbaar voor een gesubsidieerd kunstmuseum? Trouwens, zegt hij, een verlies van 22.000 euro is nog altijd bijna de helft van het jaarlijkse aankoopbedrag.

Afgezien van de terminologie, is dat wat mij betreft de echte vraag die het verhaal oproept: is zulk zaken doen acceptabel voor een publiek museum?

Onder leiding van columnist Tamminga trok de karavaan vervolgens verder. Hij wond er geen doekjes om: niet doen, zoiets. Een museum is geen bedrijf met aandeelhouders, het draait goeddeels op subsidie en beheert kunstwerken met gemeenschapsgeld, op basis van vertrouwen. Dat verdraagt zich niet met een „vluggertje op de valutamarkt”, ook al is het risico beperkt (Lekker speculeren? Niet met museumgeld, 9 december).

Dat lijkt me een relevante discussie, zeker nu ook musea worden gestimuleerd om te ondernemen, fondsen aan te boren et cetera. Wie weet zet Boijmans een nieuwe trend, of is dit al vaker gebeurd – of blijkt dit juist een brug te ver.

Hoe dan ook, los van de terminologie, nieuwswaardig was dit stuk zeker. En het smaakt naar meer.

Eerder een verkapte rechtzetting vond ik een ander bericht uit de museumwereld.

Een dag na het nieuws uit Rotterdam meldde de krant dat het Keramiekmuseum Princessehof in Leeuwarden een wereldontdekking had gedaan in het depot: een duizend jaar oud Ru-schaaltje, zeker 20 miljoen euro waard! (Princessehof ontdekt kostbaar topstuk in eigen depot, 4 december). Het ging om „de Nachtwacht van de Chinese keramiek”.

Deze week kwam de domper.

Ontdekking? Het object, dat onder handelaren al zestig jaar bekend stond als Ru-schaaltje, was in 2006 nog te zien geweest op een expositie in het museum, meldde de krant nu, het stond zelfs op de voorkant van de catalogus. (Ontdekte ‘Nachtwacht’ al 60 jaar als Ru bekend, 11 december). Het was eerder zo dat, na onderzoek door een Chinese expert, nu elke twijfel aan de authenticiteit (dus waarde) ervan was verdwenen. Niks anoniem bestaan, stof happend in het depot. We wisten dat het Ru was, maar niet hóe bijzonder, zegt het museum nu.

Hoe kan zoiets? Het museum meldde op de eigen site op 3 december feitelijk, maar dubbelzinnig: „Een Chinees Ru-bakje [in het museum] blijkt na onderzoek uiterst zeldzaam en waardevol te zijn”. Het ANP kwam daarna met de term „ontdekking’’. Tegenover deze krant zei de verantwoordelijk conservator niet dat het bakje nog in 2006 te zien was geweest. Helaas, liet het museum bij nader inzien weten, was zij „in haar enthousiasme een beetje doorgedraafd”.

Jammer. Nu zit er toch, een beetje, een vlek op het schaaltje.