‘De CIA wist dat martelen niet werkte’

Waarom ging de CIA over tot de ‘on-Amerikaanse’ praktijk van martelen in de War on Terror? „Idealisten willen dit nooit zien, maar de behoefte aan vergelding zat diep in de samenleving.”

Foto Reuters

Dát er gemarteld werd in de Amerikaanse ‘Oorlog tegen Terreur’, was geen geheim, zegt Jane Mayer. De inlichtingenexpert van het invloedrijke tijdschrift The New Yorker legde het martelprogramma van de CIA al in 2008 bloot in haar boek The Dark Side. „Er zijn wel veel nieuwe details bijgekomen”, zegt ze. „Hun brutaliteit zie je terug in de wrede manier waarop ze met gevangenen omgingen. Je ziet die brutaliteit ook in de manier waarop ze het Witte Huis onwetend hielden.”

De CIA had van George W. Bush in 2002 een vrijbrief gekregen om de Geneefse Conventies opzij te zetten. Sindsdien onderwierp de dienst 39 van 119 speciale gevangenen aan wrede ondervragingsmethodes, bleek uit een gedetailleerd Senaatsrapport dat deze week verscheen. Sommigen werden aan waterboarding onderworpen, een verdrinkingssimulatie. gevangenen kregen voedsel rectaal ingebracht, werden ontkleed vastgeketend, bedreigd, uit hun slaap gehouden.

De directeur van de CIA, John Brennan, gaf donderdag toe dat de dienst hier en daar „weerzinwekkende methodes” heeft gebruikt. Wel verdedigde hij het programma, omdat het aanslagen zou hebben verijdeld, en terreurnetwerken heeft blootgelegd. Mensen gaan nu eenmaal praten onder druk.

De reacties in de VS gaan vooral over de morele kant van het martelen, zegt Jane Mayer. „Dat is op zich begrijpelijk. Amerika is gesticht op de idealen van de Verlichting. Voltaire was een groot tegenstander van het schenden van iemands lichamelijke integriteit.” In 1863 tekende president Abraham Lincoln de Lieber Code, een gedragscode voor het leger. „Daarin werd marteling verworpen als barbaars, als ‘on-Amerikaans’.”

Maar er is ook een andere kant aan martelen, die volgens Jane Mayer te weinig aandacht krijgt. Het werkt niet. „Als je mensen maar genoeg pijn doet of psychologisch onder druk zet, zijn ze bereid álles te bekennen wat je wilt. Ideaal voor showprocessen in een dictatuur. Maar als methode om inlichtingen te verwerven is het vrijwel zinloos.”

Dommigheid

De vraag die de CIA volgens Mayer nu vooral moet beantwoorden, is waarom de geheime dienst zich inliet met zo’n ineffectief middel. Was het dommigheid? Misschien, zegt Mayer. Maar ze zegt dat angst voor terrorisme ook een rol speelde. „Amerika was in paniek. Dat was niet de beste tijd om helder te denken.”

In de maanden na de aanslagen na 11 september 2001 dacht de Amerikaanse regering dat een tweede golf aanslagen in de lucht hing. Amerika raakte in de ban van antrax-besmettingen, die (ten onrechte) met Al-Qaeda in verband werden gebracht. In het Witte Huis, vertelt Mayer, ging op 18 oktober 2001 een speciaal alarm af dat chemische of biologische besmetting detecteert. Het gebeurde per ongeluk, maar vicepresident Dick Cheney dacht dat zijn laatste uur geslagen had.

De CIA kreeg in 2002 bevoegdheden die de dienst nooit eerder had gehad. Het ondervragen van terreurverdachten in het buitenland werd tot dan toe vooral door de FBI of het leger gedaan. „De FBI was er zelfs erg goed in. Eén agent, Daniel Coleman, legde in de nasleep van aanslagen op ambassades een heel Al-Qaeda-netwerk bloot. Hij ondervroeg gewoon, zonder te dreigen of geweld te gebruiken.”

In geheime gevangenissen in landen als Polen, Roemenië en Thailand ging de CIA onbespied te werk. De martelmethodes moesten alleen nog worden uitgevonden. De CIA stelde daarvoor twee externe psychologen aan, die niets wisten van ondervragingen, maar veel kennis hadden van Chinese martelmethodes.

Valse bekentenissen

Volgens de senaatscommissie die het rapport opstelde keek de CIA de kunst af van communistische landen tijdens de Koude Oorlog. Daarmee wordt vooral op China gedoeld. Mayer: „Hun doel was alleen niet om de waarheid te vinden, maar om valse bekentenissen te krijgen. Het was dus het verkeerde instrument.”

Het Amerikaanse leger kende de methodes uit eigen ervaring. Tijdens de Korea-oorlog werden tientallen Amerikaanse krijgsgevangenen aan marteling onderworpen door China en Noord-Korea. Het leger heeft zelfs een handboek om deze martelingen te doorstaan, onder het acroniem SERE.

Het leger gebruikte deze methodes in milde vorm bij trainingen van militairen die een groter risico op gevangenschap liepen, zoals piloten. „Het leger wist dat soldaten onder druk de krankzinnigste beweringen deden”, zegt Jane Mayer. „Slaapgebrek, pijn of angst leiden tot hallucinaties en valse bekentenissen. De CIA had dit kunnen weten, want in eigen memo’s en rapporten wordt dit vaak geconstateerd.”

Stel iemand bloot aan „radicale onzekerheid”, staat in SERE, en een gevangene draait door. Effectief is bijvoorbeeld om iemand geen eten of slaap te geven, uit te kleden, een kap over het hoofd te doen, of agressief te benaderen. Vanaf dat moment handelt een gevangene vanuit extreme angst, en zal hij alles doen om zich weer veilig te voelen.

Volgens het Senaatsrapport gebeurde dit ook in de CIA-gevangenissen. Sommige gevangenen klapten dicht, en zeiden niets meer. Anderen verzonnen verhalen. Eén man overleed door onderkoeling, toen hij half ontkleed op de vloer van zijn cel was vastgeketend.

Volgens Dianne Feinstein, de voorzitter van de Senaatscommisie voor Inlichtingen, is door het verhoorprogramma niet één aanslag verijdeld. Relevante informatie over Al-Qaeda werd nauwelijks gegeven. De enige methode die volgens het onderzoek wel effectief was, was het gewone gesprek of verhoor. Als een gevangene te horen krijgt wat de CIA al weet, is hij eerder geneigd mee te praten. Jane Mayer: „Er zijn incidenteel wel gevallen bekend van gevangenen die door marteling meer zijn gaan praten. Het succes is alleen in briefings aan het Witte Huis en het Congres totaal overdreven.”

Volgens Mayer kan er nog een oorzaak zijn dat de CIA toch jarenlang doorging met een ineffectief programma: wraak. „Idealisten willen dit nooit zien, maar de behoefte aan vergelding zat diep in de samenleving. Het was nooit officieel regeringsbeleid, en de CIA zal niet snel toegeven dat wraakzucht een rol speelde, maar de stemming in het land kan de agenten zeker hebben beïnvloed.”