Christen onder de roede

Elsbeth Etty grasduint door de stapel nieuw binnengekomen boeken en geeft haar eerste indruk.

Katharine Graham (1917-2011) was eigenaar van The Washington Post en behoort tot de iconen van de Amerikaanse persgeschiedenis. Haar in 1997 verschenen, uiterst omvangrijke en gedetailleerde memoires zijn nu ineens, na bijna achttien jaar, in het Nederlands vertaald. Waarom, dat mag een klein raadsel heten. Een beetje liefhebber van de moderne geschiedenis van de VS heeft Personal History toch allang gelezen?

Maar je kunt dit raadsel ook een klein wonder noemen. Belangrijke boeken horen ook in het Nederlands beschikbaar te zijn. En het is werkelijk een meesterlijk egodocument. Dus Matthijs van Nieuwkerk, die voor een aanbeveling in de arm is genomen door de marketingafdeling van het Linda-conglomeraat, heeft gelijk: ‘Is dit boek alleen voor journalisten? Integendeel. De krantenpassages lezen als een real-life thriller.’ Persoonlijke geschiedenis [1] is het verhaal van een waanzinnig leven, vol bizarre wendingen, rijkdom, high society, miskramen, een echtgenoot die zich door het hoofd schiet, een vrouw aan het hoofd van een machtig mediaconcern, politieke intriges, burgermoed (denk aan Watergate). Prachtboek. Het raadsel is dus niet waarom dit boek is vertaald, maar waarom dit nu pas is gebeurd.

Precies twintig jaar geleden schreef Helga Ruebsamen voor het Cultureel Supplement van NRC Handelsblad het verhaal ‘Kerstdiner in de bajes’, over haar ervaringen als schrijfcoach van gedetineerden in de Scheveningse gevangenis. Eronder stond dat de namen van de gedetineerden waren veranderd. De kerstvertelling is nu opgenomen in het bundeltje Ruimschoots de tijd [2], ingeleid door Maarten Terwiel, oud-bajesbibliothecaris. De flaptekst vermeldt dat Ferdi E., de in 2009 overleden moordenaar van Gerrit Jan Heijn, tot Ruebsamens leerlingen behoorde, maar nergens wordt duidelijk welk personage hij is. Daar schieten we dus niets mee op.

De rest van de bundel bestaat uit achttien columns die de schrijfster tussen 2005 en 2009 voor de Volkskrant maakte. Erg oude koek dus.

Het enige nieuws staat in de ‘Bibliografische verantwoording’. Daaruit blijkt dat Ruebsamens aangekondigde roman De Bevrijding, waarop haar fans al jaren wachten, er definitief niet zal komen. ‘De Bevrijding was, en is, niet bedoeld voor publicatie’. ‘Het is’, schrijft Ruebsamen, ‘als het ware mijn oefen- en experimenteerterrein.’

Na een biografie van de Enschedese fabrikant en kunstverzamelaar Jan Herman van Heek en een boek over de sociale strijd in de Twentse textielindustrie, verrast historicus Wim H. Nijhof nu met zijn imposante Geschiedenis van Enschede, stad uit stoom en strijd [3]. Nijhof (1939) is geboren en getogen in Enschede, was journalist bij het Twentse dagblad Tubantia en schroomt niet zijn persoonlijke wederwaardigheden in deze eeuwen omspannende geschiedschrijving te verwerken. Vrijwel alles kun je in dit rijk geïllustreerde boekwerk vinden. Alhoewel… Ik was benieuwd naar het gedrag van een aantal textielbaronnen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Nijhof bestudeerde ledenlijsten van de NSB en vond ‘een bekende familie van textielondernemers die met acht mannen en vrouwen op de ledenlijst stond’. In het omvangrijke notenapparaat ontbreekt helaas de noot met de naam van dit foute fabrikantengeslacht.

De tweede roman van tv-journalist Peter ter Velde, Paradijs om de hoek [4], speelt zich af in het milieu van de Gereformeerde Bond. In zijn debuut, De vader en de zoon, ging het over de Evangelische gemeente, waarin de auteur zelf opgroeide. Gezien het aantal denominaties in protestantse hoek kan hij nog even vooruit.

Opnieuw blijkt het in deze roman geen pretje te zijn om op te groeien in een streng dogmatisch gezin: ‘een christenmens is onder de roede’. Ter Velde vertelt, nogal schematisch, de parabel van de verloren zoon na. De vader is een zwijgzame horlogier (het horloge is een metafoor voor Gods schepping). Als hij ouderling in de kerk is geworden, brengt hij zijn ooit levenslustige vrouw tot onderdanigheid. De kleurloze zoon Freek is een symbool van volgzaamheid, maar zoon Gijs zoekt het avontuur en belandt als kraker in Nijmegen, zoals bekend een poel van verderf. De gereformeerde geestesdwang leidt tot abject conformisme of pijnlijke bevrijdingspogingen.

In lange monologen krijgt de lezer uitleg van deze problematiek. Dat verwacht je niet van de ‘stillen in den lande’, zoals de dominee zijn kudde noemt.