Bikkels van bikers

Wie stapt er nog met min tien op de motor? Doorrijden in de winter kan – mits je je goed voorbereidt.

D

it was niet de bedoeling. Eigenlijk zou dit verhaal beginnen met het triomfantelijke gevoel van de motorrijder die ’s ochtends een rij automobilisten passeert op weg naar de minirotonde die de vinexwijk ontsluit. Nu, liggend op diezelfde rotonde met de draaiende motor bovenop me, is het perspectief heel anders. Zelfs stapvoets rijdend bleek één rem-actie en een hoopje zand genoeg om op een gortdroog wegdek uit te glijden.

Snel opstaan, ledematen tellen en wegwezen. Niets aan de hand, mensen. Alleen een deuk in de tank en eentje in mijn imago als veilige motorrijder – 25 jaar zonder ongelukken.

Instructeur Jan Kremers had het nog zo gezegd: je rijdt op twee smalle stukjes rubber die snel grip verliezen. Zeker in het najaar, met bladeren, nat wegdek en slecht zicht. En denk aan het verborgen gevaar: afritten en klaverbladen waarop vrachtwagens een dikke plak rubber hebben achtergelaten. „Een regenbuitje erover heen en het wordt één grote glijbaan.”

„Ook op rotondes moet je uitkijken”, voegt hij er aan toe.

Jan Kremers is hoofdinstructeur bij de ANWB Drivers Academy. In Lelystad geeft hij onder meer regentraining voor motorrijders die veilig willen rijden, ook in het najaar. De laatste trainingsdag van dit jaar is volledig uitverkocht. Meer dan veertig mannen (slechts twee vrouwen) die bijscholing krijgen. Ze leren noodstoppen maken op een nat wegdek, uitwijken voor een denkbeeldige vrachtwagen en doen een slipoefening op een bizarre motorfiets met zijwieltjes. Een keer met antiblokkeersysteem, een keer zonder. Dat is een wereld van verschil.

De meeste Nederlandse motorrijders (650.000 in totaal) parkeren de motor in de herfst in de stalling en pakken ’s winters de auto of de trein naar het werk. Pas in het voorjaar, als het gras twee kontjes hoog is, komt de motor weer uit de schuur.

Dat zijn de mooiweerrijders.

En dan zijn er de doorrijders – de bikkels onder de bikers. Mannen die ook onder nul opstappen, de handvatverwarming voluit zetten en er een aparte pekelbak op na houden, een motor die aangevreten mag worden door al het strooizout op de weg.

Meestal worden stoere motorrijders afgebeeld als in Sons of Anarchy; de tv-serie over woeste Hells Angels met een hart van goud die in t-shirt door zonnig Californië toeren. Maar zij zijn watjes vergeleken met Harm de Jong uit het Friese Haskerhorne, die twee keer per week de 200 kilometer naar zijn werk in Breda rijdt – ook als het vriest. Tip van Harm: gebruik handvatverwarming en stuurmoffen om op temperatuur te blijven.

’s Winters motor blijven rijden wordt makkelijker nu het klimaat opwarmt. Zeker afgelopen winter, toen het extreem weinig sneeuwde en Rijkswaterstaat slechts 14.000 ton strooizout gebruikte op de snelwegen – tien keer minder dan het jaar ervoor.

Motorrijden in de winter is niet perse gevaarlijker, als het wegdek maar droog is. Rijden met sneeuw en ijzel is not done, zegt Jan Kremers. Zelfs motoragenten van de politie, die hij ook traint, gaan dan niet de weg op. Er zijn speciale winterbanden voor de motor, maar daar heb je in Nederland weinig aan. Nog een tip van Kremers: controleer de leeftijd van je banden. Uitgedroogd rubber is levensgevaarlijk.

Wees goed zichtbaar op de motor. Een oranje veiligheidshesje valt bij laagstaande zon meer op dan een gele. Verder: kijk vooruit. Houd rekening met fouten die automobilisten kunnen maken, met de schielijke rem-acties als ze met hun telefoons zitten te spelen en te dicht op hun voorganger kruipen. Je motor heeft geen kreukelzone – die ben je zelf.

Wees zelfverzekerd maar niet roekeloos op de weg. Leer de grenzen van je voertuig kennen en blijf ruim binnen de marges. In 30 procent van de ongelukken verliest een motorrijder zelf de macht over het stuur. Meer statistieken voor aan de binnenkant van de helm: motorrijders maken twintig keer zo veel kans om te overlijden bij een verkeersongeluk als de inzittenden van een auto; het risico op een ernstige verwonding is zelfs veertig keer zo groot.

Verstandige mensen rijden dus helemaal geen motor.