‘Bij ons wordt loon zieke maximaal 2 jaar betaald, in Europa gemiddeld 6 weken’

Dat zei VVD-Tweede Kamerlid Anouchka Schut-Welkzijn in een debat

illustratie Martien ter veen

De aanleiding

Wil je baas je maar geen vast contract aanbieden? Grote kans dat hij het risico op langdurige ziekte van jou als werknemer niet wil, of kan, nemen. Want wat is het geval? Nederland loopt volledig uit de pas als het gaat om de bijdrage van werkgevers aan het ziekteverlof van hun langdurig zieke personeel, aldus VVD-Kamerlid Anouchka Schut-Welkzijn. Onlangs zei zij in een debat dat werkgevers in Europa gemiddeld slechts zes weken verantwoordelijk zijn voor het betalen van hun zieke werknemers, terwijl dit in Nederland twee jaar is. Klopt dat?

Waar is het op gebaseerd?

Voor de nodige achtergrond mailen we met Schut-Welkzijn voor meer informatie. Zij laat weten dat haar uitspraak voornamelijk gebaseerd is op twee rapporten. Eén rapport is afkomstig van het economische onderzoeks- en adviesbureau APE (Aarts de Jong Wilms Goudriaan Public Economics bv) en één van het CPB (Centraal Planbureau).

En, klopt het?

Waar hebben we het eigenlijk over? Voordat we het over de rapporten hebben, kijken we eerst hoe doorbetaling bij langdurige ziekte in Nederland geregeld is. Op de website van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is te lezen dat de maximale periode waarin een werkgever loon van een zieke werknemer moet betalen, inderdaad twee jaar is. Doorgaans is dit een bijdrage van 70 procent van het salaris van de werknemer, al is in sommige cao’s afgesproken dat dit percentage hoger is.

Deze cijfers worden bevestigd door Roelf van der Kooij, woordvoerder van voorzitter Hans de Boer van werkgeversorganisatie VNO-NCW. Volgens Van der Kooij wordt de periode van twee jaar door veel werkgevers als lang ervaren. Of werkgevers in Nederland ook een aanzienlijk hogere bijdrage leveren aan langdurig ziekteverlof dan andere Europese landen, is bij hem niet bekend.

Wanneer we de rapporten van het Kamerlid erbij pakken, valt op dat nergens wordt gesproken van een Europees gemiddelde. Ook worden er slechts zestien Europese landen vergeleken. In beide onderzoeken wordt bovendien benadrukt dat het zeer gecompliceerd is om de verschillende landen met elkaar te vergelijken.

De wetgeving op het gebied van ziekteverzuim is in elk land anders. Zo bestaat er geen vergelijkbare definitie van het begrip ‘ziekte’, laat staan van ‘ziekteverzuim’. Ook is er naast de duur een belangrijk verschil in het percentage van het loon dat door werkgevers moet worden bijdragen.

Voor meer duidelijkheid vragen we raad bij hoogleraar (Europees en vergelijkend) arbeidsrecht Mijke Houwerzijl van de Universiteit van Tilburg en de Rijksuniversiteit Groningen. Zij legt uit dat het verschil tussen Nederland en andere landen vooral zit in het moment waarop de verantwoordelijkheid voor het loon van de zieke wordt verlegd van de werkgever naar de collectiviteit. In Nederland is dit pas na twee jaar. In bijvoorbeeld Duitsland wordt dit al na zes weken doorgeschoven naar de ‘Krankenkasse’, een collectieve verzekering. Daar staat tegenover dat de maandelijkse verzekeringslasten die hier voor zowel werkgevers als werknemers bijhoren, behoorlijk hoog zijn. Werkgevers zijn dus niet per se minder geld kwijt. En het is niet zo dat een werkgever na zes weken niets meer betaalt. Deze draagt tenslotte continu bij aan de Krankenkasse.

Toch onderschrijft Houwerzijl de strekking van de uitspraak van SchutWelkzijn grotendeels. „Nederland is uniek in de duur van de verantwoordelijkheid die bij de individuele werkgever wordt gelegd”, zegt zij.

Conclusie

De strekking van het betoog van VVD-Kamerlid Schut-Welkzijn is grotendeels juist. Nederlandse werkgevers hebben inderdaad een lange verplichting om salaris door te betalen aan zieke werknemers. Maar dat er sprake is van een Europees gemiddelde van zes weken snijdt geen hout. Ten eerste is er geen onderzoek dat alle Europese of EU-landen vergelijkt. Ten tweede zijn de verschillen in de systemen tussen Europese landen die wél onderzocht zijn dusdanig groot, dat het te complex is om van een gemiddelde te kunnen spreken. We beoordelen de stelling daarom als half waar.

Remmelt de Weerd Yorick Smakman