Ananaskasteel

Over elk onderwerp – hoe klein ook – is oneindig veel te vertellen. Lex Boon koos ooit voor de ananas en neemt ons mee. Deze week: de Dunmore Pineapple.

Dit gebeurde zelden. De knappe vrouw stond al zeker een uur naar mijn kroegverhalen over de ananas te luisteren. Ze leek oprecht geïnteresseerd. In de ananas of in mij – daar was ik nog niet over uit. Op mijn telefoon liet ik haar foto’s zien van de Dunmore Pineapple, een Schots ananas- kasteeltje waar ik een paar weken later zou verblijven. Ze vond het een fascinerend gebouw en na nog een biertje besloot ik om een balletje op te gooien. „Er is ruimte genoeg in de ananas, dus als je mee wilt…”

Ze negeerde mijn voorstel volledig. De langharige jongen die ongevraagd bij het gesprek stond deed dat niet. „Ik ga wel mee”, zei hij, de vriend van een goede vriend. Ik had hem ooit een keer eerder gesproken. „Oké, gezellig”, antwoordde ik, in een poging mijn mislukte versiertruc te maskeren. De volgende dag mailde hij. „Er waren gisteravond voor de hand liggender kandidates, maar het lijkt me fantastisch om je te vergezellen naar de Schotse ananas. Ik ben verliefd geworden op het gebouw.”

Logisch, want de Dunmore Pineapple is een van de excentriekste gebouwen ter wereld. Het is een ananas van ruim 11 meter hoog met woon- en slaapvertrekken, midden in een bos, op zo’n 50 kilometer van Edinburgh. De achttiende-eeuwse folly, een bouwwerk zonder functie, werd neergezet door John Murray, de excentrieke vierde graaf van Dunmore. Waarom? Murray woonde een paar jaar in de Verenigde Staten, waar hij leerde dat de ananas een teken van gastvrijheid is. Bij zijn terugkomst gaf hij opdracht voor de folly. Misschien als teken van zijn terugkeer. Of gewoon als grap. Een gigantische ananas in het regenachtige Schotland. Omdat het kon. Totaal misplaatst, willekeurig en overbodig, en daarom zo fantastisch.

Het gebouw is nu in handen van Landmark Trust, een monumentenvereniging die haar panden als vakantiehuizen verhuurt. The Pineapple is een van de populairste bestemmingen, waarvan de prijs van een overnachting in het hoogseizoen oploopt tot honderden euro’s. Voor doordeweekse winterdagen zijn er wel eens aanbiedingen: vier nachten voor 260 euro bijvoorbeeld, waarbij je de hele ananas voor jezelf hebt. En zo kwam het dat ik in het laagseizoen samen met de jongen in de middle of nowhere uit een bus stapte.

Na de avond in het café hadden we elkaar niet meer gezien, maar er waren toch meerdere slaapkamers, het drukte de kosten en het leek me leuker dan alleen gaan.

Het modderpad dat we moesten volgen was glibberig en vol kuilen. Het regende, het was koud en na lang lopen doemde in de duisternis plots een dreigende constructie op. Van de frivoliteit van de ananas was weinig over. Vleermuizen vlogen rond. De sleutel van het pand vonden we onder de deurmat. Binnen was het ijskoud, voor de openhaard was geen hout en in het gastenboek stonden enkele meldingen van spoken en geesten. Ik was blij dat ik niet met de knappe vrouw was. Of alleen.

De volgende ochtend scheen de zon en vonden we op drie kwartier lopen een tankstation waar we hout, eten en drank kochten. Het werd een prachtvakantie.