Alle aandacht was nep

Willeke van Ammelrooy is haar moeder, Marco Bakker haar stiefvader. Over hem maakte Denise Janzée een film. ‘Ik was dertien – zat die operetteprins opeens aan tafel’, zegt ze bij een garnalenkroket.

Denise Janzée: „Mijn film laat de achterkant van de roem zien. De neergang.”

In Brasserie Keyzer wordt de kerstversiering opgehangen. Druk gesleep met ladders, dennetakken en lichtjes. Ons is een tafeltje aan de zijkant gewezen. In een nis waar het een beetje donker, maar rustig is. „Hier woonden we vroeger”, zegt Denise Janzée (48). Hier, dat is de Amsterdamse Concertgebouwbuurt. En we, dat zijn Denise en haar moeder Willeke van Ammelrooy, de actrice. Nu, bijna 25 jaar later, woont Denise Janzée nog steeds in Amsterdam. Ze heeft een zoon van elf en is documentairemaker.

Over haar moeder maakte ze in 2008 een film, Mijn moeder, de actrice heet die. In die documentaire praat ze met haar moeder over de zelfdoding van Leendert Janzée, haar man en Denises vader. Ze was toen zes. Ze vraagt haar moeder waarom ze haar in haar jeugd wel op het podium of in de film zag huilen, maar thuis nooit. Over haar vader, een bekend beeldhouwer en kunstenaar, ging haar eindexamenfilm aan de Filmacademie. „Door die film begreep ik hem beter. Hij was schizofreen, manisch depressief. En de jaren zestig hielpen natuurlijk ook niet echt mee. Nu ik wat ouder ben, denk ik toch: ‘Lul, waarom heb je het gedaan?’ Zelfmoord blijft iets ingewikkelds. Ik baal ervan.” In 2012 maakte ze de film Alleen in de wereld . Daarin laat ze drie kinderen van bekende jarenzestigkunstenaars terugblikken op hun getroebleerde jeugd.

Haar laatste film gaat over haar stiefvader. Marco Bakker, de bekende bariton. Haar moeder had hem leren kennen op een partyboot van weekblad Story. „Hij kwam bij mijn moeder en mij wonen toen ik zo’n dertien, veertien was.” En dat vond ze? „Verschrikkelijk. Het was de tijd waarin Doe Maar een nummer zong over ‘Marco die staat te blèren’. En ik was natuurlijk Doe Maar-fan. Zat die operetteprins ineens bij ons aan tafel.” Ze lacht. „Mijn oma was heel blij. Die vond hem de ideale schoonzoon. Zo’n man die de deur voor je openhoudt.” Ze heeft vijf jaar lang met hem geruzied, tot ze het huis uitging. „Nu denk ik weleens: hij was degene die me ’s avonds laat bij de disco kwam halen. Wat áárdig eigenlijk.”

Op tafel komen garnalenkroketjes en witte wijn. Ze herinnert zich dat ze vroeger hier, bij Keyzer, ook wel met z’n drieën aan tafel zaten. „Iedereen keek. Alle aandacht ging naar mijn moeder en hem. Mensen kwamen handtekeningen vragen. En die twee bleven maar aardig doen. Ze genoten ervan.” Zij niet? Ze schudt nee. „Van jongsaf aan had ik een verschrikkelijke hekel aan alles wat de bekendheid van mijn moeder met zich meebracht. Wilden vriendinnetjes bij me spelen om mij, of om mijn beroemde moeder? Ik observeerde al die mensen die zo graag bij haar in de buurt waren. Ik voelde dat de aandacht nep was. En ik haatte de pers. Op alle persfoto’s waarop ik per ongeluk ook sta, kijk ik scheel.”

Haar jeugd is gedrenkt in haar moeders roem, zegt Denise Janzée. En nu is haar werk erin gedrenkt. „Roem is mijn thema.” Ze is opnames aan het maken voor een nieuwe film. „In een restaurant in Rome hangt aan de muur een klassenfoto uit 1935. Allemaal jongetjes van een jaar of tien. Ergens in de rij zie je Ennio Morricone en Sergio Leone zitten. Later werden ze een beroemde componist en een even beroemde filmmaker.” Haar documentaire gaat over het jongetje dat ertussen zit. „Het kind tussen twee toekomstige beroemdheden.” Het restaurant wordt gerund door drie zussen. Hun vader staat ook op de klassenfoto. „Hun restaurant hangt vol met foto’s en handtekeningen van alle beroemdheden die er wel eens hebben gegeten.” Hoe kan het, vraagt zij zich af, dat mensen zo graag iemand bewonderen? Bewondert zij zelf dan niemand?, vraag ik terug. „Nou ja, als Mick Jagger nu binnenloopt, word ik ook zenuwachtig en ga ik raar doen. Irritant, maar blijkbaar werkt het zo. Mensen hebben de behoefte iemand te bewonderen. En er zijn mensen die graag bewonderd willen worden.”

Haar hondje in een mandje

Terug naar haar film over Marco Bakker. De weg terug wordt op 1 januari als Teledoc uitgezonden bij de Avrotros. Twee en een half jaar heeft ze haar stiefvader gevolgd. De film begint met een verhuizing. „Willeke en Marco moesten steeds kleiner gaan wonen. Van een villa met oprijlaan in Breukelen, naar een stuk kleiner, naar nog kleiner. En toen naar nog iets kleiner. En daar ben ik ingestapt.” Wat zien we? Een ouder wordend echtpaar, worstelend met bril en mobiele telefoon. Met z’n tweeën vieren ze zijn 75ste verjaardag, aan de keukentafel in hun nieuwe rijtjeshuis. Je ziet hem rijden op zijn scooter, met in een mandje achterop haar hondje.

De beelden krijgen lading omdat je weet dat dit echtpaar een beroemd koppel was. Of is. „Nederland is altijd van Willeke blijven houden”, zegt haar dochter. In 1996 won de film Antonia met haar in de hoofdrol nog een Oscar. Nederland hield toen ook nog van Marco. Of in elk geval, zijn leven was dat van een Bekende Nederlander. Vaak op televisie, veel fans, rijden in een Porsche. Tot hij in oktober 1997 op het parkeerdek van de Amsterdam Arena betrokken was bij een ongeluk, waarbij een 38-jarige vrouw om het leven kwam. Hij werd een jaar later veroordeeld tot 240 uur dienstverlening en een rijontzegging van een jaar.

De weg terug gaat over wat er ná dat ongeluk gebeurde. Of eigenlijk over wat er niet (meer) gebeurde. Marco Bakkers carrière was geknakt. Al zijn negentig cd’s en gouden platen ten spijt, geen van de honderd koren of orkesten met wie hij werkte, vroeg hem nog als solist. Nooit meer zou hij de Christuspartij zingen in de Matthäus Passion, zijn lievelingsstuk van Bach. Zie hem zitten op de bank, kijkend naar een concert op televisie, zachtjes het lied ‘Erbarme dich’ meehummend.

Over wat er destijds precies in de Arena gebeurde, mag Marco Bakker niks zeggen. Zo is het afgesproken met de nabestaanden. Twee collega-baritons – Ernst Daniël Smid en Henk Poort – praten er wel over. Janzée filmt hen tijdens de tournee van de ‘Drie Baritons’ in Indonesië. Janzée: „Ik hoefde bijna niks te vragen. Als een vuurbal vloog het eruit. Over hoe het was gegaan en hoe erg het was. Voor Marco. Het was alsof het gezegd moest worden.”

De vraag is: hoe gaat iemand verder na zo’n dramatische gebeurtenis? Of eigenlijk: hoe moet een bekend iemand door na een drama? „Wat je ziet is de achterkant van de roem. De neergang.” De carrière van Patrick Kluivert, de voetballer, hield niet op na zijn verkeersongeluk met dodelijke afloop. „Bij het eerste beste mooie doelpunt werd het hem vergeven.” Om Marco Bakker bleef een schuldig aura hangen. „Dat lag ook aan hem. Aan zijn eigen onhandigheid.”

Daags na het ongeluk stond er een grote foto van hem en Willeke in de De Telegraaf. Met daarbij de tekst: ‘Ik voel me niet schuldig’. Dat, zegt, Denise Janzée, was ontzettend stom. „Ze waren gewend om open en eerlijk over hun leven te praten. Dus dat deden ze nu ook. De pers heeft hem toen te grazen genomen.” Wat had hij dan moeten doen? „Waarschijnlijk niks. Aan de andere kant, als je niks doet, verzint de pers zelf wel iets. Dat is het probleem.”

Heeft ze de film gemaakt om hem te rehabiliteren? „Ik wilde hem laten zien zoals hij is. Zijn houterigheid soms, zijn onhandigheid, maar ook zijn zachte kant. Knappe man. Ouder geworden natuurlijk, maar zijn stem is nog mooi.” In de winkels ligt voor het eerst sinds tijden weer een cd van Marco Bakker, waarop hij klassieke stukken zingt. Was een idee van editor Sander Vos van De weg terug. Janzée: „Marco is een klassiek geschoolde zanger. Hij heeft halverwege zijn carrière een switch gemaakt naar populaire muziek. Hij koos voor het Bekende Nederlanderschap. Nu is hij weer terug bij hoe hij begon.”

Denise Janzée filmt Marco dicht op de huid. Kon ze zo dichtbij komen, omdat ze zijn stiefdochter is? „Nee joh. Zo open is hij tegen iedereen.” Is hij naïef? Ze haalt haar schouders op. „Denk ik wel.” Maar, als dat zo is, dan had ze misschien beter geen film over hem kunnen maken. Waarom na zeventien jaar, als zijn carrière net weer een beetje begint te lopen, het drama oprakelen? Wat heeft hij daaraan? „Toen hij eenmaal ‘ja’ had gezegd, wist hij dat het geen ‘gewone’, brave film zou worden. Hij kent mijn werk en gaf me carte blanche.” Ja, goed, hij heeft erin toegestemd. Maar what’s in it for him? „Het is toch positiever als er wel een film over je wordt gemaakt dan niet.” Dat moet ze uitleggen. „In een film kweek je begrip. Ik vind het belangrijk dat zijn verhaal wordt verteld.”

Is ze boos op hem? „Boos? Nee. Hooguit vind ik het jammer hoe hij destijds opereerde.” En hoe denkt haar moeder daarover? Zij heeft vast ook geleden onder zijn neergang. Heeft ze ooit overwogen bij hem weg te gaan? „Dat vind ik zo’n rare gedachte. Waarom zou ze bij hem weg gaan?” Nou, zeg ik, in alle roddelbladen van toen werd daarover gespeculeerd. Giftig: „Alsof de pers ook maar iets te zeggen heeft over zoiets privés als een huwelijk. Mijn moeder is heel trouw. Ze blijft, ook als het moeilijk is.” Heeft ze dan soms medelijden met hem? Ze aarzelt even. „Nou, dat hij zijn vak niet meer kan uitoefenen, dat vind ik een ontzettend zware straf.”

En wat vond hij zelf van de film? „Hij is in de montage komen kijken toen hij net af was. Na afloop was hij even stil. Het was confronterend voor hem. Maar uiteindelijk begon hij te applaudisseren.”