ABN Amro en de staat zijn het oneens over beursgang

2014-10-16 13:23:13 AMSTERDAM - Het hoofdkantoor van ABN AMRO op de Zuidas. ANP REMKO DE WAAL Foto ANP

ABN Amro en haar eigenaar, de Nederlandse staat, zijn het niet eens over de manier waarop de bank naar de beurs gebracht moet worden.
De raad van bestuur van ABN voert op dit moment gesprekken met haar enige aandeelhouder, de stichting NL Financial Investments (NLFI), die onder het ministerie van Financiën valt. In die gesprekken mag ABN Amro haar standpunten met betrekking tot de beursgang toelichten. Die standpunten verschillen op een belangrijk onderdeel van die van de aandeelhouder. Dat bevestigen verschillende betrokkenen bij de beursgang.

ABN Amro werd in 2008 door de staat genationaliseerd, nadat ze in problemen was gekomen door de kredietcrisis. Waarschijnlijk wordt de bank volgend jaar terug naar de beurs gebracht. De staat heeft in totaal destijds 21,7 miljard euro betaald voor de redding van ABN Amro. Dat dat bedrag niet in zijn geheel terugkomt, staat vrijwel vast.

Waar draait het meningsverschil om?

Het bestuur van ABN wil dat de bank vanaf het moment van de beursgang beschermd is tegen een vijandige overname. Dat is een gevoelig punt voor de bank. In 2007 werd ABN Amro overgenomen door een consortium van drie buitenlandse banken (RBS, Santander en Fortis) en vervolgens in stukken opgeknipt en verdeeld onder de consortiumbanken. Dit tegen de zin in van het toenmalige bestuur. Het huidige bestuur wil niet dat ABN nog een keer in zo’n situatie belandt.

Als het aan hen ligt, wordt bij de beursgang een speciale stichting opgericht die in actie kan komen in het geval van een vijandig bod. Aandeelhouder NLFI wil ook dat er zo’n stichting komt, maar die mag pas optreden als het belang van de staat is verminderd tot minder dan 30 procent. Dat kan een paar jaar duren. ABN wordt vermoedelijk in stukjes naar de beurs gebracht.

ABN wil niet dat er in de tussentijd een ongewenst overnamebod tussen komt, waarbij er in haar ogen nog onvoldoende bescherming is. De minister van Financiën zou gevoelig kunnen zijn voor een hoog bod. Hij wil immers zo veel mogelijk van het geld terugverdienen dat ooit, bij de nationalisatie, in ABN is gestoken.

Waarom zou de staat tegen de wens van ABN Amro in gaan?

De beschermingsconstructie zoals ABN Amro die graag wil, is een gebruikelijke. De meerderheid van de grootste Nederlandse beursfondsen hebben er een, zeggen overnameadvocaten die ervaring hebben met beursgangen. Voorbeelden van zulke bedrijven zijn Ahold, ING en Philips.

Een woordvoerder van NLFI zegt vooruitlopend op het advies niet te kunnen zeggen waarom het een andere variant wil dan ABN. Hij verwijst naar een eerder advies van augustus vorig jaar, waarin de aandeelhouder ook aangaf een dergelijke constructie te willen. Daarin wordt echter geen expliciete reden genoemd. NLFI zegt in het algemeen dat het zijn taak is om de belangen van de staat zo veel mogelijk te “beschermen”.

Een mogelijke constructie zoals ABN die voorstaat, zou de opbrengst voor de staat kunnen verminderen. Hoe meer een bedrijf beschermd is, hoe minder beleggers in het algemeen bereid zijn ervoor te betalen. Maar dat hoeft niet zo te zijn. Sommige bankenanalisten zeggen dat beleggers zo’n beschermingsconstructie geen probleem zouden vinden. Omdat ook die uiteindelijk een overname niet kan blokkeren.

Hoe werkt zo’n beschermingsconstructie?

De constructie zoals de staat die nu voor ogen heeft, werkt als volgt: bij de beursgang wordt een onafhankelijke stichting in het leven geroepen die in het geval van nood aandelen mag kopen. Deze Stichting Continuïteit krijgt een zogeheten call-optie op aandelen. Als ze die uitoefent, verwatert het belang van de overnamepartij. Voor die partij duurt het dan weer langer om de bank over te nemen, en wordt het meestal duurder.

Dergelijke white knight-constructies die in geval van nood te hulp schieten, kunnen een ongewenste overname niet blokkeren, maar wel ophouden. Vorig jaar blokkeerde KPN via een soortgelijke constructie een overname door het Mexicaanse telecombedrijf América Móvil.