Wie waren nou die anonieme tipgevers?

Het kan nog lang duren voordat duidelijk wordt of de deal van de Belastingdienst met anonieme tipgevers door de beugel kon.

Hij ontkende in eerste instantie, de bejaarde man met meer dan 1 miljoen euro op rekeningen van Luxemburgse banken. Buiten het zicht van de fiscus. De vraag van de Belastingdienst in oktober 2009 of hij buitenlandse bankrekeningen had, beantwoordde hij twee keer ontkennend.

Maar de Belastingdienst had een troef: de schaduwadministratie van honderden Nederlanders met geheime bankrekeningen in Luxemburg, zogenoemde zwartspaarders. In die administratie kwam de naam van die man (80 jaar) ook voor: als houder van een bankrekening waar in februari 1996 920.699 euro op stond en vier maanden later meer dan 1 miljoen euro.

Toenmalig staatssecretaris Jan Kees de Jager (Financiën, CDA) maakte in diezelfde oktober 2009 een deal bekend die de fiscus met een informant had gesloten. In een brief aan de Tweede Kamer sprak hij over een „baanbrekende stap” in de aanpak van zwartspaarders. Hij had zelf toestemming voor de deal gegeven. Dat was zijn „plicht naar alle belastingbetalers om zwartsparen voortvarend aan te pakken”.

Dat leek ook te lukken. Alle in de dossiers genoemde zwartspaarders kregen vanaf 2010 naheffingen en boetes (tot 300 procent) over die verzwegen rekeningen. Het gros van de aangeschreven zwartspaarders gaf het bezit van die geheime bankrekeningen gewoon toe en stelde verder geen vragen over de herkomst van de informatie of de identiteit van de tipgever.

Wie was de tipgever?

Maar enkele zwartspaarders wilden dat wél weten en procedeerden om achter de naam van die tipgever te komen. Had de staat een deal gesloten met een crimineel die de dossiers gestolen had? En hoe betrouwbaar waren die dossiers, waar de fiscus de naheffingen en boetes op baseerde?

Die ene bejaarde zwartspaarder hoorde tot die laatste groep. Vlak voor zijn dood, zomer 2012, kreeg hij in een tussenvonnis van de geheimhoudingskamer van de rechtbank in Arnhem gelijk. Er was volgens de rechtbank een „onlosmakelijk verband tussen de persoon van de tipgever en de betrouwbaarheid van de door hem verstrekte informatie”. De fiscus moest zijn naam én zijn dossiers onthullen.

Maar een jaar later, juni 2013, oordeelde de bestuurskamer van diezelfde rechtbank in Arnhem in haar eindvonnis heel anders. De Belastingdienst hoefde de naam van de tipgever helemaal niet prijs te geven. Want de tipgever was zelf met zijn dossiers naar de fiscus gestapt, de dienst had hem daar niet toe aangemoedigd. Als dat wel was gebeurd, zouden de dossiers mogelijk onrechtmatig verkregen zijn, maar dat was niet het geval.

Drie maanden later oordeelde ook de Hoge Raad, in een andere zaak en een andere tipgever, dat de staat zijn identiteit en details over de deal onder de pet mocht houden. De fiscus kon tevreden achterover leunen, de inzet van anonieme tipgevers om zwartspaarders te achterhalen, leek juridisch afgedekt. Zelfs als die tipgever mogelijk een criminele achtergrond heeft.

Definitieve deal

Maar de dochter van die overleden zwartspaarder tekende hoger beroep aan, bij het gerechtshof in Arnhem. Met meer informatie over die tipgever dan in 2013 bekend was. Met hem was in het voorjaar van 2009 onderhandeld door ambtenaren van de FIOD en het Team Criminele Inlichtingen (TCI) van de fiscus. De onderhandelaars van de fiscus, in de slotfase bijgestaan door directeur-generaal belastingen Peter Veld en de landsadvocaat Wemmeke Wisman van het advocatenkantoor Pels Rijcken, sloten in september een definitieve deal met de tipgever: zijn anonimiteit zou „zo lang mogelijk” worden gewaarborgd. En hij kreeg een percentage van het bedrag dat de fiscus binnen zou slepen: enkele tonnen, aldus staatssecretaris De Jager destijds.

De vraag hoe de tipgever aan zijn dossiers was gekomen, interesseerde de onderhandelende ambtenaren niet, zo bleek uit getuigenverhoren in een andere zwartspaarderszaak, maar met dezelfde tipgever als in die Arnhemse zaak, voor de rechtbank in Breda: „Ik vermoed dat de documenten mogelijk afkomstig waren van een misdrijf”, verklaarde een ambtenaar daar.

Tipgeldbeleid

Er staat nog een onjuistheid in die brief van De Jager aan de Tweede Kamer. Volgens de toenmalige staatssecretaris had de Belastingdienst in 2009 geen formeel tipgeldbeleid. Hij zou onderzoeken of het wenselijk was om algemeen tipgeversbeleid te formuleren. Maar afgelopen zomer bleek dat de fiscus daar sinds 1985 wel degelijk interne richtlijnen voor heeft, die indertijd ook gepubliceerd zijn.

Het is alleen de vraag of de fiscus in 2009 conform die richtlijn gehandeld heeft. Alleen de hoogste ambtenaren op het ministerie van Financiën mogen toezeggingen doen en moeten daar uiterst terughoudend in zijn, aldus die richtlijn. En de fiscus betaalt alleen als de Staat geïncasseerd heeft: no cure, no pay.

Met de nieuwe informatie besloot het gerechtshof Arnhem afgelopen september om twee direct betrokken ambtenaren opnieuw als getuige te horen. Het hof liet ook weten dat zij, conform het tussenvonnis van de rechtbank Arnhem uit 2012, de naam van de tipgever vrij moesten geven.

Toen zij dat weigerden, omdat zij daarover instructies van hogerhand hadden gekregen, gaf de president van het hof het dossier een nieuwe wending: niet de tipgever of die Luxemburgse bankrekeningen stonden in de schijnwerpers, maar de integriteit van de staat zelf.

Het zwijgen van de ambtenaren vond het hof laakbaar, maar begrijpelijk. Ze hadden daar immers instructies van hogerhand voor gekregen. Maar dát ze die hadden gekregen, was wel laakbaar én strafbaar, want hier was sprake van beïnvloeding van getuigen die onder ede verklaringen moesten afleggen.

Verboden beïnvloeding

Vorige maand deed de president van het gerechtshof aangifte tegen de top van het ministerie van Financiën wegens strafbare beïnvloeding van ambtenaren. Een verzoek van de landsadvocaat aan het gerechtshof om de betrokken rechters van de zaak af te halen, omdat zij door die aangifte partijdig zouden zijn, werd door de president van de hand gewezen.

Het verzoek van staatssecretaris Eric Wiebes (VVD) aan de Hoge Raad om versneld uitspraak te doen over de rechtmatigheid van de deal met de tipgever, werd wel toegekend. De staat had weliswaar geen hoger beroep aangetekend, maar de twee ambtenaren die bij het gerechtshof de naam van de tipgever niet wilden noemen, hadden inmiddels hun verhoorverslagen voorgelegd aan de Hoge Raad met de vraag om een oordeel over hun optreden. Een ‘cassatieberoep’ dat de wet niet kent, schreef de president van het gerechtshof in zijn aangifte. „Er moet worden afgewacht of de Hoge Raad hen daarin zal ontvangen.”

Het hoogste rechtscollege behandelt het dossier over twee maanden achter gesloten deuren. Of er dan ook inhoudelijke behandeling komt? Het is volgens bij het dossier betrokken advocaten ook mogelijk dat de Hoge Raad eerst advies vraagt aan het Hof van Justitie van de Europese Unie.

Zo kan het nog lang duren voordat definitief duidelijk wordt of die deal uit 2009 wel door de beugel kon.