Column

Voor het laatst: ‘the idea of Europe’

Europa over tien jaar? Voor ons een lastiger vraag dan voor onze studenten bij Columbia University. Maar voor Jeanne, de meest Europese – en dus Franse – van onze studenten, was het toch lastig om te beslissen welke landen nog lid van de Europese Unie zouden mogen en kunnen worden. Turkije zeker niet, maar misschien wel Albanië en Servië? IJsland mag zeker, maar dat wil zelf niet meer.

Naast haar zit Charlotte, ook Frans, maar in Engeland opgegroeid, en dus verwacht zij helemaal geen verdere uitbreiding van de Unie. Integendeel, zij voorspelt desintegratie. De landen trekken zich geleidelijk weer op zichzelf terug, overigens zonder meteen de EU te verlaten. Geen euro meer en steeds meer bilaterale handelscontacten met landen buiten de Unie. De mogelijke inperking van de vrijheid van Europeanen om zich te vestigen waar ze willen, ziet zij als de eerste fatale stap in die richting.

Voor Jordan, de Irak-veteraan, was het duidelijk: de EU-landen moeten op het Esperanto overgaan, anders wordt het nooit wat met de integratie en komt er nooit een federatie tot stand. Jason, de succesvolle ondernemer die terugkeerde naar de universiteit, zag juist het Engels de echte lingua franca van Europa worden. In zijn paper beschrijft hij levendig hoe Radio Europa in 2024 verslag doet van de prestaties van de FC Europe. Hij wordt zelfs de ghostwriter van het dagboek van Frans Timmermans, dan al een aantal jaren voorzitter van de Europese Commissie. Met de Nederlandse Nick pleit hij voor een grote gemeenschappelijke inzet op het gebied van de wind- en zonne-energie.

Breanna pikte een onderwerp op, waar wij in onze colleges nauwelijks aandacht aan hadden gegeven: het mislukken van de European Defense Community in 1952. Goed gedocumenteerd beschrijft zij de mislukte poging om van Europa een zelfstandige militaire macht te maken. Haar advies is duidelijk: Europa moet dat alsnog worden. De wereld zit te wachten op een countervailing power ten opzichte van zowel Rusland als Amerika.

Marcin, onze Amerikaanse Pool, trekt daar weer zijn neus voor op. Met veel literatuur onderbouwt hij zijn stelling dat Europa na de Tweede Wereldoorlog tot een slaafse vazal van de Verenigde Staten is verworden.

Victoria ziet nieuwe kansen voor Europa als de lidstaten nu eindelijk eens tot een gezamenlijk onderzoeks- en innovatiebeleid zouden komen. Lauren voegt daar aan toe dat dan vooral de komst van hoogopgeleide migranten uit Azië zou moeten worden bevorderd. Dat zou ook goed zijn om de vergrijzing van de bevolking te compenseren.

Zoveel hoofden, zoveel zinnen. Al onze studenten zijn in hun slotessays verbijsterd over de manier waarop Europa zijn toekomst in de weg staat door gebrek aan eenheid. Als Amerikanen of bijna-Amerikanen is het voor hen onbegrijpelijk dat de gekoesterde Europese verschillen in taal, geschiedenis en cultuur een Verenigde Staten van Europa onmogelijk maken. Ze rekenen er in hun visie op de toekomst van Europa dan ook snel en efficiënt mee af. Ze houden van Europa; ze kijken met bewondering en ook met afgunst naar wat in hun ogen nog steeds geoliede verzorgingsstaten zijn. Laat dat niet los, word geen Amerika, ze herhalen het steeds weer, maar houd niet vast aan zinloze nationale verschillen die de opbouw van een grote federale staat verhinderen.

We nemen afscheid en doen ze ‘The Idea of Europe’ van George Steiner cadeau, de hartekreet van een gepassioneerde Europeaan. Ze gaan het hopelijk ver brengen in een wereld die gevormd is door ideeën uit Europa, hetzelfde Europa dat nu zo weinig ideeën heeft over zijn eigen toekomst.