Vlaamse bracht surrealisme naar Nederland

Renilde Hammacher (101)

Als conservator bij Boijmans haalde zij Dalí naar Nederland en kocht gezichtsbepalende schilderijen aan.

Renilde Hammacher-Van den Brande bracht vanaf de jaren zestig het surrealisme naar Nederland. Haar tentoonstelling over Dalí in Rotterdam was in 1970 een onverwachte blockbuster met meer dan 200.000 bezoekers. Woensdag is de oud-hoofdconservator moderne kunst van Museum Boijmans Van Beuningen op 101-jarige leeftijd overleden.

In een interview met deze krant legde ze vorig jaar uit hoe ze als Belgische in de jaren dertig en veertig met de surrealisten was opgegroeid. En hoe het haar verwonderde, toen zij in 1962 bij Boijmans kwam, dat geen van de Nederlandse musea veel aandacht voor het surrealisme had. Als ze in haar Brusselse flat vertelde over Margritte was het alsof die elders in de stad levend en wel aan het schilderen was.

Voor Boijmans organiseerde Renilde Hammacher zo’n 150 tentoonstellingen en kocht ze zo’n 500 kunstwerken, waarvan er vele gezichtbepalend zijn voor het museum. Dalí’s zandlandschap met touwtjespringend meisje; zijn sculptuur van Venus van Milo met laatjes; Magritte’s man voor de spiegel; en Rotterdams enige Rothko.

Renilde Hammachers leven stond in het teken van kunst, vanaf haar studie in de jaren twintig in Antwerpen, Brussel, Praag en Wenen, tot na haar pensionering. In haar Brusselse appartement lagen de catalogi van actuele exposities. Als het kon reisde ze daar ook nog naar toe. Nicholas Serota, de directeur van Tate, vroeg haar persoonlijk of ze naar de expositie van Lichtenstein kwam. Zij hield van die kunstenaar, zei ze, wijzend naar zijn litho van een zonsondergang aan de muur.

Ze was getrouwd met de in 2002 op 104-jarige leeftijd overleden oud-directeur van het Kröller-Müller, Bram Hammacher. Ze was bevriend met belangrijke verzamelaars zoals de Brit Edward James, die haar eerste keus gaf toen hij ging verkopen. Zo komt Boijmans aan zijn mooiste Margrittes en Dalí’s.

De Dalí-expositie was het hoogtepunt in haar lange carrière. Met smaak vertelde ze over hoe hij haar ontving in een luxe hotelsuite in Parijs: „Hij zei: ‘Mijn werk moet geheim blijven’. Ik zei: ‘Spijtig maître. Ik ben ontgoocheld dat u geen werken in bruikleen wilt afstaan. Toen zei hij: ‘Mevrouw, u moet absoluut niet ontgoocheld zijn, want u zit al meer dan een uur naast Il Divino.’”

Hammacher maakte de expositie en Salvador Dalí kwam naar de opening. Waar hij grote indruk maakte en zijn hand spontaan gekust werd door een jonge kunstenaar. Het surrealisme was in Nederland gearriveerd.